De helaasheid der dingen: eindelijk erkent UNESCO het Belgische drinkwezen

Fusion TIFF File
Net nu Marijs Geirnaert van het VAD (de anti-alcohol-liga) voorgesteld had om het drinken drastisch te beperken, wordt de Belgische biercultuur door de UNESCO tot werelderfgoed uitgeroepen. Tot grote vreugde van cultuurminister Sven Gatz (Open-VLD), voorheen directeur van de Belgische Brouwersunie.
Daar passen een paar kanttekeningen bij. Tussen de reeds door UNESCO erkende folkloristische evenementen zoals de garnaalvisserij te paard in Oostduinkerke, het Jaartallenleven van Leuven, de Krakelingenfeesten en Tonnekensbrand in Geraardsbergen, en last but not least de Jaarmarkt van Sint-Lievens-Houtem, mag men voor mijn part ook de Belgische tapkasten en bijbehoren opnemen. Maar is bier nu eigenlijk cultuur, zelfs als streekproduct? Bijlange niet. Bier is een genotsmiddel met een verslavende werking, en ik zeg het, zelf groot liefhebber van streekbieren zijnde.
Het comazuipen onder tieners en de drinkgelagen in studentenmiddens, met goedkoop bier uit de Aldi, lijken excessen waartegen de brouwersbond het motto lanceerde “Bier met liefde gebrouwen, drink je met verstand”, maar zo simpel is het niet. Zowel Vlaanderen als Wallonië zijn historisch gezien negorijen waar armoede hand in hand ging met geweld, sociale verkorzeling en mentale aftakeling, met de lokale herberg als enig lichtpunt. Noch de pastoor noch de schoolmeester noch de burgemeester konden daar tegen op. Integendeel, ze stonden het oogluikend toe of promootten het zelfs, als doeltreffend antigif tegen politieke onvrede of revolte.
In de roman “De helaasheid der dingen” (Dimitri Verhulst, 2006), uitstekend verfilmd in 2009, wordt onverbloemd de stand van zaken in Reetveerdegem weergegeven zoals ze is: onder de leut van de drinkcultuur schuilt verdriet en onmacht in een geur van verschaald bier en pis. Het leven is sterker dan diegenen die het beleven, ze ondergaan het en gaan ten onder. Alcohol maakt het leven draaglijk maar tegelijk wordt het onderdeel van de (auto-)destructiviteit, wat enkel aanzet tot nog meer glazen verzetten. De grootst mogelijke glorie is het winnen van een zuipwedstrijd en dan achteraan gaan kotsen.

Vaderlandloos
Ik stel het nu donker voor, omdat het begrip “biercultuur” op zich een commerciële lading dekt, helemaal overeenkomstig de aangeboren liberale vrolijkheid van Sven Gatz en de marketingstrategie van de Brouwersbond. Door de woorden bier en cultuur in één adem te vernoemen wordt de Verhulstfactor geminimaliseerd en lijkt het wel alsof je bij het nuttigen van een Duvel aan een spiritueel gebeuren deelneemt, iets van waarde, vergelijkbaar met muziek of een gedicht. Iets dat ons verheft en het leven zin geeft. Dat is natuurlijk niet zo, au contraire, als het bier is in de man, dan is de wijsheid in de kan, zegt het Vlaamse spreekwoord. Het miserabilisme van La Flandre Profonde is weliswaar grotendeels geschiedenis, en we drinken meer thuis dan op café, meer Trappist dan Inbev-bocht, maar net daardoor wordt de alcoholisering salonfähig en het verdrinken van de helaasheid politiek-correct. Het blijft een zoektocht naar vergetelheid, ook in een mooi glas. Dit is dus twijfelachtig erfgoed. De UNESCO mag zelfs het vals gebit van mijn overleden grootmoeder tot werelderfgoed uitroepen, maar de folklore mag nooit de historische context wegdrukken.
Voor de rest gaat de Bierbond enthousiast verder met het verzinnen van goede redenen voor waardig alcoholverbruik. Belgisch bier, de brouwerijen en de biercultuur in België zijn zo intens verweven met de samenleving dat het ook onlosmakelijk deel is geworden van de Belgische identiteit. Belgische bieren verbinden Vlamingen, Walen en Brusselaars in een gemeenschappelijke eigenheid”, zegt Jean-Louis Van de Perre, Voorzitter van de Belgische Brouwers (Deredactie.be).
Ik dacht al, waar blijft het: bier drinken onder de Belgische driekleur, als teken van patriottisme. Ook dat is flauwe kul. Het streekbier is namelijk net het omgekeerde van nationaal-verbindend, het wil apart smaken en op de lokale plek geënt zijn. Sterker nog: onze biertraditie is deels het gevolg van een mankerende natie-identiteit, ook weer historisch bepaald, waardoor elke brouwer soeverein heerst over een klein bierdomein in een specifiek microklimaat met bijbehorende recepten. Het “Belgische” bier is vaderlandloos.
In feite kunnen Jupiler en Heineken veel meer aanspraak maken op een UNESCO-certificaat, want die zijn echt verbindend en filantroop. Dankzij deze wereldmerken smaakt een pils in Peking net eender als in Curaçao, vergelijk het met de universaliteit van een Big Mac. De Vlaamse dorpsbrouwsels daarentegen zetten zich af tegen de rest van de wereld. Ze zijn ondoorgrondelijk, zwijgzaam, onsympathiek, koppig, zuur of bitter, en met dras onderaan die de bodem van een beerput evoceert. Daardoor weerspiegelen ze, om weerom tot Verhulst terug te keren, de helaasheid der dingen en de plicht om te blijven drinken tegen de stress en de zinloosheid van het bestaan. Ondanks Sven Gatz en de UNESCO. Maar ik heb er nu wel dorst van gekregen, en het is hoog tijd om wat werelderfgoed te consumeren, mijn verstand is er helemaal klaar voor.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

3 reacties op De helaasheid der dingen: eindelijk erkent UNESCO het Belgische drinkwezen

  1. walter maes zegt:

    Zuur zedegepreek . Of is het voor te lachen ?

    • Greta zegt:

      Bitte ein Bit 🙂 met Maes erbij is het inderdaad om te lachen, misschien kunnen we na een landwissel met Nederland (België weer iets kleiner en wat natuur armer!) dit compenseren met een of andere creatieve land ruil te vinden met Duitsland ..zo oudste en beste pils in zijn soort, toch bij ons erfgoed hoort en binnen de landsgrenzen van België? Kwestie om meer evenwicht te krijgen binnen de drie taalgroepen en vertegenwoordigingen? 🙂 , 🙂

  2. Marc Schoeters zegt:

    Ik had al lang een vaag vermoeden dat mijn wekelijkse gang naar stamcafé “Den Hovenier” voor een flinke portie Chimay of Rochefort meer is dan gewoon zuipen. Dat er in de helaasheid van het drinken een hogere zin moet schuilen. En nu wordt dat vermoeden dus eindelijk bevestigd. Toen ik vanmorgen in de badkamerspiegel mijn buik bekeek wist ik het meteen: dit is monumentaal werelderfgoed.

Reacties zijn gesloten.