De boekenbeurs, het voortschrijdend inzicht van Joël De Ceulaer, en de verloren moeite om zijn columns te lezen

Vorige week nog zat heel uitgevend Vlaanderen in Frankfürt gewichtig te wezen,- een onverantwoord risico want als er dan een bom had gevallen op die Buchmesse zou Vlaanderen terug in een toestand van diepe barbarij zijn gezonken, vergelijkbaar met de Val van Antwerpen in 1585.
Maar vandaag zijn ze er allemaal terug en tekenen present, de handelaren in bedrukt papier en de signerende scribenten. Elk jaar neem ik de gelegenheid te baat om mijn afkeer uit te drukken van deze Vlaamse kermis der middelmatigheid waar een normaal mens alleen maar bibliofobie kan aan overhouden, de troosteloze lawaaierigheid, de kijk-mij-hier-eens poses van onze letterkundigen, de begeleidende lezingen en pannelgesprekjes waarop de cultuursector present tekent, alleen van goede politieke huize wel te verstaan, want bepaalde uitgeverijen zijn niet welkom, zoals de met het VB gelieerde Uitgeverij Egmont.

Weldenkendheid

ceulaer

Maar dit jaar heeft DM-journalist Joël De Ceulaer die taak van mij overgenomen, en hoe. In vijf punten (“Vijf goede redenen om niet naar de boekenbeurs te gaan”, DM, 30/10/16) herneemt hij letterlijk wat ik al jaren betoog, tot en met de omgehakte bomen- zo letterlijk dat zelfs Sam Van Rooy, waarmee ik nu niet bepaald ideologisch op één lijn zit, zich twitterend vrolijk maakt over het bedekte plagiaat.
Nu, laten we daarover niet flauw doen: ideeën zijn er om overgenomen te worden, en het feit dat mijn inzichten vijf tot tien jaar later in de mainstream-pers terecht komen, is het beste bewijs dat cultuur een kwestie van verbonden vaten is, iets dat “in de lucht hangt” en traag neerkomt, tot binnen het bereik van eenieder, zelfs van Joël De Ceulaer.
Want Joël komt van ver, en ruikt ook naar de elitaire bondgenootschappen die Vlaanderen decennia lang vergiftigd hebben, te weten de links-progressieve politieke correcterigheid. En De Ceulaer schrijft natuurlijk zelf ook boekenbeursboeken, of beter: hij bundelt zijn columns en laat ze uitgeven bij Harold Polis, de absolute kampioen in.. euh.. links-progressieve politieke correcterigheid. Want het was bij Polis-Pelckmans dat Vlaams-nationalist Karl Drabbe de ezelstamp kreeg, naar verluidt omdat men de weldenkende letterkundigen uit de Polis-stal niet wou bruskeren.

Waar Joël De Ceulaer echter nog het meest moet aan werken in zijn illuminatie, is die vervelende tic om alle ideeën en denkrichtingen af te branden die door het geborneerd academisme als “onwetenschappelijk” worden betiteld. Want ook dat is een aspect van de intellectuele aanstellerij bij de weldenkende elite: overal stempels op slaan en etiketten op kleven. Joël is een notoir lid van SKEPP, een clubje dat zichzelf tot “ridders van de waarheid” heeft uitgeroepen, ten einde elke homeopathische mug of holistische vlieg met een kanon te bombarderen. Ook de psychoanalyse en het postmodernisme zijn verdorven dwalingen. Anderzijds liggen de farmaceutica in de hoogste schuif, waarbij vooral anti-depressiva de hemel worden ingeprezen, tegen alternatieve vormen van psychiatrie. Het platte materialisme van deze ideeënpolitie, gekoppeld aan verdachte geurtjes van commerciële lobby’s,- daar zal, zo voel ik aan mijn water, vast de komende vijf jaar nog een De Ceulaer-artikel aan besteed worden.
Ik eindig met een JS-quote uit een boekenbeurscolumn van vijf jaar geleden, onder het motto “het origineel is beter dan de copie”:
“…De kookboeken dus. Critici en literatuurfreaks doen er honend over, maar ze zijn dé sterkhouders van het ineen stuikend boekenvak. Het hobbyboek vormt de laatste fase van een literair verdampingsproces dat we alleen maar kunnen toejuichen: alles eindigt in de keuken of in de garage. Na het kookboek komt er niets meer. Hopelijk. De 21ste eeuw zal de geschiedenis ingaan als de eeuw waarin de tekst zich definitief van het papier losmaakte, om vrijer te gaan zweven, los van de hiërarchie auteur/lezer en de dwang van de inhoudsopgave.”
Ja, voor mij is het boek een teken van terreur, met de Bijbel en de Koran als oertypes, en het kookboek als parodische epiloog. Ja, ik geloof dus in een tekst die van ons allen is, die we allen in de lucht schrijven en uitwenen als onweerswolken, de poetsvrouw even goed als de professor, soms met en soms botsend op elkaar, maar altijd voor het parler vrai, de radicaliteit van het gezond verstand, de verbeelding zonder maniertjes, het durven denken (Immanuel Kant: “aude sapere”), zonder ideeënpolitie en zonder behoefte aan bibliothecitis.
Voor de rest laat ik Joël De Ceulaer rustig verder in zijn traag maar voortschrijdend inzicht, met toch de bedenking dat columns die altijd ruiken naar andere columns van vijf jaar oud in deze drukke tijden misschien niet de eerste keus hoeven te zijn.
Een prettige herfstdag nog, elk vallend blad verheugt zich over het boek dat het lichter maakt.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op De boekenbeurs, het voortschrijdend inzicht van Joël De Ceulaer, en de verloren moeite om zijn columns te lezen

  1. walter maes zegt:

    Vergrijpt Sanctorum zich niet aan intellectueel snobismer ? Het is maar een vraag…

  2. The kid zegt:

    De Ceulaer is een opportunist eerst klas. Jarenlang PC tot het absurde en nu als de wind draait gaat hij kritiek op het cordon brengen. Herinner mij nog goed een interview van hem in Knack met Tallouil. De man verdedigde het gescheiden zwemmen zodat moslima’s de mannelijke moslims niet zouden provoceren maar veroordeelde wel het weigeren van moslims bij discotheken. Joëlleke het imbicieleke zag natuurlijk niet de contradictie. Dezelfde stompzinnigheid met een grote kwak narcisme spreid hij tentoon bij elk media optreden. Nee mr Sanctorum ik zou me niet op de borst kloppen met zo een medestander

Reacties zijn gesloten.