Topsport als fata morgana: verwar dit vooral niet met het leven

Trapkens

Soms vraag ik me af hoe iemand het tot regulier ‘opiniemaker’ schopt, zo iemand die wekelijks in de krant zijn mening ventileert alsof die ook maar enige meerwaarde had. Al heb ik zo wel mijn vermoedens omtrent mediagenieke gladheid en politiek-correcte ons-ken-ons-cultuur. Sommige van die praatjesmakers zijn reclamelui die aanzien gekocht hebben en de intellectueel willen uithangen, zoals Noël Slangen, Guillaume Van der Stighelen en Jan Callebaut.

Een ander geval is Geert Noels, zakenman, econoom en fortuinbeheerder, ook goed aangeschreven bij het Belgisch koningshuis wegens curator van de Koninklijke Schenking, zijnde alle onroerend goed dat Filip en C° in bezit hebben en waarvan wij het onderhoud betalen.

Ook Geert is dus een borrelend vat vol meningen, en niet alleen over economie. Hij is een fervent fietser en al menig maal in de buurt van andere Vlaamse grootheden als minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) gesignaleerd: sport als netwerkbevorderende activiteit, weet u wel. En nu Filip I van België in Rio rondhangt om zich te laten fotograferen in een tricolore setting, kon het niet anders of Geert Noels moest de Olympische Gedachte bejubelen en een lans breken voor de topsport, die onze jeugd rolmodellen levert waarmee ze sterker door het leven leert gaan (“Sport, een sterk maatschappelijk medicijn”, DM, 8/8/16)

Lichte mobiliteit

“Sport maakt de jeugd mentaal sterker, leert hen relativeren en dromen van nieuwe doelen en projecten. Het versterkt op een natuurlijke manier hun geestelijke gezondheid, iets waar onze jeugd zoveel nood aan heeft”, zo ronkt Geert zijn column vol. Tussen de regels van deze Econoshock-peptalk voel je de opwinding voor de beurs, het speculeren (waar ook winnaars tegenover verliezers staan), en heel de kapitalistische reutemeteut die mensen opwaarts stuwt naar het succes én anderen neerwaarts in de goot. Bijvoorbeeld omdat hun in Dexia-aandelen belegd spaargeld in rook opgaat. Dat laatste moet je dan sportief opvatten en vooral niet gaan zeuren over het systeem, want dat is negativisme en verzuring.

Uiteraard wordt heel het verhaal opgehangen aan het heroïsch exploot van wielrenner en gouden-medaillewinnaar Greg Van Avermaet, als symbool van de ‘aanhouder die wint’. Effectief, wie blijft er onberoerd bij de grandioze eindrush van Greg aan het strand van Copacabana?

Toch is die apotheotische projectie van sport op het leven een troebele kwestie. Natuurlijk moeten we onze luie kont opheffen om te vermijden dat obesitas en vadsigheid toeslaan. Wekelijks doe ik mijn gras af met een maaier zonder aandrijving, en elke dag bespring ik de fiets om zonder de minste zin in netwerking (op een goeiedag aan Laurelie van café De Trapkens na, als ze de stoelen buiten zet of haar geel Fiatje wast) enkele kilometers af te malen. Elke zaterdag en zondag doe ik het met mijn vrouw en laat haar tamelijk intens de hoeken van de slaapkamer verkennen. Maar om dat soort lichte mobiliteit nu sport te noemen?

De Olympische gedachte? My ass, het is de uitvinding van een fascistische baron die de jeugd tot kanonnenvlees wou klaarstomen. Greg Van Avermaet? Knap gedaan, blij voor hem dat hij bij die afdaling niet onzacht in het decor is beland zoals die andere klunzen. Topsport is TV-spektakel, maar geef daar nu aub geen sociale meerwaarde aan. De dwaasheid waarmee wieleramateurs zich volproppen met energierepen en snoeven met hun nieuwe derailleur om vervolgens iedereen van de weg te rijden, het getier van ouders rond het voetbalveld (“stampt zijn schenen over!”), Poetin, zijn opgefokte atleten en zijn zolenlikker Thomas Bach van het IOC, Lance Armstrong, de Pfaff-soap, Afrikanen die allemaal naar Europa willen komen omdat ze denken hier als voetballer rijk te worden en dan in de onderwereld verzeild geraken, dàt is sport.

Opnieuw: de vuilbak is veel groter dan de trofeeënkast, het is een piramidesysteem. Naar verluidt zitten alle jeugdafdelingen van de voetbalclubs proppensvol met spelertjes die allemaal dromen van een grote carrière. Ze zullen falen, dat kan statistisch gewoon niet anders, de plaatsen aan de top zijn gewoon te gering, ze zullen de verwachtingen van hun ouders niet kunnen inlossen en ontgoocheld afhaken.

Het competitie-element, door vrijemarkteconoom Geert Noels gezien als sleutel in de opvoeding tot weerbaarheid, creëert ook en vooral burn-outs, depressies en ongelukkige mensen. De topsporter als rolmodel is net daarom een spookgedaante, een fata morgana die ergens parallel loopt met de perfecte maten van het fotomodel waaraan vrouwen zich spiegelen door zich een ongeluk te diëten.

Tot slot maakt Noels in zijn DM-column nog ergens de parallel met cultuur, die ook zou drijven op de behoefte om te excelleren. Hier komt hij op mijn terrein en ik moet dat ten stelligste loochenen: na de opstelwedstrijd waaraan ik op mijn 16de deelnam (en overigens won) heb ik me nooit nog willen meten met andere scribenten. Ik voel er me namelijk te goed voor, echt. Een cultuur die drijft op vergelijkingen is bij voorbaat kapot. Doe iets dat niét te vergelijken valt, iets dat letterlijk nergens op trekt. De gradus at parnassum (trapkens), maar dan zonder chrono. Elk idee van ‘vermarkten’ en kwantificeren is nu net uit den boze,- weinig kans echter dat een beursmakelaar als Geert Noels dat snapt.

Grappig overigens dat het woord ‘sport’ afkomstig is van het Latijnse disportatio, dat zoveel betekent als ‘ontspanning’, ‘afleiding’, alleszins iets zonder medailles. Meer iets voor vrolijke monniken dan voor gladiatoren. Wat ons dan weer op het trappistenbrouwen brengt, om toch ook eens de bierliefhebbers te bedienen die zich tekort gedaan voelden in de wijnbespreking van gisteren.

En uiteraard op café ‘De Trapkens’, waarvoor dit licht-mobiel stukje een (mogelijk in natura betaalde) reclame was.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

4 reacties op Topsport als fata morgana: verwar dit vooral niet met het leven

  1. Jozef Leijnen zegt:

    Heerlijk zoals elk stukje. Zolang Johan blijft schrijven hebben we geen ander nieuws meer nodig en blijven we helemaal bij.

  2. johan hulsbosch zegt:

    “De Trapkens” in Terlaenen. Je rijdt er recht binnen aan het eind van de afdaling uit Ottenburg. We kunnen daar misschien eens afspreken, Johan ? 🙂

  3. Jean De Lange zegt:

    Onlangs Acta Sanctorum ontdekt. Heerlijke lectuur die onze politiek-correcten en andere omhoog gevallenen in hun hemdje zet. Meer van dat.

  4. Willy Berger zegt:

    Dat van die voetballertjes klopt niet helemaal. Ze worden tegenwoordig gescout op 6 jarige leeftijd, de beloftevolle knaapjes krijgen een heus contract bij een eersteklasser moeten drie keer per week op training, krijgen streefdoelen (op 6 jarige leeftijd !!) en van de honderd of zo die er elk jaar beginnen (per eerste klasser) komt er minder dan 1 ooit aan een profcontract. Maar het gaat erom dat ze bij provinciale clubs gescout worden. 90 % van de voetballertjes daar worden niet gescout en blijven lustig hun hele jeugd door voetballen bij FC Lutselus of wat dan ook, wetende dat ze nooit de volgende Kevin zullen worden maar voetballen omdat ze het graag doen, in de weerwil van hun “stamp hem zijn schenen over” roepende ouders.

Reacties zijn gesloten.