Cultuursubsidies: droogt uw tranen en zet de pot op het vuur

logos
Het zwaard van Damocles is over de Vlaamse cultuurwereld gevallen: Sven Gatz heeft, op aangeven van zijn adviescommissie, de centen verdeeld voor de komende vijf jaar. Het gaat hoofdzakelijk om theaters, orkesten en allerlei platformen, festivals enz. Daar zitten winnaars bij, en uiteraard ook treurende verliezers, waaronder Logos (since 1968), werkplaats voor experimentele muziek, van mijn goede vriend Godfried-Willem Raes, heden in zak en as.
Voor die verliezers heb ik een boodschap die ze eens kunnen lezen na een stevige snuitbeurt en een half pak Kleenex.
Proficiat, want het niet-krijgen van overheidssubsidies is minstens een aanwijzing van kwaliteit. Sinds de eerste economische hoogconjunctuur na de tweede wereldoorlog,- we spreken dus over de jaren ’60 van vorige eeuw,- is de overheid in de breedte cultuur beginnen te subsidiëren, ten eerste omdat er wat geld over was, maar ten tweede en vooral omdat de soixante-huitards zich een zelfbedieningswinkel hadden gecreëerd via connecties in het overheidsapparaat. Op die manier konden niet alleen gevestigde instellingen (opera, theater) onderhouden worden door de staat, maar ook allerlei plezante gekken met enige flair voor public relations. Jan Fabre is vandaag de belangrijkste Vlaamse nazaat van deze gebakken-lucht-industrie.
Voor de overheid was dit systeem anderzijds een middel om marginaliteit te recupereren. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt: deze volkswijsheid, door Karl Marx hernomen in zijn theorie van het materialisme, zegt dat geld wel degelijk stinkt en dat gesubsidieerde cultuur ook onschadelijke cultuur is. Subsidies maken kunstenaars week, afhankelijk, gezagstrouw.
In een dictatuur valt cultuur samen met propaganda, maar ook in een formele democratie zoals de onze moeten mensen die van de platgetreden paden afwijken, therapeutisch benaderd worden en door het systeem worden gerecupereerd. Daartoe dient de subsidiecocon: laat ze ongestoord hun ding doen, voor hun eigen publiek, en hou ondertussen de vinger op de knip. Laat ze dikke dossiers indienen, een deftige boekhouding erop nahouden, integreer ze in de bureaucratie. Laat ze wennen aan dit infuus, zodat de schrik erin zit om uit de boot te vallen. Langzamerhand wordt het subsidiërende ministerie de eigenlijke actor, de kunstenaar is maar een aspect van het decorum, een verambtelijkte marionet.
Echte mosselen
De vraag is dan, hoe kunstenmakers als Godfried-Willem Raes zich kunnen emanciperen uit dat verhaal van subsidieverslaving en bevoogding. Het antwoord is m.i. dat ze een stuk creativiteit moeten investeren in het creëren van autonomie, hun lot in eigen handen durven nemen Dat is een kunst op zich: overleven als onkruid, niet als sierheester in de staatsplantsoenen.
De kwestie is vooral in welke mate eigenzinnigheid en dissidentie –die ik meer dan ooit noodzakelijk acht in deze samenleving- zich kunnen voortplanten, een publieke vonk kunnen doen ontstaan, én zich economisch kunnen staande houden. Ik doe een suggestie. Regelmatig ga ik een portie mosselen met frites eten bij Marcel te Jezus-Eik. Iedereen kan dat thuis maken, maar de frieten van Marcel B. zijn handgesneden, de mosselen komen via een geheim recept op het bord en het ruikt er naar touw, oud hout, wijn en look. Alles klopt er, ik moet me inhouden want teveel publiciteit schaadt.
Ik zie hem dus als een artiest met toevallig ook een BTW-nummer en een grijze kassa. Als kunst zich aan iets moet herbronnen, dan is het aan de keuken, de kok en de horeca. Lees de interviews met zelfs gerenommeerde koks erop na: geld is bijzaak, het is de creatieve passie die hen drijft, hoewel die tafeltjes natuurlijk wel vol moeten geraken.
Ik ben ervan overtuigd dat Charlie Hebdo, om iets heel anders te noemen, van hetzelfde culinaire paradigma vertrekt. Dat zijn pennenkoks, anders doe je zoiets niet. Passie en eigenzinnigheid, volgens een onnavolgbaar recept, tot en met de kalashnikovs, wat ik niemand toewens. Maar kan u zich inbeelden dat een evaluatiecommissie zich over Charlie zou moeten buigen?
Kijk tenslotte eens naar Youtube en de talloze kromme filmpjes, grappig, geniaal, onnozel, gemaakt door mensen zonder het minste artistiek aura: creativiteit heeft echt geen adviescommissies nodig, ze adviseert zichzelf en zoekt haar eigen media. De studenten cultuurgeschiedenis van de 22ste eeuw zullen, denk ik, eerder daarin neuzen dan in het programma van pakweg Rosas of Ultima Vez, twee grote winnaars van de recente Vlaamse subsidieroulette.
Samengevat, vrienden kunstbroeders: droogt uw tranen en zet de casserole op het vuur. En nogal altijd liever aangebrande mosselen in mijn bord dan een oneetbare Mosselpot op een sokkel. Ergens liep het mis, daar onder meer.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .