Joseph Hirt als ‘Auschwitz-survivor’: waarom geschiedenisles vooral een oefening in ongeloof moet zijn

HirtMisschien hebt u al van Joseph Hirt gehoord, een der laatste overlevenden van het concentratiekamp Auschwitz. Als zesjarige had hij al tijdens de Olympische Spelen in Berlijn hoogstpersoonlijk Hitler zien weigeren de hand te schudden van zwarte atleet Jesse Owens. Hij was als Poolse Jood eerst ondergedoken bij familie in Belgrado, alwaar hij zich verstopte in kippenhokken en varkensstallen. Daarna pakte de Gestapo hem toch op, hij ontsnapte aan de gaskamers door zich als verpleger voor te doen, kwam oog in oog te staan met Dr. Mengele, en kon ontsnappen als graatmager skelet onder de elektrische afsluiting. Na de oorlog vestigde hij zich in Pennsylvania/VS. Hirt gaf wereldwijd lezingen over zijn oorlogswedervaren, dook overal in scholen op, en verwierf grote mediabekendheid als overlevende en getuige van de nazi-gruwel, daarbij fier zijn getatoueerd Auschwitz-kampnummer tonend.
Alleen: het verhaal was van A tot Z verzonnen. Joseph Hirt zat al die tijd in Amerika, is nooit in een Duits concentratiekamp geweest en de tatouage is een vervalsing. Die opheldering hebben we weerom niét te danken aan de media, maar aan geschiedenisleraar Andrew Reid die achterdochtig werd door de veelheid aan kleurrijke details, geweven in het verhaal van de Holocaust-survivor. Meteen konden ook negationisten met dit geval uitpakken: zie je wel, die concentratiekampen, allemaal verzonnen. Temeer omdat Hirt niet de eerste Auschwitz-fantast was: o.a. een zekere Herman Rosenblat deed het hem voor met een al even tragisch-heroïsch ontsnappingsepos dat hem geen windeieren legde, want de uitgevers stonden in de rij.
Zwijg- en ritselcultuur
Laat duidelijk zijn: voor mij is dit soort verzinsels geen reden om het negationisme aan te hangen,- er zijn wel degelijk miljoenen Joden omgebracht in de tweede wereldoorlog. Denk ik. Geloof ik. Maar ik kan me vergissen. Want hoe dan ook roept dit verhaal de vraag op, waarom men Joseph Hirt al die tijd geloofde. Het antwoord is eenvoudig: omdat men hem wou geloven. Leugens impliceren naïviteit aan de andere kant, wishfull thinking, of, erger nog, instemming en solidaire kwade trouw.
Meteen komt alle kennis op losse schroeven te staan: wat weten we echt, behalve van horen zeggen? Vrijwel niets. Het gerucht is alomtegenwoordig en mediakritiek draait primair rond deze vaststelling: de media ontzenuwen doorgaans de geruchten niet, ze verspreiden ze zelf.
Meer in het algemeen leert het Hirt-verhaal dat scepsis dé dominerende attitude moet zijn, nog veel meer dan nu, bij ieder van ons, krantenlezers en TV-kijkers, ook al verwarren de politici dat met verzuring: het geloof dat je niets moet geloven, behalve als je het met je eigen ogen gezien hebt, en dan nog. Net het meest geloofwaardige is verdacht. Met hoe meer aplomb en autoriteit de waarheid wordt verkocht (en Joseph Hirt wàs een autoriteit), des te meer redenen zijn er om te twijfelen. Scepsis dus, of de kleren van de keizer. Waar zat die domme leerling trouwens in de klas die Joseph Hirt een ongepaste vraag wilde stellen?

De vraag blijft ook waarom de Joodse verenigingen, met hun échte getuigen en documentatie, bleven meegaan in de fantasmagorie

Pluim alleszins voor achterdochtige amateurs zoals Andrew Reid, die de stroom van de verdwazing niet volgen en beginnen te puzzelen. Andermaal: dit had een prachtig stukje onderzoeksjournalistiek kunnen zijn, maar het was toch maar weer een wijsneus zonder perskaart die de archieven van Auschwitz-Birkenau ging doorsnuffelen om aan te tonen dat Hirt’s verhaal stinkt. De vraag blijft ook waarom de Joodse verenigingen bleven meegaan in de fantasmagorie, terwijl ze toch over veel échte getuigen, documentatie en kennis beschikken aangaande de Holocaust. Waarom stond bijvoorbeeld niemand recht om Hirt te confronteren: tiens, ik was daar toen ook in Auschwitz, ik heb je daar niet gezien. Onder de schrikdraad kruipen, vreemd, want daar stonden dag en nacht tot de tanden gewapende SS’ers. Kippenhokken en varkensstallen in Belgrado, nu ja. En dan dat verhaal van de kleine Joseph in Berlijn, als had God hem tot die ervaring bestemd.
Of wisten ze het al die tijd? Geen zin om een politiek-correcte rasgenoot te ontmaskeren? Toch ietsje te actieve zionistische lobby met bijbehorende zwijg- en ritselcultuur? Of ben ik nu zelf antisemiet door zo door te vragen. Ja, ik ben bijna zeker dat de leugens van Joseph Hirt toegedekt werden door mensen die het konden weten. En erger, er wachten nog een massa fabulaties van baardige Kerstmannen op ontmaskering. Alleen al daarom wil ik absoluut dat het vak geschiedenis op school gehandhaafd blijft: om te leren niet-geloven. Of waarom ik niet verbaasd ben dat de politiek vandaag zo snel mogelijk van dit vak af wil.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

14 reacties op Joseph Hirt als ‘Auschwitz-survivor’: waarom geschiedenisles vooral een oefening in ongeloof moet zijn

  1. P. Eggermont zegt:

    Wie het wel allemaal echt heeft meegemaakt is de Nederlandse dichteres Sonja Prins (1912-2009), die tijdens WO II terechtkwam in Ravensbrück (100 km boven Berlijn), waar zich een concentratiekamp voor vrouwen (later ook van mannen) bevond. Ze verwerkte haar kampervaringen onder meer in de roman ‘De groene jas’ (1949) en bracht daarover ook enkele dichtbundels uit. Tijdens de oorlog was ze bij het communistisch verzet. Tot 1956 was ze actief bij de communisten, in 1960 is ze tenslotte uit de partij gestapt. Het einde van haar leven heeft ze doorgebracht als kluizenaar in de bossen van Baarle-Nassau (15 km boven Turnhout) in Nederland. In het boek vertelt ze o.m. hoe ze samen met andere Nederlandse politieke gevangenen met Kerst 1943 een eigen versie opvoerden van het toneelstuk Midzomernachtdroom van Shakespeare. De tekst was door haar geschreven. Ze had het stuk als kind in Londen gezien. Het boek beschrijft ook de ontruiming van het kamp op het einde van de oorlog. Alle mannen en vrouwen die nog in staat waren te lopen moesten zich in een colonne verplaatsen in noordwestelijke richting (dodenmarsen). Een aantal gevangenen wisten daarbij te ontsnappen. Zie ook : http://www.kunstbus.nl/literair/sonja+prins.html

  2. P. Eggermont zegt:

    Het gedicht ‘De Boshut’ uit de bundel ‘Het huis waar ik in woon’ (1990) met een foto van de boshut van Sonja Prins : http://www.cubra.nl/poezie/sonjaprins/gedichten/boshut.htm

  3. lucdevincke zegt:

    Als zelf historicus zijnde kan ik zeggen dat enige kritische vraagstelling die eigen moet zijn aan elke wetenschapper, betreffende ‘de holocaust’ sinds de jaren ’70 taboe is geworden, nefast voor een wetenschappelijke carrière, en zelfs wettelijk strafbaar. De termen “negationist” en “revisionist” zijn een scheldwoord geworden. Met de volgende zinnen steek ook ik mijn nek uit. De Tweede Wereldoorlog is niet mijn specialiteit, wel de 19de eeuw, maar net als elke geschiedkundige heb ook ik kennis over dit wereldconflict, waarbij massa’s mensen; politieke gevangenen, zigeuners, homoseksuelen, Poolse en Russische krijgsgevangenen, en ja….Joden, door ontberingen, mishandelingen, executies en ziektes, zijn omgekomen in Duitse concentratiekampen. Ik heb echter NOOIT een ooggetuigenverslag, een historische bron dus, gezien van een overlevende die mensen gaskamers heeft zien binnengaan, of die achteraf verklaard heeft dat hij de lijken van ongelukkige slachtoffers uit de gaskamers heeft moeten verwijderen. Men kan objectief de gruwel van de concentratiekampen niet ontkennen, maar objectieve wetenschappelijke studies zijn eenvoudig onmogelijk geworden. Men creëert mythes om historische waarheden te scheppen en om geopolitieke situaties in het Midden Oosten te vergoelijken. Mogen wij als historici echter toestaan dat de geschiedenis niet door ons, maar voor ons wordt geschreven?

    • Fend zegt:

      Testimony of Rudolf Hoes, Commandant of Auschwitz…

      • Fend zegt:

        Rudolf Hoess of Höss…

      • lucdevincke zegt:

        Ik wist dat deze (terechte) reactie zou komen. Het is dan ook naar mijn weten de enige getuigenis en werd dan nog onder “enige druk” afgelegd. Het is objectief onmogelijk dat hij de enige SS-er zou zijn die kon of wilde getuigen om desnoods z’n vel te redden, of dat er geen enkele Joodse getuige zou zijn. Als men een cijfer van 6.000.000 (sic) joodse slachtoffers hanteert, alhoewel elke moderne historicus heden ten dage erkent dat dit cijfer rijkelijk is overdreven, is het onmogelijk dat er niemand maar dan ook niemand persoonlijk heeft opgemerkt wat er rondom en in de gaskamers gebeurde of die zelf heeft gezien wat er nadien met de ongelukkige slachtoffers gebeurde. Toch niet dat ik weet en ik zou het appreciëren mocht iemand me er op wijzen. Ik heb ooit wel de oorspronkelijke handleiding van ZIKLON-B kunnen vastkrijgen, het is een ongedierte bestrijder en is inderdaad bij verkeerde behandeling en hoge dosissen erg gevaarlijk voor de gezondheid. Een onrechtstreeks bewijs? Ik weet het niet, dergelijke waarschuwingen staan ook op onze hedendaagse verdelgers.
        Objectieve geschiedenis is primordiaal om te beseffen hoe het met het menselijk handelen kan verkeerd lopen. Ja, en als geschiedkundige durf ik wel degelijk te stellen; Ja, de geschiedenis kan zich herhalen. Daarom kunnen we kerels als Joseph Hirt missen als kiespijn. Een waarschuwing tegen racisme? De Duitse propagandafilm uit 1940: “Der ewige Jüde.”

      • Fend zegt:

        Lees eens “Is dit een mens” van Primo Levi wie Auschwitz overleefde.

    • P. Eggermont zegt:

      Zo lang je maar met geen documenten van de Militärpolizeilicher Dienst komt zwaaien als Emil Lachout, want dan zou men je wel eens ontoerekeningsvatbaar kunnen verklaren wegens een querulatorisch-paranoïde instelling…

  4. P. Eggermont zegt:

    Na een proces voor het Amerikaanse militair gerechtshof werden een paar jaar na WO II veel SS’ers, waaronder de beruchte dr. Spritzbach in de Kriegsverbrechergefängnis te Landsberg am Lech in Oostenrijk opgehangen. Dr. Spritzbach zat nog op school op een humanistisch gymnasium in Keulen, studeerde vervolgens aan de universiteit van Bonn en werkte nadien jarenlang als kinderarts en bedrijfsarts, vooraleer hij bij de SS ging…

  5. P. Eggermont zegt:

    De 95-jarige Duitse oud-SS’er Oskar Göring, bijgenaamd de boekhouder van Auschwitz, werd vorig jaar nog veroordeeld tot 4 jaar gevangenis voor medeplichtigheid aan honderdvoudige moord op gedeporteerde Joden in KZ-Auschwitz.
    http://www.stern.de/panorama/stern-crime/oskar-groening-im-auschwitz-prozess-zu-vier-jahren-haft-verurteilt-6346450.html
    Voor haar bewering dat er in Auschwitz geen vernietigingskamp geweest was en de massamoord op Joden nooit had plaatsgevonden, kreeg de 87-jarige Duitse Ursula Haverbeck wegens volksopruiing (in Duitsland meestal toegepast tegen Holocaustontkenning) een gevangenisstraf van 10 maand, niet voorwaardelijk omdat vroegere veroordelingen (geldboetes, e.d.) er haar niet van hadden weerhouden, opnieuw de Jodenvernietiging te ontkennen.

  6. P. Eggermont zegt:

    Ursula Haverbeck laat er geen twijfel over bestaan : “In Auschwitz hat es keine Vergasung gegeben. Auschwitz war kein Vernichtungslager…” en in de Duitse media wordt ze getypeerd als een ‘Ikone in der rechten Szene’. Hier wil ze haar mening kwijt n.a.v. het proces tegen Oskar Göring. 30 jaar geleden was er blijkbaar al een gerechtelijk onderzoek. Het werd in 1985 beëindigd wegens gebrek aan bewijzen. Hoewel ze de indruk heeft dat slechts zeer weinig mensen op de hoogte zijn, is het voor de Duitsers : “… ein ungeheures Fehlurteil der Deutschen Justiz…” en ze vraag zich af : “Was hat dieser Mensch verbrochen?” Ze geeft haar versie van de feiten. De aangeklaagde werd als 21-jarige ‘abkommandiert’ naar Auschwitz, waar hij nog geen twee maanden was. Hij moest er in de kleedkamer zien of er zich tussen de spullen van de gevangenen geld en ander waardevolle voorwerpen van de gevangenen bevonden, om die te registreren en op de sturen naar een centrale plaats in Berlijn. Dat was een commando dat hij als zeer jonge man had op te volgen, wat toen eigenlijk een noodwendigheid was, waar niemand zich tijdens de oorlog kon aan onttrekken. Nu veroorloven Duitse rechters en officieren van justitie zich echter om een man, die ondertussen volledig onberispelijk geleefd heeft, voor het gerecht te brengen. De aanklacht is gebaseerd op een vaag vermoeden, gezien het persoonlijk betrokken zijn, niet meer met bewijzen gestaafd moet worden, en dit sinds het proces tegen John Demjanjuk, die door gebrek aan bewijzen in Israël werd vrijgesproken, en decennia later, in de 21ste eeuw, 70 jaar na de oorlog, door de Bondsrepubliek werd opgeëist, door de VS dan uitgeleverd waarna hij in Duitsland (München) als gevolg van de aanklacht van deelname aan de moord op een ‘oneindig groot aantal Joden’ veroordeeld werd en levenslang aangehouden. Hij was zodanig oud, dat hij het allemaal niet meer heeft moeten meemaken. Deze manier van handelen is volgens haar niet te tolereren en onverenigbaar met een rechtsstaat. Het feit dat het voldoende is voor een veroordeling om aan te tonen dat men aanwezig was op de plaats van de misdaad, stelt volgens haar het hele Duitse rechtsleven in vraag. Ze wenst dat deze onrechtvaardigheid en juridische willekeur wordt bekend gemaakt en roept haar ‘Mitbürger’ op om talrijk aanwezig te zijn op komende processen, om te laten zien dat men het niet eens is met zulk onrecht, te weten dat het reeds voldoende is om aanwezig te zijn op de plaats waar misdaden gebeurd zijn, om iemand “vor Gericht stellen zu können”. Momenteel zouden er in Duitsland nog enkele gerechtszaken aanhangig zijn, als nasleep van de gebeurtenissen in Auschwitz. Ze vermeldt nog een drietal processen, o.m. in Hamburg, de aangeklaagde betreft er een vrouw die minder dan een maand in Auschwitz was. Ze wenst ingelicht te worden over eventuele aanwijzingen in kranten over nog bijkomende processen. De videoboodschap besluit ze als volgt : “Een ding is duidelijk. Wanneer rechtsbeginselen buiten werking gesteld worden, kan daarachter enkel haat en wraak schuil gaan. Haat en wraak zijn niet kenmerkend voor wat als wezenlijk Duits kan worden beschouwd, maar stammen uit het Oude Testament, waar men zegt : “Oog om oog, tand om tand, en dit tot in de derde en de vierde generatie . In het christelijke avondland, waarvoor Pegida demonstreerde en nog verder demonstreert, is er verzoening en vergeving en niet het voortdurend aan de kaak stellen van een of ander begane of in dit geval niet begane schuld. Ik vraag om een ruime ondersteuning van onze medeburgers.”

Reacties zijn gesloten.