Stout, stout, stout: Pierre en Tanguy gooien alle remmen los.

katenmuisPaletten verbranden en bommetjes laten ontploffen, al van in mijn kindsheid was ik er verzot op. In groep schelmenstreken uithalen, eens een ruit inslaan, een brievenbus vol stront, collectief masturberen: een knapentijd hoort schalks en stout te zijn, zo wist zelfs Ernest Claes.
De meeste gezonde mannen blijven ergens kinderen, en hebben dus echt wel behoefte aan een soort verlengstuk van dit deugnietentijdperk. Dat kan zich op allerlei manieren uiten. Allochtonen gaan naar Syrië, zelfstandigen ontduiken belastingen, rijke mid-lifers bevuilen de Mount Everest, supporters slaan het stadion kort en klein, de rest verzamelt zich in motorbendes. Enkel op zondag, want maandag trekken ze hun grijs pak terug aan. Mannen scheppen orde, ambiëren macht en status, maar kunnen die eigen orde niet aan en vergooien hun status opnieuw met goor machtsmisbruik en destructieve excessen. De man is ten gronde kinderachtig. ‘Das Kind im Manne’, noemde Friedrich Nietzsche het fenomeen, en aldus sprak Zarathustra:
„Im ächten Manne ist ein Kind versteckt: das will spielen. Auf, ihr Frauen, so entdeckt mir doch das Kind im Manne!“
Spelen dus. Men moet het durven zeggen: stakingen en betogingen hebben een politieke vlag, maar vormen ook een bron van volksvermaak. De vakbonden weten dat wel, en organiseren die trip naar Brussel als een ééndagsuitstap, mét treinkorting. Noem het sociaal toerisme. Het gaat er soms smeuig aan toe, want het is nog altijd een uitgesproken mannelijk gabbersgebeuren, dat hebben die groen/rode demonstraties gemeen met het zgn. hooliganisme.
Het loont de moeite om de voorbije Brusselse betogingsincidenten eens Nietzscheaans/Freudiaans te lezen, als in se ridicule spelmomenten van de kind-man die zijn eigen super-ego tart. De nationale betoging van voorbije dinsdag, nochtans strak geregisseerd door de vakbonden, leverde enkele pareltjes op van de homo ludens in macho-versie. Vijftig huisvrouwen van het kransje Vie Féminine Charleroi-Thuin, die vol goeie bedoelingen mee demonstreerden tegen de bezuinigingspolitiek van de regering, mochten ervaren waar het de mannen echt om te doen is tijdens deze syndicale machtsontplooiing. Ze werden grondig betast, hun rokken werden opgetild en aansluitend wat eronder zat gefotografeerd om spoedig op een facebookpagina te prijken. Masturbatiegebaren begeleidden deze ludieke acties.
De vakbondsleiding was verbijsterd. Kameraden, orde, wat moet het buitenland hier van denken?! Tevergeefs: de rood-groene meute was niet naar Brussel gekomen om zich met de internationale reputatie van België bezig te houden, maar eigenlijk ook niet met de bezuinigingspolitiek. In de onderbuik rommelde wat anders, zie hierboven. Voeg er nog een scheut antropologie van de oerjager bij, en het weze duidelijk: straatdemonstraties met bijbehorende opstootjes zijn een mannenzaak.
Minstens even frappant was het fameuze incident tijdens dezelfde betoging, waarin de Brusselse politiecommissaris Pierre Vandersmissen een fameuze tik op zijn hoofd kreeg vanwege ABVV-militant Tanguy F. Maar bekijk dat filmpje nu eens opnieuw: Vandersmissen beleeft duidelijk de dag van zijn leven. Zie hem huppelen en dartel springen vanuit een duidelijk impulsieve, onberedeneerde en hormonale aandrift. Het is bijna modern ballet, maar het herinnert vooral aan onze kindertijd, het opjagen van elkaar en de heerlijke geur van rookbommetjes. Neen Pierre man, beken: dit deed je niet als politiecommissaris maar als jager in een kat-en-muis-spel.
Hetzelfde geldt dan uiteraard voor de dader, de muis die kat werd. In het gewone leven een papa van drie die op een boerderijtje leeft en met gehandicapte kinderen werkt. Een zachte man waar elke vrouw stante pede verliefd op wordt. Zijn advocaat wijt het aan de opgehitste sfeer en de alcohol, maar dat is flauwe kul: Tanguy was op dat moment gewoon een snotneus van 16. Dat pleit hem niet vrij, ik wil het hier niet hebben over morele of juridische schuld. Het is wat het is, en 99% van het planetair geweld gaat over mannen die testosteron verbranden. De resterende 1% over vrouwen die hen thuis met de deegrol opwachten.
Een goede raad die ik overigens aan de leden van Vie Féminine meegeef voor de toekomst.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

5 reacties op Stout, stout, stout: Pierre en Tanguy gooien alle remmen los.

  1. Marc Schoeters zegt:

    Klopt volledig. Een man is een grotere versie van een kwajongen. Ik was ook op die nationale vakbondsbetoging in Brussel. Ik herinner me o.a. een twintigtal mannen die als jongetjes naast elkaar een betonnen muur aan het bewateren waren en om ter hoogst mikten. Een beetje afgunstig bekeken door de vrouwen – die het betreurden dat meisjes met even hoge nood zoiets niet zomaar in het openbaar konden doen. Ik heb het tikkertjesspel tussen agent Pierre en betogers gemist omdat ik net daarvoor de betoging had verlaten – in opgewonden marstempo naar mijn favoriete boekenwinkel in Brussel. Een stripboekenwinkel. Drie oude Robbedoesalbums gekocht die ik nog als tienjarige had gelezen. QED

  2. walter maes zegt:

    Ach ja, een ‘kind-man’ die even een klabak bijna dood klopt. Moet kunnen. Tot jezelf aan de beurt bent. Noem het liever onverbeterlijk straatcrapuul van de rode vakbond dat een jaar of vijf achter de tralies verdient. Om het ‘kind’ uit de man te halen. Haha.

  3. P. Eggermont zegt:

    Een onbewaakt ogenblik op de betoging met kwalijke gevolgen voor een politiecommissaris die even zijn zelfbeheersing verloor… Maar laat ons toch even naar de kern van het probleem hier gaan?! Syndicalisme op zijn best is geen bureaucratie, maar strijd! Over welke strijd gaat het dan? Het antwoord is : antikapitalistische strijd! Wat loopt er dan zoal mank aan het kapitalisme dat je er tegen moet ‘strijden’???
    Om die vraag te beantwoorden, kom je gegarandeerd uit bij de auteur van “De armoede van de filosofie”. Zoals de titel zou kunnen laten vermoeden, heeft dit werk echter weinig uitstaans met filosofie, maar wel alles met politieke economie! Een belangrijke verdienste van de Duitse politieke denker Karl Marx, die doctoreerde op 22-jarige leeftijd, was m.i. de ontmaskering van het warenfetisjisme. In “Der Fetischcharakter der Ware und sein Geheimnis”, uit “Das Kapital”, zijn bekend ‘Fetischkapitel’ schreef hij daarover : “dass die Wahre ein sehr vertracktes Ding ist, voll metaphysischer Spitzfindigkeit und theologischer Mucken.” (p. 85) en hij legde het uit als volgt : “Das Geheimnisvolle der Warenform besteht also einfach darin, dass sie den Menschen die gesellschaftlichen Charaktere ihrer eignen Arbeit als gegenständliche Charaktere der Arbeitsprodukte selbst, als gesellschaftliche Natureigenschaften dieser Dinge zurückspiegelt, daher auch das gesellschaftliche Verhältnis der Produzenten zur Gesamtarbeit als ein ausser ihnen existierendes gesellschaftliches Verhältnis von Gegenständen. Durch dies Quidproquo werden die Arbeitsprodukte Waren, sinnliche, übersinnliche oder gesellschaftliche Dinge.
    Um daher eine Analogie zu finden, müssen wir in die Nebelregion der religiösen Welt flüchten. Hier scheinen die Produkte des menschlichen Kopfes mit eignem Leben begabte, untereinander und mit den Menschen in Verhältnis stehende selbständige Gestalten. So in der Warenwelt die Produkte der menschlichen Hand. Dies nenne ich den Fetischismus, der den Arbeitsprodukten anklebt, sobald sie als Waren produziert werden, und der daher von der Warenproduktion unzertrennlich ist.
    Der Wert verwandelt vielmehr jedes Arbeitsprodukt in eine gesellschaftliche Hieroglyphe. … (p. 86)”
    Iets anders nog is het consumentisme, waarbij de gebruikswaarde van een bepaald product er niet meer toe doet, maar ‘the way of life’ die ermee gepropageerd wordt. De consument koopt op die manier een ‘lifestyle’. Warenfetisjisme en het eraan verwante consumentisme heeft ook zo zijn gevolgen voor het voortbestaan van onze planeet, tenminste de biosfeer ervan… Academici bij de noorderburen denken dat fetisjisme niet uit te sluiten valt, vandaar keuze voor een prudent fetisjisme en de kunst als onthulling van het fetisj-karakter.
    Men kan zich toch afvragen wat het revolutionair elan is van onze nationale vakbondsbetogingen…In het Europese revolutiejaar 1848, waar “Het Communistische Manifest” werd uitgebracht, was er heel wat politieke omwenteling, maar dit leidde uiteindelijk niet tot een omwenteling van het kapitalisme! Vandaag vinden we dat het ideaal zou zijn mocht elke onderneming duurzame en gezonde producten op de markt brengt, en dit liefst op de meest milieuvriendelijke en arbeidsvreugde scheppende manier. De ‘fact of life’ is nog steeds dat zonder winst en kapitaalvermeerdering een bedrijf kopje-onder gaat… Karl Marx en ook later de Duitse filosoof Martin Heidegger wilden terug naar de onmiddellijke verhouding tot de dingen. Beiden koesterden ergens het idee dat er een soort eigenlijke, natuurlijke, complete verhouding tot de omgeving bestaat, waarin respect en vrede alom aanwezig zijn en agressie en destructie in de mate van het mogelijke ontbreken. Dit ligt trouwens ook in de lijn van de gemeenschap gevormd door de eerste christenen…
    Van de Duitse politieke wetenschapper Elmar Altvater is het boek “Das Ende des Kapitalismus wie wir ihn kennen”. Zoals er sprake was van vroegkapitalisme, was er ook sprake van laatkapitalisme… Zou het kunnen dat dit laatkapitalisme zich nu geconfronteerd ziet met zijn finale grenzen? Elmar Altvater gaat nog niet zo ver als de Amerikaanse politieke wetenschapper Francis Fukuyama, met zijn boek “The End of history and the Last Man”. Hij opteert voor een „solare und solidarische Gesellschaft“, waartoe er naar zijn mening reeds op vele plaatsen een aanzet is gegeven. Wanneer we verder doen zoals we nu bezig zijn, zullen we af te rekenen krijgen met een “Imperium der Barbarei”, waarvan het begin nu reeds merkbaar is! Als voorbeeld noemt hij de 43 studenten die vermoord werden door de drugsmaffia in Mexico.
    Elke beschaving heeft wellicht een begin en een einde… In het verleden zijn er immers wel meer beschavingen getransformeerd tot archeologische opgravingsplaatsen… Denk maar aan Uruk, omschreven als de oudste echte stad, gelegen in het Midden-Oosten (300 km ten zuiden van Bagdad), in een gebied tussen Eufraat en Tigris – Vruchtbare Sikkel of ook wel Vruchtbare Halve Maan genoemd -. Door de combinatie van stedelijke ontwikkeling en het ontstaan van het schrift, kwam Uruk tot bloei in de kopertijd, een periode van het laat-Neolithicum en wordt beschouwd als de eerste beschaving op deze wereld. De stad was nog belangrijk in de bronstijd en zelfs nog tot in de ijzertijd en werd 4500 jaar lang ononderbroken bewoond! De huidige naam Irak zou in de loop der eeuwen van deze stad zijn afgeleid. En zo zijn we teruggekeerd waar het allemaal begon met het kapitalisme, nl. in het Neolithicum of de Nieuwe Steentijd, met de neolithische revolutie… De mens gaf er zijn nomadenbestaan op om zich aan de landbouw en de veeteelt te wijden, er werden voorraden aangelegd voor slechtere tijden, er ontstond handel, enz. Veelal verliep deze overgang zo geleidelijk over een langere periode dat men in die gevallen liever van een neolithische evolutie spreekt (Wikipedia).
    “Het kapitalisme schijnt zich telkens weer aan te passen en uiteindelijk toch te overleven, zolang de ecologische catastrofe zich niet voordoet, en dat is niet uit te sluiten dat dit juist gebeurt!” Aldus nog Elmar Altvater. Hij heeft het ook over “eine hilfslose Wirtschaftspolitik”, ” Sozialismus oder Barbarisierung”, “Arbeitslosigkeit und Prekärisierung der Arbeit” , “die Deutsche Wirtschaftspolitik” , “Deflation” en de keerzijde ervan : “Vermögensinflation”!

    • P. Eggermont zegt:

      Voor het oorspronkelijke essay van Yoshihiro Francis Fukuyama: http://www.wesjones.com/eoh.htm (zie Wikipedia).
      Zijn laatste publicatie: “Political Order and Political Decay: From the Industrial Revolution to the Globalization of Democracy” (audiobook).
      Dr. Fukuyama is een onderzoeker aan de Stanford University in Californië.

  4. P. Eggermont zegt:

    Das Ende des Kapitalismus wie wir ihn kennen ( 3 von 3) :
    “Das ‘Great Game’,heute, ist ein Endspiel, denn danach gilt “rien ne va plus”! Die wunderbare Übereinstimmung von Kapitalismus und Fossilismus erweisst sich nun als eine Falle.
    Es gibt nämlich die überzeugenden Alternativen von den Fernand Braudel sprach…
    Jeder leistet seinen solidarischen Beitrag nach seinen Möglichkeiten, das heisst unter Bedingungen der Fairness. Solidarität setzt daher ein Bewusstsein von Gemeinsamkeit und innerer Verbundenheit in einer Gesellshaft voraus um ein großes Problem, z.B. das der Arbeitslosigkeit, der Armut oder Rechtslosigkeit gemeinsam zu bewältigen. So entsteht die solidarische Ökonomie in vielen lateinamerikanischen Ländern als Alternative zu dem kapitalistischen Unternehmen…
    Überall in der Welt überleben Genossenshaften eine Renaissance in den Menschen ihre Schickung selbst in die Hand nehmen und nicht auf die Lösung des Marktes oder des Staates warten. Solidarisches Wirtschaften ist aber auch auf staatliche Unterstützung angewiesen. In Brasilien und Venezuela sind Staatssekretäre für die solidarische Ökonomie eingesetzt worden. Manche Arbeitsplätze können so geschaffen werden. Die Entbettung des Marktes aus der Gesellshaft wird in solidarischen und fairen Verhältnissen entegegengewirkt. Moralisch ist, so Emile Durkheim, all das, was eine Quelle von Solidarität gegen die „Triebe des Egoismus“ und die Entfremdungstendenzen werden kann…
    Die moralische Ökonomie ist eine praktische Antwort auf die Entbettung des Marktes aus der Gesellshaft auf die Ökonomischen Sachzwänge…
    Zu Beginn des fossilen Zeitalters fand der Kapitalismus das ihm entsprechende Energiesystem sozusagen in nuce vor. Es musste nur in einer von Nicholas Georgescu-Roegen so genannten prometheischen Revolution freigesetzt und dann entwickelt werden. Dies ist in den letzten beiden Jahrhunderten seit der industriellen Revolution in bravouröser Weise geschehen. Die globale Autogesellschaft ist der Höhepunkt und gleichzeitig das Memento, dass es auf diesem Wege trotz der immer stärker werdenden Wagen nicht weiter geht. Am Ende des fossilistischen Kapitalismus kann nur ein erneuerbares Energieregime weiterhelfen. Dem aber muss die soziale Formation des Kapitalismus angepasst werden. Das ist eine tiefere und umfassendere Revolution als die französische oder russische gewesen sind und schwieriger als die industrielle Revolution des späten 18t. Jahrhunderts. Aber die ebenfalls existierenden Ansätze der solidarischen Ökonomie können die Verbindung zur Bewegung für die erneuerbaren Energieträger herstellen. Der Kapitalismus verschwindet nicht von einem Tag auf den anderen wie der real existierende Sozialismus im Verlauf einer „samtenen Revolution“, aber er wird ein anderer Kapitalismus werden als der, den wir kennen.” (Elmar Altvater, 6/2/2011)

Reacties zijn gesloten.