‘Human Flypaper’: iedereen automobilist, de rest wordt een vlieg.

Google

Google werkt aan een zelfrijdende auto, dat weet ondertussen iedereen. Hij zal de voordelen van het privé-vervoer (autonomie, privacy) combineren met dat van het openbaar vervoer (veiligheid, comfort). U kunt uw krant lezen achter het stuur, eten, bellen, de liefde bedrijven, terwijl sensoren vlekkeloos de andere bolides detecteren en de aloude Via Secura-droom uit de vorige eeuw echt in vervulling gaat: verkeer zonder stress en zonder ongevallen. Neem daarbij nog een propere motor, en niets staat de Googeliaans aangedreven utopie nog in de weg.

Maar aan die beste van alle werelden kleefde, nu ja, één klein nadeel: de niet-sensorieel uitgeruste zogenaamde zwakke weggebruiker, in casu fietser en voetganger. Bijvoorbeeld die kleine die achter zijn bal loopt op straat zonder kijken. Krieeeep. De fietser die uitschuift vanwege zijn lief achteraan op het bagagerek. Baf. Allerlei niet-sensoriële meteoren, onvoorzienbaar en niet opgenomen in het digitaal-elektronische continuüm. Zoals de vliegen die tegen de voorruit smakken. Tenzij ze morsdood weer wegveren, en dan ligt de weg vol met biomassa die de digitale verkeersregie danig in de war stuurt. Wat ermee gedaan?

Wel, het idee van de vliegen heeft Google vermoedelijk geïnspireerd tot hét sluitstuk van de  21ste eeuwse automechanica: de zelfklevende motorkap en bumper. Voetgangers en fietsers die frontaal tegen de Googelmobiel smakken, worden niet meer weggekatapulteerd in het zwerk, maar blijven gewoon aan de motorkap plakken, dankzij een speciale zelfklevende laag.  Zeer toepasselijk genoemd: ‘Human Flypaper’, patent aangevraagd, ja zin voor humor hebben ze wel bij de Internetgigant.

Uiteraard wordt ook deze uitvinding weer passend verpakt in een veiligheidsdiscours: plakken op de motorkap geeft u als zwakke weggebruiker meer overlevingskans dan nog eens 50 m terug weggekeild te worden. Dat klopt allicht. Google kan niet anders dan goed nieuws zijn. Toch probeer ik het me voor te stellen: je rijdt ’s avonds de parking op en begint de specimen af te pellen die overdag op de motorkap zijn terecht gekomen. Een ophaal- en recyclagedienst, ook via Google-abonnement gesynchroniseerd, ontlast u van deze biomassa, mits aftekenen.

Iets zegt me dat het geautomatiseerd-elektronisch automobielverkeer gestroomlijnder zal verlopen dan de huidige chaos, maar nog minder rekening zal houden met singulariteiten die niet in het systeem passen. Dit netwerk verdraagt geen wormen. De openbare weg wordt nog meer het rijk van de automobiel, omdat eenvoudig alles op een digitale leest moet worden geschoeid, samen met de toenemende monitoring van vanalles en nog wat (het fameuze ‘Smart City’-project). Wat daarbuiten valt is anomalie, weg te gommen spookdeeltje, une mouche.

Enfin, de vliegen die bij mijn grootmoeder tegen de plakband zoefden en dan nog een tijdje kronkelden in de lijmlaag alvorens definitief te beschikken, zijn nu in alle mogelijke gedaantes en formaten te vinden op de auto van de toekomst. Dat geeft toch te denken. Gaan wij vooruit? Achteruit? Of rollen we ter plekke op de eeuwige proefband, inclusief de nodige sjoemelsoftware? Ik begin steeds meer dat laatste te geloven. Hoe hard of zacht er ook gereden wordt, we raken geen millimeter vooruit. Maar toch bewegen we, en dat is het voornaamste. De vliegen op de voorruit bewijzen het.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .