De Elisabethwedstrijd en het kuch-verbod: hoe vermolmder de instelling, des te strenger het protocol.

ElisabethHet is blijkbaar een nieuwe trend bij intellectuelen om K3-muziek op te hemelen als iets prettig, authentiek, simpel maar levensecht. Dat is de traditionele nostalgie van het punthoofd naar het idyllische landschap van herders en herderinnetjes: tot daar niets nieuws onder de zon. Intellectuelen willen vandaag ook volks overkomen, uit schrik om als elite weggezet te worden,- een charade die ze dan weer delen met de politieke klasse.

Maar dit weekend kwam er een tegengeluid, en wel onder de vorm van een opiniestuk in De Standaard, waar Gaea Schoeters en Annelies Van Parys de puntjes op de i zitten: K3 is commerciële brol, muzikale fastfood en, vooral, voor jonge oren een drastische ontrading om zich ooit nog met muziek bezig te houden die iets complexer en subtieler klinkt.

Dat kleuterklasjuffen zo dol zijn op die studio-100-brei is dramatisch, want daar begint het natuurlijk allemaal: de verkleutering grijpt daar plaats waar volwassenen zich als kleuters gedragen omdat ze ook niet beter weten en niets anders kennen,- de fatale pedagogische cirkel is rond.

Op handen en voeten

Maar genoeg doemdenken. Schoeters en Van Parys wijzen erop dat kinderen best wel vatbaar zijn voor complexere dingen en helemaal niet vies van wat dissonanten. Béla Bartók, opera, jazz in de kleuterklas: daar zit muziek in, waarom niet. Tot de dames zich verslikken in een echte valse noot door de Koningin Elisabethwedstrijd ook mee te nemen als voorbeeld van goede smaak.

Eerlijk: ik wens geen enkel kind, en eigenlijk ook geen enkele volwassene, toe dat het dit schouwspel zou moeten ondergaan, en nog minder om eraan deel te nemen als een aapje in een circus. Want dat is die wedstrijd: een marathon in pseudo-muzikale acrobatie, tot op vandaag opgevoerd ten gelieve van de Brussels-francofone beau monde. Ten aanschijn van een onwaarschijnlijk aanstellerige jury mogen elk jaar om de beurt pianisten, violisten of zangers een avondje zweten en zwoegen met stukken die meer atletische dan muzikale gaven vereisen. Het gebrachte repertoire is ook enorm stereotiep, en bestaat haast louter uit plat gespeelde bravourestukken.

In het wedstrijdcomité wordt de toon gezet door een fijn aristocratisch gezelschap, geleid door baron-bankier Jan Huyghebaert en Graaf Yvan de Launoit. Dat is al zo sinds Elisabeth Gabriele Valérie Marie, prinses von Wittelsbach, hertogin in Beieren, bijgenaamd koningin Elisabeth, in 1937 met de traditie begon. Niet dat het Belgisch vorstenhuis voor de rest uitblinkt in kunstzinnigheid. Van Albert en Paola is bekend dat ze na het spelen van de Brabançonne stiekem op handen en voeten uit hun koninklijke loge slopen om niet heel de avond in het Paleis van Schone Kunsten te hoeven doorbrengen.

Muziek en competitie, het is intrinsiek een onaangename, opgepepte combinatie. Het kan werken voor het Euro-songfestival maar bij Beethoven en Bartok werkt het als een tang op een varken. Muziek heeft voor mij te maken met verfijning, sereniteit, inzicht, vervoering, concentratie, wegdromen, maar niet met puntentellingen en proclamaties. Je gaat toch ook niet naar een concert om de valse noten te tellen, het gaat erom of de kunstenaar je heeft kunnen bekoren.

Daarom zou ik als pedagoog kinderen zover af houden van de Elisabethwedstrijd als van K3. Het kader en de context deugen gewoon niet. Het is ook een gebeuren waar het kuchen tijdens een opvoering reglementair verboden is,- een hele opgave voor dit hoogbejaard publiek. Het heet dat dit de solisten uit hun concentratie zou halen. Kijk, artiesten die zich van de wijs laten brengen door een hoestbui, daar is iets mis mee, want geen enkele muziek is gemaakt om in een vacuüm te spelen. Hoe vermolmder de instelling, des te strenger het protocol. Als je echt in het universum van Prokofiev weet binnen te dringen,- ik mag het als bescheiden amateur bevestigen-, dan mag er naast je desnoods een bom ontploffen.

Om al die reden,- en neem de vorige zin nu niet te letterlijk, is die Elisabethwedstrijd echt de slechtst denkbare reclame voor de zogenaamde ‘klassieke muziek’ (ik haat de term), ook al proberen joligaards als Thomas Vanderveken er via de televisie de sfeer in te houden. Echte gedreven kunstenaars blijven er trouwens mijlen ver vandaan. Zoals Maria João Pires, die wedstrijden haatte: hoog tijd om nog eens een opname van haar legendarisch geworden Mozart-pianosonates op te zetten (begeeft zich met lichte kuchjes naar het CD-rek).

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

3 reacties op De Elisabethwedstrijd en het kuch-verbod: hoe vermolmder de instelling, des te strenger het protocol.

  1. bertie zegt:

    Presentatoren van de Koningin Elisabethwedstrijd zijn het joligst wanneer ze dat net niet willen zijn. Zo heb ik in een grijs verleden Fred Brouwers ooit eens een kleine prijsvraag horen aankondigen, waarbij ik mij iets totaal anders voorstelde dan hij wellicht bedoelde om in dat Belgisch odeon hijgend van begeerte te komen doen.
    Op harmonieuze tonen met stemmige sexy klassieke muziek ritmisch eenwordend, centraal in het middengangetje tussen de parterre en het balkon op de corbeille van een uitverkochte Henry Le Boeufzaal, in het volle zicht van de koninklijke loge, aanwezigen daar royaal ook wat aanschouwelijk onderricht gevend …
    Impotente aanstootnemers zouden stellig onder goedkeuring van de jury een oorverdovende brij luid gekuch geproduceerd hebben, maar wij hadden op onze manier onze uiterste best gedaan om de sfeer erin te houden, als mijn vrouw en ik ze toen gewonnen hadden, die twee ‘gratis vrijkaarten’.

  2. greetje zegt:

    Fantasia disney film een veel sterkere aanrader om het kleine grut geïnteresseerd te krijgen in klassieke muziek. Denkende, dit een kinderfilm was, toen ik met kinderen 3à4 & 5à6 jaar ging kijken – het advies aan kassa…dit GEEN FILM voor kleine kinderen was – naast ons neerleggend.
    Het enthousiasme van kinderen zeer groot….en voor het leven klassieke muziek een zekere plaats ingenomen bij beiden ….

  3. Ken je de documentaire Animals Are Beautyful van de Zuid-Afrikaanse cineast Jamie Uys?
    Daarin worden klassieke muziekstukken heel prachtig verweven met de opnames.
    Vooral het stuk met de dieren die dronken worden door het eten van overrijpe vruchten is hilarisch.
    En de beelden van de bloemenpracht na een regenbui in de Kalahari woestijn op De Bloemenwals uit De Notenkraker is gewoon een kippenvelmoment.

Reacties zijn gesloten.