Een straat vol struikelstenen: wanneer wordt de herinnering herdenkingsindustrie?

DemnigHet is een echte hype geworden in steden als Berlijn en Amsterdam: gedenkstenen, aangebracht op het trottoir, met daarop de naam van een slachtoffer van de nazi-vervolging. De bedoeling is dat je erop loopt en even halt houdt, ‘struikelt’ dus, vandaar de naam ‘struikelstenen’, in het Duits Stolpersteine, een project dat door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (° Berlijn, 1947) begin de jaren ’90 werd gelanceerd.
Hola, een kunstenaar? Jawel, en Demnig, steevast uitgedost als een cowboy (foto), houdt aan zijn handelsmerk, iets wat hij o.m. met onze Arne Quinze gemeen heeft. Toen ze in Wenen een gelijkaardig soort gedenkstenen wilden plaatsen, maar niet van zijn hand, was de kunstenaar verbolgen omwille van dit ‘plagiaat’. Demnig ensceneert zo’n metselscène dan ook als een echte streetperformance, aan zijn persoon gebonden.
Dat is natuurlijk vreemd: als het gaat over herdenking, maakt het dan uit wie de stenen mag leveren? Of is dit toch weer een goed vermomde promostunt van een artistiek super-ego? Maar goed, de vraag naar struikelstenen is enorm, mede dankzij de talrijke Joodse verenigingen en de families van nabestaanden. De kassa van Demnig bvba rinkelt.
Inflatie
Maar in België (waar anders) liep het mis, en merkwaardig is daarbij de controverse binnen de Joodse gemeenschap zelf. Al in 2012 deed de Brusselse organisatie ‘Association pour la Mémoire de la Shoah’ (AMS) een aanvraag bij het Antwerpse stadsbestuur, toen nog onder Patrick Janssens. Die vroeg de Antwerpse Joden wat ze er zelf van dachten, en het antwoord was: njet. Een gegraveerde steen in de stoep, waar iedereen op loopt, spuugt, waar honden hun gevoeg op doen? Neen, dat is weinig respectvol. Dan liever een monument. En daarbij: 300 euro voor een steen (bij het AMS te bestellen, terwijl ze in Duitsland maar de helft kosten), dat ruikt, nu ja, naar Joodse afzetterij.
De Antwerpse Joden hebben een punt. En ik scherp het nog wat aan. Want struikelstenen, allemaal goed en wel, maar wat als iemand erover valt en verongelukt? Een tweede struikelsteen dan naast de eerste? Op die manier zou de wereld op de duur vol liggen met aan tragedies herinnerende obstakels die de tragedie alleen maar vergroten.
Nu serieus. Dat de Duitsers, ook na zestig jaar, nog wel wat oorlogsverleden te verwerken hebben,- ik kan erin komen. Maar moeten wij nu echt struikelen over elk nazi-slachtoffer, en alleen nazislachoffers, omdat Gunter Demnig het zo besliste? Of is dit toch weer een stukje holocaustindustrie?
Dan wil ik in mijn straat een struikelsteen voor elk kind dat de laatste twintig jaar door het verkeer om het leven kwam, voor elk slachtoffer van het moslimextremisme en andere uitingen van religieuze waanzin, de dode vrouwen en kinderen op Gaza inbegrepen. Verder de slachtoffers van alle genocides, onder Hitler, maar ook onder Stalin, Mao, Pol Pot, de (door Turkije nog steeds ontkende) Armeense volkerenmoord niet uitgezonderd.
U zult zeggen: ja, maar die slachtoffers hebben niks met jouw straat te maken, ze zijn elders vervolgd en gestorven. Dat doet er niet toe, ik wil ze levendig maken op een plek die mij zinvol lijkt, en waar er nog plaats is om te struikelen.
U begrijpt: een wegennet dat oogt als één grote begraafplaats, waarbij we ons als overlevende haast moeten schamen (het ‘struikelen’ dus) voor een verleden dat niet perse het onze is, dat oogt mentaal gewoon niet gezond. Dat leidt tot een inflatie van opdringerige symboliek die op de duur niemand nog kan of wil opnemen.
De herinnering is cruciaal, het is goed om memorialen te hebben, maar heel de publieke ruimte verbouwen tot één groot memoriaal, waar dan steevast nog wel een rist artistieke groothandelaren achter zit, nein Danke.
Ergens moet de straat ons ook nog gewoon verderop brengen.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Een straat vol struikelstenen: wanneer wordt de herinnering herdenkingsindustrie?

  1. bertie zegt:

    In Antwerpen zal de herinnering aan de vermaledijde bobkes nog te vers in het geheugen liggen om een vreemde rare kwiet er opnieuw mee te laten beginnen.
    Die scheenbeenhoge echte struikelstenen waren à la Turteltaks vernoemd naar oud-burgemeester Bob Cools en naar het schijnt betaalt de onuitputtelijke stadskas jaren later nog steeds schadevergoedingen uit aan de talrijke slachtoffers, die hij maakte.
    Ook verraste Joodse inwoners van Antwerpen moeten statistisch gezien eveneens armen, benen of erger gebroken hebben door die onverhoedse hindernissen op hun winkelpad. Logisch dat die wandelende stedelingen dan beslissen niet dezelfde kostelijke en dure fout te maken door her en der op de meest onverwachte plaatsen nieuwe enkelhoge in plaats van scheenbeenhoge, maar nog steeds : Stolpersteine te laten leggen. Met of zonder kwastjes is niet alleen het Joodse hemd nader dan de rok en schadevergoeding ontvangen is beter dan ze te moeten betalen, voor het gedenken met erosiebestendige stenen … van wie ook weer?
    Van holbewoners? Van Nerviërs? Van Gallo-Romeinen? Van Franken? Van middeleeuwse kruisvaarders? Van renaissanceschilders? Van barokarchitecten? Van verlichte rocococoncertorganisatoren, despoten in hun tijd? Van classicistische genieën? Van romantische zielen? Van realistische fotografen? Van psychologische symbolisten? Van koloniale wereldveroveraars I en van koloniale wereldverliezers II? Van …
    Enfin, van al wie in het verleden hier te lande de lakens uitdeelden, en weldra de hoofddoeken?
    Nee, bedankt, zeggen ze dan.
    “Terecht”, en dàt is een persoonlijke appreciatie die mij later, bij het uitdelen van die hoofddoeken, nog zeer kwalijk zal genomen worden.

Reacties zijn gesloten.