‘Sein zum Tode’: hoe een MRI-scan Wagner én de opera ontbloot

Opera is duur voor de liefhebber én de belastingbetaler die er niks aan heeft, een tijdverspillende bezigheid (met eentje van Wagner ben je zo’n vier à vijf uur continu zoet), matig tot slecht betaald behalve voor supervedettes, én ongezond. Wat rocksterren vandaag met immense batterijen versterkingsmateriaal oplossen, doet een operazanger met zijn lichaam.
De techniek die men daarvoor moet opbouwen is weerom het resultaat van jarenlange studie, hard werken, naar de pijpen dansen van docenten,- zelf versleten zangers die hun aftakeling compenseren met het kwellen van aspiranten.

Vooral de romantische operacomponisten zoals Richard Wagner stellen quasi-onmogelijke eisen aan het menselijk lichaam en het uithoudingsvermogen. Ludwig Schnorr von Carolsfeld, die de mannelijke titelrol van ‘Tristan und Isolde’ in 1865 had gezongen, overleed een paar weken na de première van uitputting.
Het veelvuldig sterven op de scène is dus niet alleen theatraal: opera is ook echt een cultus van de dood en een agonische lijdensweg voor de man en de vrouw op de planken.
Voor een operafanaat als ondergetekende gaat het dus om mede-lijden in heel dat trage, uitgestelde mensenoffer. Het publiek weent, sterft mee, maar is ook de doeloorzaak van het lijden, en op die manier zelfs de beul in het verhaal.
Wat dan weer schuldgevoel oplevert, afkoopbaar met een peperduur ticket. Ja, opera moet duur zijn, overdreven, ongeloofwaardig, quasi-onmogelijk, absurd-onefficiënt (de Vlaamse Opera doet niets anders dan decors op en afbreken en die transporteren tussen Gent en Antwerpen), en dus ook medisch onverantwoord voor de performer. ‘Sein zum Tode’, zoals Heidegger dat noemt.
Ik krijg dat nauwelijks nog uitgelegd aan mijn omgeving, opera is sowieso een uitstervend genre, helemaal niet aangepast aan het opkomend tijdperk van de virtualiteit.
Daarom is het goed dat er opnames bestaan, cd’s, krakende platen, dvd’s, etc, die de herinnering vastleggen aan deze 19de eeuwse draak, door mijn vriend-componist Godfried-Willem Raes zo gehaat.

Nieuw boeiend materiaal in dat opzicht werd ons nu geleverd door de universiteit van Freiburg (waar ene Martin Heidegger nog heeft gedoceerd). Het betreft een MRI-scan van een zanger die de aria van Wolfram zingt ‘O du mein holder Abendstern’ uit Wagners Tannhaüser.
In feite zou de allerlaatste geprogrammeerde Wagner-opera, ik schat rond 2050, helemaal in zo’n scanner moeten opgevoerd worden, zodat men kan zien hoe kunst het leven mishandelt, en hoever mensen willen gaan om hun ziel die ze niet hebben te verkopen.
Grandioos beeld, maar ook zeer melancholisch en ontnuchterend, net door dat fysiologisch perspectief. Zo vormt die MRI-scan van de Wagnerbariton de ultieme ontmaskering van kunst. Uiteindelijk zijn we allemaal skeletten met vlees en spieren eraan, bio-mechanismen die zich poëtisch aanstellen en de sterren willen raken, terwijl dat lichaam smeekt om gerust gelaten te worden.
De penis-in-erectie vormt de enige uitzondering op die hybris, zoals Jacques Lacan heel goed zag: de unieke manier waarop de man/performer zich groot kan maken zonder zichzelf geweld aan te doen. Zelfs niet zichtbaar op een Röntgen, wegens ontbrekend gebeente.
Soit, nu zitten we wel niet meer op de neus-, keel- en oorafdeling. En met die penis wist het operabedrijf ook wel raad, zie de geschiedenis der castraten.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op ‘Sein zum Tode’: hoe een MRI-scan Wagner én de opera ontbloot

  1. paul avermaete zegt:

    Beste Hans, ik zoek nog steeds naar uw vermelding van de 9de symphonie van Beethoven, die ik niet kan terugvinden in uw ‘blogs’, graag aan pav340@gmail.com met dank ! paul

Reacties zijn gesloten.