De Bezige Bij, papieren verzetshelden en Abou Jahjah: business as usual

JajahEr is, zoals u allicht weet, grote heisa ontstaan bij de Amsterdamse uitgeverij De Bezige Bij, omdat ons aller Dyab Abou Jahjah er een contract heeft versierd voor twee boeken (en al een voorschot opstreek), waarvan het eerste “Pleidooi voor Radicalisering” zal heten. Champagne en leut bij de ondertekening. Temeer daar de schrijfkunst van Abou Jahjah niet veel voorstelt, en een handvol ghostwriters er een broodwinning aan over houden.

Nu ja, boeken, het gaat eerder om pamfletten van nog geen 100 blz., vermoedelijk in de stijl die Abou Jahjah ook in De Standaard bezigt: doordrammend, warrig, klagerig-agressief, en vooral bezig met zijn eigen ego in de etalage te leggen. In Vlaanderen hebben we met hem leren leven: er moet in een democratie nu eenmaal ook plaats zijn voor pathetische narren, en als we Böhmermann in Duitsland verdedigen moeten we ook niet flauw doen over het gebral van een zelfverklaarde cultuurmoslim.

Maar de heisa gaat vooral over de zogenaamde identiteit van De Bezige Bij, ontstaan als verzetsuitgeverij in 1943. Schrijvers als Leon de Winter en Marcel Möring, naast Paul Scheffer, vinden het onderbrengen van Abou Jahjah in DBB een belediging aan het Joodse volk, gezien de ‘groezelige Vlaams-Arabische antisemiet’ nu niet bepaald veel sympathie koestert voor Israël en het zionisme.

Papierindustrie

Tja, hoe kijkt een seculiere cultuurVlaming en postmoderne filosoof als ondergetekende daar tegenaan? Abou Jahjah wentelt zich doorheen al zijn geschriften in een soort sacraal slachtofferschap. Slachtoffer van de maatschappij, de ongelijkheid, het racisme. Een overgevoeligheid die breed wordt uitgesmeerd en die ons in feite met een schuldgevoel moet opzadelen, waarna er kan onderhandeld worden over de Wiedergutmachung, zo werkt dat nu eenmaal.

De pro-Joodse gevoeligheid beoogt iets gelijkaardig, maar dan vanuit de andere kant. Er is het eeuwige argument van Auschwitz, waardoor Israël een soort vrijgeleide zou krijgen om een ander volk als Untermenschen te beschouwen en quasi te elimineren. Zogenaamd uit wettige zelfverdediging.

In Nederland is de intellectuele islamkritiek in hoge mate met een sympathie voor het zionisme verbonden. Dat vind ikzelf een foute link, het gaat uiteindelijk in beide gevallen om een door religieus fanatisme geïntoxiceerde ideologie met totalitaire en jawel, ronduit racistische uiteinden.  In Vlaanderen speelt die link iets minder. Al heb je ook bij ons een paar hysterische die-hards die een gezond verzet tegen de sluipende islamisering verwarren met applaus voor Netanyahu.

Dus neen, heel deze discussie rond de vraag of Abou Jahjah door De Bezige Bij mag worden uitgegeven, is vervuild door 20ste eeuwse politiek-correcte dogmatiek en ressentiment van het Grote Gelijk.

Voor de rest begrijp ik niet goed waarom scribenten, die een commerciële relatie hebben met een uitgever, hun veto zouden kunnen stellen omtrent een andere schrijver. Abou Jahjah is gewoon bezig een goed verkopend product te worden, o ironie, mede dankzij het protest van de anti-Jahjah-letterkundigen. Uitgeven is business, er is een markt voor bedrukt papier, en al de rest is praat-voor-de-vaak en mediagelul.

Hoe zat het trouwens ook weer commercieel? De Bezige Bij is onderdeel van het mediaconcern WPG Uitgevers (waartoe ook o.m. Davidsfonds, Manteau en Standaard-Uitgeverij behoren). Dit concern speelt het spel bikkelhard in een poging om midden de slabakkende boekenmarkt overeind te blijven. Het Antwerpse filiaal van De Bezige Bij werd in 2014 gewoon opgedoekt. Begin dit jaar, bij de overname van Davidsfonds Uitgeverij, werd een derde van de personeelsleden aan de deur gezet.

Als de literatoren, die onderdak vonden bij dit Nederlandse uitgeversjuweel, nu echt denken dat ze zich een status kunnen aanmeten die deze van inktkoelie overstijgt, vergissen ze zich. Het is, met alle respect, als een opstand van de varkens in een vleesbedrijf. Een schrijver is maar een middel om het uitgeverswezen én de papierindustrie draaiend te houden. Of hij nu Dyab Abou Jahjah of Stefan Hertmans of Marc Reugebrink heet. Er is de traditie, het verzet, er zijn de principes, maar onderschat, mijne heren, de Hollandse koopmansgeest niet.

 

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op De Bezige Bij, papieren verzetshelden en Abou Jahjah: business as usual

  1. Hans Becu zegt:

    Abu Jj verkoopt gewoon goed omdat hij door de media eerst uitgebreid gesponsord werd.

  2. Ward Schelfhout zegt:

    Op de BRT bestond men het te stellen dat Abu JJ toch “mainstream” was en niet meer de schuimbekkende Vrijheid, Vlaanderen en Westen-hater van 10 jaar geleden omdat hij een plaatsje in de Soirstaart gekregen heeft. De mogelijkheid dat de betreffende krant ondertussen Allen Tegen Vlaanderen en Vlaanderen Naar de Verdoemenis als redactioneel beleid voert kwam bij onze BRT niet op.

Reacties zijn gesloten.