Prometheus revisited: de Dag van de Brandweer is toch ook altijd een beetje een Dag van de Pyromaan.

pyromaanGisteren publiceerde ik een stukje over Hemelvaart en de (politieke) gewichtloosheid dat eigenlijk voor vandaag bestemd was. De overpeinzing van vandaag geldt anderzijds voor de dag van gisteren, Internationale Dag van de Brandweer. Gelieve beide dus gewoon om te wisselen.
Terecht wordt er een dag gewijd aan de brandweerlieden. Te weinig aandacht ging er anderzijds naar diegene zonder wie zij geen reden van bestaan zouden hebben: de pyromaan. Waarom doet hij het, wat bezielt hem? En het gerucht is bovendien waar: menig brand wordt gesticht door spuitgasten zelf (statistieken spreken van 10 tot 20%). Teveel om zomaar van een marginale psychose te spreken: aansteken en blussen lijken twee aspecten van één kronkel in de menselijke geest. Of moet ik spreken van de mannelijke ratio.

De verklaring ligt –u bent niet verbaasd- in de mannelijke seksualiteit: de vrouw moet eerst in vuur en vlam worden gezet, alvorens ze kan geblust worden. Het een kan niet zonder het ander. Een reguliere pompier doet dus maar het halve werk: spuiten zonder opwarmen, het is de daad plegen zonder verleiding, zonder voorspel, iets wat een minnaar met fatsoen absoluut vermijdt. Pyromanen brengen de vrouw op temperatuur, het huis in lichterlaaie oogt als een dame die klaar is om haar heer te ontvangen. Let ook op het woord brandweer-man: het doorstaat alle feministische gelijkheidsdenken, een brandweer-vrouw bestaat gewoon niet.

De ontdekking van het vuur, door antropologen algemeen gezien als hét startpunt van de prehistorische cultuur, kan hoe dan ook niet los gezien worden van het vermogen om het ook te blussen, en wel via het rechtstaande plassen, ook weer aan mannen voorbehouden. Prometheus, die het vuur aan de goden ontstal, zou dat nooit gedurfd hebben zonder uitgebouwde urineerinrichting. Maar gezien dit met het ontstaan van de techniek geassocieerd wordt, betekent het ook dat de bezige, handige man nooit iets van blijvende waarde creëert. Hij maakt zoveel kapot als hij ineen knutselt, als een kind dat zijn speelgoed beu is: de feiten bewijzen het elke dag.
Mannen spelen graag met vuur omdat ze het dan kunnen blussen, en blussen met overgave omdat ze het graag aansteken: meteen mag er een kruis gemaakt worden over alle vooruitgangsdenken. Verontrustender nog is het feit dat heel dat verhaal van de blussende pyromaan de echte seks verdringt. Het gaat met name om een metafoor, iets dat ‘in de plaats komt van’: een brandend huis IS natuurlijk geen vrouw,- dat had u vast ook al bedacht-, het is maar een symbool, een surrogaat.

In die optiek zou de man het vuur hebben uitgevonden om van zijn vrouw af te zijn, en zijn brandstichters én pompiers mannen die symbolen fucken. Geleerden, wetenschappers, filosofen als het ware, nooit met the real thing bezig maar met ‘iets in de plaats’.
Zeer gemengde gevoelens bekruipen nu die huisvrouw naast de man-aan-de-barbecue, de aaibare en ietwat sullige Prometheus in zakformaat, zo met een schortje aan en de pook in de hand. Laat ze hem begaan, bij wijze van hobby en bezigheidstherapie (ondertussen loopt hij niet achter andere vrouwen), en omdat een kok thuis ook wel handig is,- of gaat ze radicaal voor een uitdoofscenario, gedaan met dat stoken en blussen, terug naar de bron, het authentieke origineel, de wip met alles erop en eraan?
De feminisering van onze cultuur gaat dus over een operatie dooft-de-vuren. In de tuin stoken is al verboden, binnenkort komt ook de barbecue op de zwarte lijst. Vrouwen, zet u gehurkt en pist eendrachtig het vuur voorgoed uit. Heel het anti-broeikasgasverhaal komt voort uit een (vrouwelijk) streven naar de vuurloze samenleving, zonder brandstichters en zonder blussers, zonder symbolisch gezever, maar als intelligente zoogdieren gefocust op échte lichamelijke warmte en veel seksuele toeters en bellen.
Dit maar om te zeggen dat wij onze vrijwilligers best wel in de bloemetjes mogen zetten.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .