Hamlet of de existentiële twijfel: even improviseren in de black-out

HamletVandaag, 23 april, is het exact vierhonderd jaar geleden dat ene William Shakespeare stierf, onder meer bekend van zijn Prince Hamlet naar wie de Princekoekjes zijn genoemd.
Het staat natuurlijk goed om te zeggen dat je van Shakespeare houdt, het is zelfs een intellectuele platitude, zoals men Bach, Mozart, Da Vinci en Einstein adoreert.
Het is ook absoluut not done om te zeggen dat je niet van Shakespeare houdt, want dan ben je gewoon cultureel unfähig, om niet te zeggen dom. Daarom wil ik vandaag één enkel personage uit zijn stukken op de virtuele scène zetten, namelijk de Hamletfiguur.
Wie is in godsnaam deze Prins van Denemarken? Toch niet de held die zijn vermoorde vader, als een getormenteerd spook ronddwalend, wil wreken? Wel neen, dat was het onderwerp van de genrestukken uit die tijd, de revenge tragedy waarin de Hamletfiguur al eens eerder van pas kwam.
Wat mij in het hoofdpersonage zo boeit, is de held die overhelt naar de status van anti-held. In het begin zijn we nog mee en geloven we nog in de missie van de rechtvaardige wraak, maar gaandeweg blijkt die prins Hamlet een treuzelaar. Een twijfelzuchtige, inconsequente paljas die het verhaal nodeloos rekt, zo lijkt het, om tijd te winnen via ellenlange monologen, in de hoop dat het publiek afhaakt. Maar dat gebeurt dus niet, integendeel, je hoort een speld vallen als hij begint aan ‘To be or not to be, that is the question’.

Slechte acteur

Die vraag is meteen de Hamvraag: wie ben ik? Wat doe ik hier? Moet ik dit ondergaan, als een speelbal van het lot (‘to suffer the slings and arrows of outrageous fortune’), of kan ik er beter een eind aan maken? Ja zeg man, maak een beetje voort, daarvoor zijn we niet gekomen.
Ineens krijgt die monoloog ook iets komisch en halfslachtig, als viel de held van het verhaal halverwege uit zijn rol om het publiek raad te vragen. De parodie is nooit ver weg, misschien moet Rowan Atkinson alias Black Adder er eens aan beginnen.
Grote consternatie, Hamlet weet eigenlijk niet wat hij in het stuk komt doen. Af en toe gaat het vooruit en is het publiek mee, maar dikwijls ook stokt de actie. Zijn twijfel geldt niet alleen de twijfel van de prins-binnen-zijn-personage, maar ook die van de acteur. Een slechte acteur dus, die zich vragen begint te stellen over de kwaliteit van het stuk, de bedoelingen van de schrijver en de regisseur.
William Shakespeare zet hier dus ook zichzelf te kakken, alleen hele groten kunnen dat. De twijfel van prins Hamlet wordt de twijfel van de speler, en zo deze van de schrijver zelf, een fantast en praatjesmaker die met gezever aan de kost komt. Shakespeare was behalve een begenadigd schrijver ook een gehaaid zakenman, niet te beroerd om eens iets bij een collega te gaan pikken.
Maar Hamlet dus. Die fameuze monoloog blijft intrigeren, omdat hij ons herinnert aan wat we allemaal zijn: acteurs die min of meer gedwongen worden om in een stuk te spelen. Er wordt zoveel over vrijheid georakeld, de vrijemeningsuiting etcetera, maar hoe groot is onze marge echt? Spelen we niet allemaal een rol in een complexe plot, waarvan net de onoverzichtelijkheid elke illusie op een eigen inbreng ontneemt? Of de ultieme schrijver nu god heet, of het toeval, dat maakt weinig uit. U en ik hebben de touwtjes niet in handen, het stuk loopt vanzelf van A naar B en C,- zelfs al maakt u er individueel een eind aan of heet u Prince.
Er blijft dus alleen die monoloog ‘To be or no to be…’, het moment waarop we half uit onze rol vallen. Het moment van de aarzeling, de acteur die zijn tekst vergeten is, de nar, de sul, de filosoof. Inconsequent en tegen de gang van het stuk in, soms ronduit hilarisch of obsceen. Als u zich nog afvraagt waarom ik vandaag het ene zeg en morgen het tegengestelde: het is omdat ik het enerzijds niet weet, en anderzijds om tijd te winnen.
Het is net in de black-out dat de acteur zichzelf overstijgt, even maar, en improviseert, tot de Grote Regisseur hem weer tot de orde roept. Wat net bij deze laatste regel weer is gebeurd. Cut.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

5 reacties op Hamlet of de existentiële twijfel: even improviseren in de black-out

  1. la musaraigne zegt:

    First Rescue 50 ‘ers … inderdaad …na de pubers …

  2. johan hulsbosch zegt:

    Naar eigen zeggen beweert JS de ene dag dit, de andere dag het tegenovergestelde omdat hij het niet weet of om tijd te winnen. Zelfondermijnend gewauwel, als je het mij vraagt. Maar dan heb ik wellicht zijn pointe niet. Maar Sanctorum heeft toch geen pointes, of hoogstens voor een dag. En zo kunnen we nog uren doorgaan. Postmoderne Spielerei die, toegegeven, ook wel eens amusant kan zijn.Jezelf te kakken zetten hoort daar ook bij. JS is dus een “grote” (voor 1 dag?)

  3. Henk Coopman zegt:

    Tom Lanoye vergeleek Bart De Wever eens met Hamlet: “Tomeloze dadendrang, maar op het moment van handelen slaat de existentiële schijterij toe.” Ik geloofde dat Tom Shakespeare kende, maar plots leek hij zich vergist te hebben.
    Tom Lanoye werd toen voor mij een schuttingtaal gebruikende poseur met bakkebaarden, die zowel Shakespeare’s Hamlet, als Vlaanderens BDW op een volkomen voorbijgestreefde wijze interpreteerde.
    Hoe kon hij nog beweren dat Hamlet aarzelt, terwijl deze godverdorie drie moorden pleegt, rechtstreeks verantwoordelijk is voor twee andere, onrechtstreeks voor Ophelia’s waanzin en dood, en bovendien zijn dominante moeder (vergelijk met die van Tom) grondig schoffeerde.
    Zo zwak is Hamlet dus niet. (En Bart volgens mij al evenmin.)

    Hamlet aarzelt nooit: hij “hapert”. Hamlet zegt zelf wat hem scheelt: “Yet I, a dull and muddy-mettled rascal, peak like John-a-dreams, unpregnant of my cause, and can say nothing.” Hamlet aarzelt niet om daden te stellen, maar hij kan of wil niet spreken, zodat hij nooit de ware toedracht van de gebeurtenissen aan het licht brengt en zijn omgeving er voortdurend het raden naar heeft wat er zich werkelijk afgespeeld heeft.
    Hamlet doet het dus (evenmin als Bart) in zijn broek, maar in tegenstelling tot Tom Lanoye’s verbale schijterij, hapert zijn tong.

    Waarom zwijgt Hamlet? Is dat omdat hij door de waarheid te verhullen uiteindelijk zijn moeder wil sparen…
    Neen, Hamlet geeft zelf de reden waarom hij niet spreekt: ik ben “unpregnant of my cause.”
    Hamlet speelt een rol waar hij niet achter staat, zodat hij zijn daden ook niet kan verdedigen. Hij is een figuur die gevangen zit in een wereld met Middeleeuwse trekken die zijn wereld niet meer is. Hij kan niet meer opgaan in zijn rol. Wanneer Hamlets moeder hem vraagt waarom zijn houding zo anders lijkt, antwoordt hij: “Nay, it is. I know not ‘seems’.” Hij kent geen schijn.
    En dit maakt Shakespeare’s stuk zo onweerstaanbaar nieuw: Hamlet doet wat hij moet doen, maar hij kan dat niet langer beamen met zijn woorden, die dus haperen. Het toneelstuk tast het geloof en het vertrouwen aan dat de klassieke wereld (die een schouwtoneel is) waarachtig is. Er worden daden gesteld, maar er is geen waarheid meer voor Hamlet die trouwens eerder het hof verliet om in Wittenberg te gaan studeren. Shakespeare’s toneelstuk is daarom geen “tragedie” meer… en daarmee zeer modern.

    En dat is natuurlijk wat Tom Lanoye wilde: dat BDW’s opkomst op de klassieke Belgische scène tragisch afloopt. Maar BDW was op dat moment zoals Hamlet een politieke figuur die niet meer paste in de paternalistische feodale Belgische constructie. Hij geloofde niet meer in theater en stond in tegenstelling tot Lanoye niet “op scène”. Hij haperde…

  4. Henk Coopman zegt:

    Ondertussen lijkt Lanoye toch zijn les geleerd te hebben: http://www.standaard.be/cnt/dmf20160422_02253175 .

  5. Marc Schoeters zegt:

    Al meer dan vierhonderd jaar worden we om de oren geslagen met dat “To be, or not to be: that is the question.” En in die vier eeuwen heeft bijna niemand opgemerkt dat in het laatste bedrijf (Act V, Scene 2) Hamlet zelf tegenover zijn vriend Horatio heel duidelijk het antwoord geeft: “Since no man has aught of what he leaves, what is’t to leave betimes? Let be.” Geniaal! Let be!

Reacties zijn gesloten.