Dag van de lethargie: het leven als slaapwandeling én zoeken naar de uitgang

DelvauxVandaag is het, u raadt het nooit, de Internationale Dag van de Slaap. Ach, een paar muisklikken leren ons dat dit een initiatief is van het Amerikaanse World Sleep Day Committee, op zijn beurt een aanhangsel van de World Association of Sleep Medicine, zeg maar de slaappillenlobby.
Toch vraagt dit thema om onze meer dan gewone aandacht, want slapeloosheid maakt ons tot wrakken, en iemand uit zijn slaap houden is een beproefde marteltechniek. Er moet geslapen worden, doorheen alle jachtigheid en stress, en daartoe biedt de farma-industrie een heel gamma van middeltjes aan, soms erger dan de kwaal, maar soit.
Zelf ben ik een enthousiast slaper, wetende dat 95% van wat ik schrijf droomsgewijs wordt voorbereid en ik ’s morgens alleen maar moet kijken wat mijn handen met het toetsenbord doen. Ecriture automatique dus, en waarom slapen uiteindelijk toch geen tijdverspilling is. Wanneer Freud de droom interpreteert, als monoloog van ons onderbewuste, dan brengt hij eigenlijk hulde aan de slaap die de droom ontvangt. Eventueel helpt de doctor medicus de natuur een handje via narcose of hypnose, zo onze oogleden niet willen sluiten.
Daarmee echter doet een nieuwe figuur zijn intrede in het verhaal: de geheimzinnige persoon die de slaap verwekt. U denkt aan ex-nieuwslezer Jan Becaus of de Mattheus-passie van Bach, maar ik zie het ruimer: stel dat er ooit een superdokter aan het werk is geweest die op tijdstip X de naald hanteerde, of gewoonweg met zijn zemelstem een formule uitsprak en… baf, daar hebben we gelegen.
Alles is dus sinds die big bang een Morfisch gebeuren, een droom, soms een nachtmerrie, of soms ook wel helemaal niets, vergetelheid. Het feit dat ik dit schrijf en het feit dat u dit leest, of wat we ook straks gaan doen: heeft allemaal weinig belang, want echtheidswaarde heeft het niet.
Je hebt dus mensen die niet kunnen slapen, en mensen die niet uit hun bed geraken. Zij zullen zich met veel succes wenden tot de World Association of Sleep Medicine. Los daarvan, en fundamenteler, is de vraag of we niet sinds mensenonheugnis in een al dan niet collectieve toestand van halfbewustzijn zijn geraakt, waarbinnen echt en fictief compleet verwisselbaar zijn.
En zo is die Internationale Dag van de Slaap, mits enig out-of-the-box-denken, een internationale dag van de lethargie. We denken wel dat we leven, maar eigenlijk zijn we Schone Slaapsters, wachtend tot een prins voorbijkomt en ons wakker kust. Of zelfs niet.
Want het verlangen om te ontwaken doet zich zelfs in de diepste nachtmerrie bijna niet voor. Dat is de reden, denk ik, waarom we niet in staat zijn om deze wereld, laat staan onszelf, te veranderen: we geloven gewoon niet in onze eigen waaktoestand, en zweven verder als somnambules, quasi-gewichtloos, als een foetus.
Socrates, zoon van een vroedvrouw, zag zichzelf, precies daarom, als een vroedmeester die de mens eindelijk uit zijn ongeboren staat van langslaper wou halen. Het doek in twee scheuren. Nieuwe big bang, maar nu naar het echte leven. Een té grote ambitie wellicht, want wie zegt dat ook Socrates geen amusante schim was in het dromenrijk, samen met alle filosofen/wereldverbeteraars en hun praatjes?
Enfin, het feit dat niemand me kan bewijzen dat ik wakker ben, maakt mijn afkeer tegen slaappillen nog sterker, en mijn wantrouwen jegens hypnotiseurs van allerlei slag nog groter.
En is er toch de hoop dat een medeslaper,- dat ander stukje van de tweeling waar we allemaal naar op zoek zijn,- mee de overtocht beraamt onder het motto ‘risquons tout’. Cogito ergo sum, maal twee, op weg naar de uitgang. Waakwel.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .