En het gelukkigste land is… Denemarken

Waarom zijn de ‘gelukkigste’ landen zo op hun soevereiniteit gesteld?

Het lijkt eerder op een mondiale variant van de Eurovisie-songwedstrijd: de World Happiness Index, zijnde een door de VN opgestelde ranking van ‘het gelukkigste land ter wereld’. Een maximum van 10 punten valt er te verdienen op collectief goed gevoel.

Niet helemaal verrast zijn we door uitslag: Denemarken voert de lijst aan (7,526 punten), op de voet gevolgd door Zwitserland en IJsland. Daarna volgt zowat heel Scandinavië plus Australië en Nieuw-Zeeland. België vinden we op de 18de plaats: niet slecht, maar toch ook niet schitterend voor de welvaartstaat die we volgens de OESO schijnen te zijn.

Het onderzoek werd uitbesteed aan het internationale pollingsbureau Gallup, dat vorig jaar ook al uitpakte met de conclusie dat de Belgen de toekomst op economisch vlak bijzonder zwart inzien, alleen nog gevolgd door een handvol ‘failed states’ zoals Libanon en Kosovo. Dit om die 18de plaats op de geluksladder dan toch weer enigszins te relativeren.

Het gevoel achter de cijfers

Want ja, geluk is zowat het allermoeilijkst te meten begrip, anders hadden filosofen er zich gedurende een paar millennia het hoofd niet over gebroken. Natuurlijk weten we dat het biologisch gaat over endorfine, ook genoemd het gelukshormoon, aangemaakt door onze hersenen en bevorderd door uiteenlopende bezigheden als chocolade eten, seks, of de favoriete muziek bij een glas wijn. Maar collectief geluk, misschien beter gekarakteriseerd als algemeen welzijnsgevoel of levenskwaliteit, daar moet een bureau als Gallup een aantal zinnige parameters aan kunnen verbinden. Wat maakt dat een land, een volk, een gemeenschap zich ‘goed in zijn vel’ voelt?

Ik heb de moeite genomen, het begeleidend researchdocument ‘The Distribution of World Happiness’ voor u door te nemen. De economen (want dat zijn het dus vrijwel allemaal, een filosoof ga je onder het gezelschap niet vinden) onderscheiden de volgende criteria: inkomen (bnp), levensverwachting gemeten in ‘gezonde jaren’, waarde van het sociaal vangnet, vertrouwen in de overheid, vrijheid om keuzes te maken, en tenslotte generositeit (hoeveel wordt er gegeven aan goede doelen).

Op zich geen slechte waardemeters, maar zoals men in het Frans zegt: ‘Un train peut en cacher un autre’. Want ja, Denemarken, is dat nu toevallig ook niet het land met het strengste migratiebeleid in Europa? En eisen de Denen ook niet van de migranten, die een verblijfsvergunning krijgen, dat ze zich echt het Deens eigen maken? Moeten we dit dan als zuurtegraad zien, en dus in tegenspraak met dat hoge gelukscoëfficiënt?

Het antwoord is duidelijk maar politiek weinig correct: de Denen voelen zich goed in hun vel omdat ze zich thuis voelen in eigen land, en waarde hechten aan ‘identiteit’. In heel het 42 bladzijden tellend Gallup-researchdocument komt dat woord niet eens voor, laat staan de woorden ‘volksverbondenheid’ of ‘natiegevoel’. Terwijl dat vermoedelijk de achtergrond is waarop de (in meerderheid louter kwantitatieve) peilinggegevens moeten geplaatst worden.

Zwitserland, de grote geluksconcurrent van de Denen, is ook al zo’n geval. Voor de Zwitsers, niet tot de EU behorend, is soevereiniteit heilig. Uiteraard zal dat hoog bnp wel een rol spelen, maar ik vermoed dat ook hier het cijfer iets oncijfermatig, iets globaler verbergt, namelijk,- horresco referens,- een vorm van volksnationalistisch buikgevoel waardoor mensen de ‘oikos’ ervaren, dat wat hen bindt, en ook grenzen willen stellen. Overigens, ook Australië en Nieuw-Zeeland, behorend tot de top-tien, gaan niet bepaald door voor open-deur-landen.

Maar zoals gezegd is dat voor Gallup een taboe. IJsland, dan, het derde-gelukkigste-land-ter-wereld. Dit stamland van de Vikings draait economisch goed, maar dan wel mede dankzij de massaal ondersteunde beslissing in 2010 om de banken, verantwoordelijk voor de financiële crisis, te laten failliet gaan en de burger niet te laten opdraaien voor het debacle. Opnieuw dus: sterke soevereiniteitsreflex en even sterke sociale cohesie, ook al bevorderd door een taal die voor een ‘non-native’ niet te begrijpen valt en waardoor het migratieprobleem zich ook nauwelijks stelt. Daarbij, geef toe: welke Syriër of Afghaan wil nu leven op een ijskorst waar het 6 maanden per jaar donker is. Of hoe de natuur het geluksgevoel een handje helpt.

Conclusie, extreem kort door de bocht, hou me tegen wie kan: collectief welzijn heeft (ook) te maken met een burgerlijk gedragen gevoel van eigenheid, een vleugje xenoscepsis, en af en toe zelfs een opgeheven middenvinger naar de desiderata van de Internationale Gemeenschap. Maar een door de Verenigde Naties gesponsorde peiling kan dat natuurlijk niet naar buiten brengen. Enige zelfcensuur was de Gallup-specialisten dan wellicht ook niet vreemd, al komt de waarheid achter de cijfers toch naar boven.

Dunderwetter nog aan toe, heb ik nu toch weer zo’n rechtsdraaiend stukje geschreven. Morgen maak ik het voor u goed, of slecht, want geluk mag zich wel eens verplaatsen.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op En het gelukkigste land is… Denemarken

  1. Jan Braeken zegt:

    Volgens mij faalt elke definitie van- en statistisch onderzoek over geluk, omdat we allemaal grenzeloos verschillen van elkaar, en omdat ons desiderama, het panorama van onze wensen, verlangens en overeenkomstige visie, voortdurend te klein is. Niet alleen zijn we voortdurend tot meer in staat : het bereik van onze mogelijkheden wordt permanent, oneindig onderschat.

Reacties zijn gesloten.