Poepsimpel: voor de VRT leeft de gemiddelde Vlaming in een stripverhaal-universum

linksrechts4

We kennen het allemaal: het beeldmateriaal dat de televisie ons toont bij een ‘item’. Gaat het over de brandstofprijzen, dan moet een tankstation getoond worden, betreft het de bankencrisis dan krijgen we steevast een biljettenautomaat te zien. Dwangmatig doet het medium wat het sinds zijn geboorte altijd heeft gedaan: plaatjes tonen bij een tekst, of omgekeerd. Meestal stoort het niet, maar het is soms wel een belediging van het gezond verstand en, erger, doet het bij sommigen het idee rijzen dat bij elke tekst, bij elk woord, bij elke gedachte een plaatje moét horen. Kleuterklaslogica dus, en zelfs dan.

‘Poepsimpel’ is een stukje vooravondprogramma van de VRT, waarin een moeilijk begrip op een bevattelijke wijze wordt uitgelegd. Op zich lovenswaardig. Eergisteren mocht onderzoeker Dries Bostyn, sociaal psycholoog aan de UGent, komen uitleggen wat een ‘moreel dilemma’ was, en gebruikte het voorbeeld van een treinwissel: er staan vijf mensen op de sporen, maar als je de wissel overhaalt en de trein afleidt zal hij een andere spoorwandelaar doden. Waarvoor kies je?
Er werd ook een politieke dimensie aan toegevoegd, al iets gladder ijs: mensen met een ‘rechtse’ ingesteldheid zouden eerder geneigd zijn om de hendel over te halen dan ‘linksen’.
Vandaag weten we dat links en rechts troebele, gedateerde en zelfs onwetenschappelijke begrippen zijn, maar tot daar aan toe. De VRT beschikt echter ook over een scenarist die daar een tekenfilmpje bij bedenkt, alsof we anders echt niet snappen waarover het gaat. Een plaatjesmaker dus. En daar liep het fout, dat zag een klein kind.
Want de linkse rakker werd als een hasjrokende hippie voorgesteld, de rechtsdraaiende mens als een nazi met Hitlerbles en zowaar iets swastika-achtig op zijn arm. Op de achtergrond klonk de Vlaamse Leeuw. Tja.
Een handvol flaminganten is bij de VRT gaan protesteren omwille van deze karikatuur, waarna de openbare omroep het filmpje off line haalde. Maar het is eigenlijk veel erger: het filmpje beschouwt vooral de Vlaming als een randdebiel die niet in staat is om een uitleg tot zich te nemen zonder tekeningetjes van twee dummies. Het stripverhaaluniversum dus.
Nu ben ik een groot liefhebber van, om het met een lelijk woord te zeggen, ‘vulgarisatie’, en ben ik ervan overtuigd dat een pedagogisch talent aan een normaal kind van tien de relativiteitstheorie verkocht krijgt. Daar hoort uiteraard wat beeldmateriaal bij.
Maar abstract denken is een wezenlijk menselijk vermogen, en dat moet ook, zoals alles, ingeoefend worden. Het onderwijs gaat er in dat opzicht onmiskenbaar op achteruit: door alles ‘aanschouwelijk’ te moeten voorstellen, wordt de zin voor abstractie onderdrukt en kweekt men individuen op die weerloos overgeleverd zijn aan beeldmanipulatie.
De publieke omroep zou zich dus vooral daarvoor moeten verontschuldigen: kijkers, ook die van de vooravond, zijn niet achterlijk. In plaats van de prentjesmaker aan het werk te zetten, moet er aan taalcreativiteit gedaan worden, maar dat is ook al zo’n heikel punt op de verschillende onderwijsniveaus.
De reductio ad Hitlerum hebben we nu wel gehad, de cartoonisering van het menselijk denken ook. Het is niet de bedoeling dat de VRT het ouderwetse principe van volksverheffing vervangt door de postmoderne verkleutering via groteske karikaturen. Intelligent beeldgebruik is aanbevolen, gewone taalcreativiteit blijft een werkpunt, ook voor een audiovisueel medium, vooral dus voor de publieke omroep.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Poepsimpel: voor de VRT leeft de gemiddelde Vlaming in een stripverhaal-universum

  1. bertie zegt:

    Waar is de boeiende tijd van leerzame schooltelevisie gebleven? Roland Verstraelen die “Een meisje wordt vrouw” diepzinnig van commentaar voorziet, toen de videorecorder nog moest uitgevonden worden, en geen pauzeknop kon gehanteerd worden telkens het naaktmodel in beeld kwam. De montage hield daar wel rekening mee, en een draaiende longshot in close-up van borsten naar schaamhaar duurde net lang genoeg voor een kleine erectiele kans.
    Voor memo-tv waren ze veel te jong, maar diverse familieleden en kennissen van mij figureren in achtergrondbeeldmateriaal bij nieuwsberichten. Het is dan daags nadien opvallend hoeveel mensen zulke door de nieuwsredactie jarenlang herkauwde beelden, toch herkennen en me daarop aanspreken, als betrof het koetjes en kalfjes.
    Taalcreativiteit behoort niet tot de eindtermen. Tegenwoordig ben je al een uitblinkende kei wanneer je zonder fouten kan schrijven, want de meesten van onze nieuwgediplomeerden kunnen zelfs dat niet meer. Het is een illusie te denken dat spellingregels onbelangrijk zijn en dat “iedereen toch begrijpt wat je bedoelt” wanneer je er zo maar op los schrijft. In De Tijd stond onlangs een aanvangszin met een kanjer van een dt-fout, die het artikel compleet onverstaanbaar maakte. Het begon als volgt: “Aanvankelijk putten beleggers moet uit een aantrekkende olieprijs (…)”. Voorzeker geschreven door een misslaande reporter, die moedig geslaagd was voor zijn golfende eindtermen.
    Want de eindtermen zijn ingevoerd als minimum minimorum aan kennis die iedereen moest bezitten om over te kunnen gaan naar het volgende niveau. Vandaag mag je in vele scholen overgaan wanneer je “slaagt” voor de eindtermen, dat wil zeggen “de helft behaalt”. Waarheen dat ons onderwijs in de toekomst brengt, weet iedereen: naar volmaakte deskundigheid.
    Volgens de definitie: een deskundige is iemand die steeds meer weet over steeds minder, tot hij ten slotte echt àlles weet over helemaal niets.

Reacties zijn gesloten.