► NEEN aan de vercaspering: hopelijk krijgt deze schoonheid geen naam en zien we haar nooit meer.

Begin 2016 richtte ik een bedrijfje op, gespecialiseerd in schrijfproducten: een boek, een artikel, een speech, een gedicht, een menu,- één adres. Er is nog niet één bestelling binnengelopen en ik maak ook geen reclame, want anders ontbreekt de tijd om gratis filosofische stukjes zoals dit te schrijven. Overigens, met deze bedrijfsvriendelijke regering van N-VA en liberalen breken glorierijke dagen aan voor kleine zelfstandigen en wordt dit voorwaar een goudmijn.

Uiteraard moet een schrijver zijn fantasie gebruiken om eerst en vooral een geschikte naam te bedenken voor zijn zaak: het werd Octopus, met als logo een eerder kleine, blauwachtig-doorschijnende inktvis. Ik ben nu eenmaal een oceanofiel zonder zwembrevet, en in de octopoda, sinds de prehistorie weinig geëvolueerde wezens die met inkt spuiten om hun belagers in verwarring te brengen, herken ik me helemaal.
Twee rustige maanden gingen dus voorbij in de diepzee, tot dit bericht zopas opdook: in de Stille Oceaan nabij Hawai werd op 4000 meter diepte een onbekende Octopussoort gesignaleerd die als twee druppels water lijkt op mijn gefabuleerd logodier. Natuurlijk is dat beest er al veel langer dan mijn hersenspinsel, dus moet het een voorgevoel geweest zijn. Maar waarvan?
Dat de oceaan nog vele geheimen bergt, is een redelijk vermoeden. Maar zonder twijfel is het voor die geheimen beter dat ze niet ontdekt worden, gezien de enorme destructieve kracht van de homo sapiens. Is het goede gedoemd om verborgen te blijven, en is de ontdekking desastreus? Ja, ik geloof het wel, en de bewijzen stapelen zich op.
Sinds de dorpsherberg  ‘In de Verzekering tegen de Grote Dorst’ van mijn goede vriend Yves Panneels (enkel op zondagmorgen open), gelegen in het Pajottenland ik-zeg-niet-waar, door een internationale gids is uitgeroepen tot ‘beste café ter wereld’, is het daar op en afrijden van bussen vol Amerikanen en Japanners. Overrompeld en kapotgeglobaliseerd zal Yves, vrees ik, moeten onderduiken, nog dieper in la Flandre Profonde, om te redden wat nog te redden valt. Bekend maakt bemind, bemind smaakt plat.

Met de gespotte Hawaiaanse octopus is het niet anders. Al meteen werd hij ‘Casper’ gedoopt, naar een onnozele baby-inktvis in cartoonformaat. The hell, nog dieper zal hij moeten gaan, om de geavanceerde duikboten te ontwijken: een filosoof zou voor minder zwijgen en onder een steen kruipen. De schoonheid van dit blauw-witte wezen, dat eigenlijk in totale duisternis leeft, is niet om geconsumeerd, zelfs niet om geobserveerd te worden. Het menselijk kennisproject stuit hier op zijn intrinsieke grenzen: als we alles kapot maken wat in ons bereik komt, moeten we tenminste de generositeit hebben om er met onze poten af te blijven en rechtsomkeer te maken.
Meer kunnen we niet doen, en meer hoeft ook niet. En vooral: geef die schoonheid geen naam en breng haar niet in een klasse onder. Weerom schemert de roman ‘De Naam van de Roos’ van de onlangs overleden Umberto Eco door. Wij geven maar namen en stempelen maar af, terwijl de natuur zich daar niets van aantrekt en naamloos zindert in de eeuwigheid.
Dus ja: schijnwerpers doden, alleen de verborgenheid kan ons redden. Ook een bizar motto in dit mediatijdperk waar werkelijk iedereen zichtbaar wil zijn, the sky is the limit.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op ► NEEN aan de vercaspering: hopelijk krijgt deze schoonheid geen naam en zien we haar nooit meer.

  1. bertie zegt:

    Fascinerende quizkennis, maar het diepste punt op aarde ligt verder weg onder het zeeoppervlak dan de Mount Everest hoog is. De Marianentrog in Caspers buurt is 11 kilometer diep en reeds in 1960 stelde ene Piccard vast dat het daar beneden krioelt van levende wezens. De kans dat we dus daar grote groene griezels aantreffen is oneindig veel geloofwaardiger dan pakweg op Mars. Honderden toeristen trekken jaarlijks naar het dak van de wereld om er in een overmoedige zoektocht naar hun eigenste Yeti buitensporig veel afval achter te laten en verder niets. Onze vriendelijke spookoctopus kan volgens mij toch geruster zijn, na het onverwachte bezoek aan zijn niveau van een bathyscaaf met kermisverlichting. Buiten gefantaseerde actiehelden van Clive Cussler en echte baro-hydrofielen als Robert Ballard en Titanic-regisseur James Cameron, slagen er maar weinig mensen in om zo diep te zinken, en terug boven te komen.

  2. Yvo Gijsbers zegt:

    De gelijkenis met de schorpioen is treffend: “een filosoof zou voor minder zwijgen en onder een steen kruipen.”…

Reacties zijn gesloten.