Marcel Broodthaers, of de transformatie van mislukkeling tot revolutionair genie

mosselpotWat is de overeenkomst tussen een mosselpot en een nazi-verbrandingsoven? Het ligt niet voor de hand, behalve als u onderstaande ezelsbrug over durft te lopen. En er niet af valt.
Momenteel loopt in het Museum of Modern Art te New York een prestigieuze Broodthaers-retrospectieve. Marcel Broodthaers (1924-1976) kennen we allemaal als de man die de banale mosselpot uit de keuken haalde en transformeerde tot kunstwerk waar een prijskaartje van een half miljoen euro aan hangt.
Marcel Broodthaers begon zijn carrière als dichter van poëzie die voor geen meter verkocht. Helemaal berooid en wanhopig besloot hij in 1964 om de onverkochte exemplaren van zijn bundel ‘Pense-bête’ op een gipsen sokkel in te metselen en als beeldend kunstwerk te verkopen. Naar eigen zeggen wou hij als nietsnut ‘iets onoprecht uitvinden’ dat hem eindelijk de artistieke roem zou bezorgen. Wat nog lukte ook: het werd een sleutelwerk in de zogenaamde conceptuele kunst.

De mislukte kunstenaar intrigeert me enorm,- veel meer dan de artiest die gestaag opbouwt,- net omwille van dat omslagpunt. Een ontpopping tot iets anders, dat zijn mislukte voorgeschiedenis helemaal opheft. De carrièrewending van Marcel Broodthaers toont bovendien aan hoe ‘revolutionaire kunst’ ontstaat als een strategie van het individu om weerwraak te nemen op de maatschappij die hem miskent. Bij Broodthaers uit zich dat in een cynische minachting voor de kunstmarkt, die hij vanaf nu met rommel zal bestoken, dure rommel die hem rijk zal maken en de museale cultuur belachelijk. Er zit dus wel een behoorlijke dosis rancune in die ‘Pense-bête’, en uiteraard alle mosselpotten die zouden volgen: objecten die strikt genomen alleen de prijs van de casserole waard zijn, de rest is fictie en fantasme. Wat Broodthaers dus ook heel goed besefte en zelfs ronduit toegaf.

gaskamerTotaalkunstwerk

De wraak van de mislukte artiest? Dat brengt ons naadloos bij de biografie van Adolf Hitler, en nu haken alle Broodthaers-fans beslist af. Toch is ook Hitler het typevoorbeeld van de mislukkeling, sociaal én professioneel, die zich op een grandioze wijze herpakt door het verleden te begraven en te verpoppen tot een nieuwe, charismatische gedaante, excellerend in een universum dat hij zelf zo ongeveer uitvindt.
Tot twee keer toe buisde Hitler voor het ingangsexamen van de Weense Academie voor Beeldende Kunsten, voor hij zich bewust werd van zijn politieke missie en zich vanaf 1925 ‘Führer’ liet noemen, dus lang voor er sprake was van een nazipartij. De vraag is, of Adolf zomaar van beroep veranderde, dan wel zijn mislukt kunstenaarsschap transcendeerde tot de realisatie van het ultieme conceptueel kunstwerk, zijnde het Derde Rijk en zijn nationaal-socialistische ideologie. Met inbegrip van alle objecten, sites, performances: uiteraard de fameuze parades, de opzwepende marsmuziek en de redevoeringen, maar ook de oorlog, de concentratiekampen en de gaskamers.
Auschwitz als glimp van het radicaal-nieuwe totaalkunstwerk, waarbij een enorme hoeveelheid negatieve energie vrij komt, een mengeling van wraak en euforie, eindigend met het motto ‘het Duitse volk zal samen met mij ten onder gaan’. Götterdämmerung, laatste bedrijf.

We zouden natuurlijk kunnen gaan speculeren: wat als Hitler wél een geslaagd kunstenaar zou geworden zijn,- een veel gestelde hypothetische vraag. Maar ook: wat als de auteur van Pense-bête nooit met zijn mosselpotten was doorgebroken? Hoe zou de wereld er dan uitgezien hebben? Uiteraard is de analogie tussen de bio’s van Marcel Broodthaers en Adolf Hitler noch kunsthistorisch noch politiek aanvaardbaar. De neo-nazi’s willen niet met mosselschelpen vergeleken worden, en de moderne kunst nog minder met gaskamertoestanden. Net daarom zit er vermoedelijk een kern van waarheid in, en is kunst een gesublimeerde vorm van geweld. Bijzonder nuttig zelfs, want ze vormt psychopaten, sociopaten en potentiële massamoordenaars om tot rebelse creatievelingen die eigenlijk geen vlieg kwaad doen, hooguit wordt er eens een dozijn katten van de trap gegooid.
Deze therapeutische benadering van kunst –en zeg maar meteen cultuur- maakt zelfs het subsidiemechanisme zinvol, als offer om de waanzin binnen de perken te houden. En ja, kunst kan wel degelijk de wereld redden: een motto dat toch levensgroot aan de ingang van de Weense ‘Akademie der bildenden Künste’ hoort te staan.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op Marcel Broodthaers, of de transformatie van mislukkeling tot revolutionair genie

  1. Jan Braeken zegt:

    Ik vrees dat het hout van deze ezelsbrug rot is. Hier baat geen filosofisch timmerwerk meer. Beter opstoken 🙂

  2. Greta Troubleyn zegt:

    Moules mangent moules,
    Moules moulent moules,
    Moules motivent moules.

Reacties zijn gesloten.