Tussen ‘body-art’ en verminking: hoe het systeem ons lichaam steeds weer probeert te onteigenen

Vandaag opent in het Antwerpse MAS de expositie ‘Body Art’ zijn deuren voor het publiek. De groots opgezette thematentoonstelling gaat over lichaamsversieringen in de breedste zin van het woord. Traditionele ingrepen zoals juwelen, schmink, tattoos, piercings, maar ook ver- (of mis-) vormingen zoals religieus-rituele inkervingen in de wang, de ingebonden voeten van Chinese meisjes en vrouwen, de extreme insnoering van de taille via een korset.
De toon van de expo is over het algemeen positief-multicultureel en folkloristisch, onder het motto: het lichaam is een canvas waarop mensen hun ding kunnen doen.
Maar is dat wel zo? Zijn wij eigenaar van ons lichaam en kunnen wij er vrij over beschikken om een zogenaamde ‘identiteit’ uit te drukken?

Ik heb er mijn bedenkingen over, en meteen over heel de bijna euforisch-aandoende dollepretsfeer, inclusief tattoo-shop, die je ook vindt op eroticabeurzen.
Ik zal maar meteen een extreem voorbeeld aanhalen van een ingreep die ook met diversiteit en culturele identiteit te maken heeft, en waar de lichamen in kwestie bijzonder weinig plezier aan beleven.
Uit statistieken van het Kinderrechtenfonds van de Verenigde Naties Unicef blijkt dat momenteel bijna één op de vijf jonge meisjes in Sub-Saharisch Afrika nog steeds vaginaal besneden wordt, waarbij de clitoris, de grote en de kleine schaamlippen met een scheermesje worden doorkerfd. Deze gruwelijke verminking die met onbeschrijflijke pijn gepaard gaat, berooft een vrouw levenslang van seksueel genot en zorgt voor blijvende ellende bij het plassen en de menstruatie.

Brandmerken

Nu zult u zeggen: ja, maar die meisjes ondergaan dat gedwongen, terwijl volwassenen bij ons wél kunnen kiezen voor hun tattoos, piercings, en tutti quanti. Dat is nog maar de vraag.
De extreme insnoering tot wespentaille, gebruikelijk in de burgerij tijdens de Victoriaanse tijd en onze Belle Epoque, leidde tot skeletvergroeiingen, misvormde levers, milt en buikorganen. Deden die vrouwen dat vrijwillig? Neen, het was de mode die het dicteerde, en voor schoonheid moet je nu eenmaal lijden. Idem vandaag voor dames die hun voeten breken op naaldhakken of heren met een ring door hun penis: ze doen het omdat het van hen verwacht wordt, of omdat ze denken hiermee hun sociale status te verhogen.
Op die manier kom ik tot een andere lezing van het body-art-fenomeen. Het gaat om repressie, stigmatisering en uiteindelijk verinnerlijkte dwang, d.w.z. dat men het niet meer als dwang aanvoelt.
Vandaag zijn de korsetten vervangen door de diëten, en de misvormde levers door anorexia-verschijnselen. Maar in essentie blijft er de aanslag op het lichaam door het systeem via de zeden, de mode, de collectieve regels. De tattoos en piercings behoren tot dezelfde ‘vrijwillige’ martelpraktijken die een vorm van ‘schoonheid’ opleveren, maar altijd voor de andere, de omgeving, de groep. In wezen zijn en blijven het brandmerken, symbool van een maatschappelijke orde en hiërarchie.

Bij een virtuele wandeling doorheen de expo vind ik van dit repressieve facet in de ‘lichaamsversiering’ te weinig terug. Waar is het vrije, naakte, niet-in-beslag-genomen lichaam? Nergens. Vrijwel alle decoraties, ook onze hippe westerse bodybuilding, maken deel uit van een complex systeem van groepsdictatuur. Net omdat ze voorgesteld worden als vrije keuzes, zijn ze des te dwingender en niet voor kritiek vatbaar.
De integriteit van het lichaam moet een radicale eis blijven. Daarom ga ik voor het onopgesmukte, niet-gecorrigeerde lichaam dat als onaf, onesthetisch of ‘lelijk’ wordt gecatalogeerd. Te groot, te klein, te dik, te dun. En net daardoor helemaal zichzelf.
De kracht om te zeggen: ‘ik wil dit helemaal niet’. Body-art zonder art, noem het maar natuurlijke schoonheid.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .