Het Brusselse autosalon, of het Museum van oer-mannelijke Wensdromen

autosexVandaag weinig tijd voor een stukje want ik word verwacht op de persvoorstelling van het 94ste Brussels Autosalon, zoals steeds in aanwezigheid van prins Laurent, de dynastieke telg met de zware voet die regelmatig zijn rijbewijs moet inleveren en daarom ijvert voor een speciale licentie voor wagens die aan 300 km/u mogen toeren. Noblesse oblige.

Er zijn eigenlijk maar twee echt legendarische jaarevenementen op de Heizelvlakte, en elk verwijzen ze naar de pre-agrarische samenleving toen mannen nog op jacht gingen en vrouwen bessen plukten: het Autosalon en het Voedingssalon.
Dat de automobilist de schaduw is van de aloude jager/nomade/predator staat buiten kijf. De weg is de jungle en daar hoort gezonde agressie bij. Auto’s staan in dienst van mannelijke hormonen, snelheid, reflexen, onderlinge rivaliteit, en solidaire strategieën tegen hét te mijden roofdier, zijnde de arm der wet.
Vrouwen hebben daarom in het verkeer eigenlijk niets te zoeken, tenzij als opgejaagd wild.
De zogenaamde zwakke weggebruiker is zonder meer een beta- of zelfs omegadier. De auto is het moderne paard (daarom wordt het vermogen nog steeds uitgedrukt in paardenkracht, PK), en fietsers mogen van de weg gereden worden omdat ze op een vals paard rijden, zijnde een ezel (etymologisch komt ‘fiets’ van het Duitse vice-pferd, wat zoveel betekent als ersatz-paard).

RuttenAuto’s moeten ook gevaarlijk zijn en soms zelfdestructief: niets is zo weinig sexy als het begrip ‘veiligheid’. De jager doodt maar kan ook zelf te pletter slaan, in zijn jacht op prooi die altijd vrouwelijk van teken is, kijk maar naar de autoreclame.
De ultieme afrit is de vagina, die tegelijk een afgrond kan zijn,- anaal spookrijden blijft een optie. Eros en dood, niemand omarmt beide zozeer als de hardrijder.
Vandaar, de zelfrijdende auto van Google,- u zult hem met een vergrootglas moeten zoeken op het Autosalon, want welke jager wil nu in een soort kinderwagen rondschokken. chinaOok al dat elektrisch spul en de milieuvriendelijke toestanden: de auto is gewoon niet eco, laat dat over aan het openbaar schapenvervoer. Auto’s horen geraffineerde olie te verbranden, lawaai te maken, de stomende uitlaatpijp op de achterligger te richten, en één stevig gebumperde solitair te herbergen die zoveel mogelijk plaats in neemt.
Wat de seksuele dimensie betreft, is het wel jammer dat de autobabes op het salon steeds zediger gekleed zijn, onder druk van het feminisme. Vroeger werden er steevast mannelijke bezoekers betrapt die zich masturbeerden nabij de bikini-meiden van vooral Japanse auto’s (in China zijn het zelfs 5-jarige lolita’s). Dat is normaal, daar betaal je ook 15 Euro voor, zeker als ze Gwendolyn Rutten heet, maar begin je maar eens af te trekken bij zo’n vormeloze soepjurk, of, godbetert, een broekpak. Neen, een knoert van een versnellingspook (weg met de automatique!) vraagt om duidelijke signalisatie.

toyotaEn via deze testosteron-lectuur van het Autosalon komen we ook op de grootste troef uit van het autoverkeer en zijn bolides: de mannelijke jager is veelkleurig, zijn voorvader komt trouwens uit donker Afrika. Hoezeer vrouwen en kinderen zich ook uit de voeten moeten maken, onder de mannen heerst een amicale complotgeest, afgezien van een incidentele vechtpartij om een parkeerplaats.
De gemotoriseerde openbare weg is daarom nog een van de weinige echt multiculturele plekken in deze samenleving: autochtonen én allochtonen delen haar broederlijk, in de haast om door zone 30’s te gieren, in de file te staan, of flitspalen te verschalken. De straat kent racisme, maar niet de baan.
Dat ziet men al aan de statistieken over vluchtmisdrijf na het doodrijden van voetgangers of fietsers: Marokkanen, Belgen, en straks ongetwijfeld Syriërs en Afghanen,- allen rijden ze door en verbergen hun bolide tijdelijk bij familie, zoals dat hoort na een jachtaccident. Alleen al daarom moet de auto, en dan liefst in zijn extreme vorm van macho-cultobject, behouden blijven: ze verenigt mannen en kanaliseert agressie, zonder onderscheid van ras of kleur.
Bovendien, de grote voorliefde van IS voor Toyota-pick-ups en landcruisers, en hun verwachte aanwezigheid ter prospectie, maakt meteen dit 94ste Brusselse Autosalon tot een van de veiligste plekken ter wereld. Zij die gaan jagen groeten u.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

4 reacties op Het Brusselse autosalon, of het Museum van oer-mannelijke Wensdromen

  1. hans becu zegt:

    hier ben ik het nu volledig mee eens se. Niks mogen we nog, in dit politiek correcte tranendal.

  2. Koenraad zegt:

    1. Parijs-Dakar bewijst elk jaar dat de plaatselijke toeschouwers best niet in de WEG gaan staan, of ze zijn zelf voorgoed WEG.
    2. Nieuwerwetse tip : mannen moeten dit jaar op armlengte afstand van de pitspoezen blijven zodat er geen krassen op of deuken in hun carrosserie komen. De politie kan niet alles in de smiezen houden.

  3. filips bossuyt zegt:

    Ik ben nog van de oude stempel, het grollen van een acht cylinder, is voor mij muziek in de oren.

  4. Pingback: De nar en de waarheid: waarom scherpe, onwelvoeglijke satire onmisbaar is | Acta Sanctorum

Reacties zijn gesloten.