Arne Quinze en Oostende: stront trekt stront aan.

RockstrangersDat is het principe van de hondenweide: als er eentje een drol legt, volgt de rest ook.
Inzake drologie is kunstenaar Arne Quinze een absolute referentie. De man afficheert zich tussen hier en Sjanghai als een concept-kunstenaar, een term die zeer uiteenlopende ladingen dekt, maar vooral minderbegaafden de kans geeft om zich in de markt te plaatsen.
Een concept is gewoon een idee, en met het idee wordt meteen ook het kunstwerk geboren, meer hoeft dat niet te zijn, behalve wat bricolage.
Zo wordt een hoop aan elkaar genagelde planken ‘in de juiste context’ een groot kunstwerk. Quinze poot ze overal neer en eigent zich meteen het alleenrecht toe: ooit wou een Hasseltse amateur ook eens iets met planken doen, en hij kreeg dadelijk een proces van Quinze aan zijn been wegens plagiaat. Wie zelf zijn kiekenkot wil ineen steken, weze gewaarschuwd
Het verhaal van de plankenconstructie in Mons is ook bekend. The Passenger (alles in het Engels, lekker internationaal) moest in 2015 het pronkstuk worden van Di Rupo’s paradeproject ‘Mons-Culturele hoofdstad van Europa’, maar het zeeg na een paar maanden al in elkaar en diende te worden opgeruimd. 400.000 Euro weggesmeten geld uit de stadskas. En niet eens bruikbaar als stoofhout, want zwaar behandeld en dus vervuilend.

Maar steden willen concept-kunst van gehypte nepartiesten, in de hoop dat ze daarmee hip en trendy worden. City-marketing heet dat. Helaas: een vuilnisbelt blijft een vuilnisbelt, ook met een kunstwerk van Arne Quinze er bovenop, of misschien net nog iets meer. Mijn geboortestad Oostende is daar de perfecte illustratie van.
“Als je ergens niet heen moet willen, dan is het wel naar Oostende. Het is wat mij betreft zo schrikbarend lelijk dat ik me niet voor kan stellen dat iemand dit een prettige plek vindt. Overal zie je lelijke gebouwen en rommelige troep, aan het einde van de promenade is wel het strand, maar het haalt het niet bij een strand in Nederland”… lees ik op Tripadvisor. En jammer, maar het is waar. Deze bezoeker heeft het dan nog niet over de Rock Strangers (weeral dat kosmopolitische Engels!) van jawel, Arne Quinze: vreselijke fluorode reuzenzakken die op de promenade lijken achtergelaten als zwerfvuil. Al sinds 2012 hét ‘landmark’ van de Koningin der Badsteden.

harengBewoners haten de fluodrollen van Quinze, toeristen bekijken ze met verbijstering of wenden het hoofd af. Op zijn best wordt ermee gelachen, één enkel punthoofd vindt het zelfs kunst.
Maar der roert entwadde. Enkele bezitters van een appartement aan de dijk hebben nu de stad Oostende in gebreke gesteld wegens ‘genotderving’. Ze willen de misbaksels van Quinze daar weg omdat die het zicht op zee bederven. Dat geeft een nieuwe dimensie aan het verhaal. Want die appartementsblokken zijn zelf ook een kwelling voor het oog, zie de commentaar hogerop. Zou het kunnen dat lelijkheid hier lelijkheid aantrekt?
Van heel de vreselijke Belgische kustlijn, met zijn hoogbouw die de kust van het hinterland afsluit en het resultaat is van decennialang politiek-corrupt broddelwerk, is Oostende het pronkstuk. Ik heb het gevoel dat net deze lelijkheid een behoefte heeft aan kosmetika, of beter: blikvangers die de aandacht van het stedelijk gedrocht afleiden. Fluo-blokken dus.
De openluchttentoonstelling Beaufort die zich over heel de Belgische kust uitstrekt, borduurt op die strategie verder: de lelijkheid verbergen met onnozele gimmicks, ook wel ‘concept art’ genoemd.
En zie nu het vergrijsde Oostendse beton en het artistieke charlatanisme, als twee skeletten die vechten om een haring.
Mijn stadsgenoot James Ensor had het niet hallucinanter kunnen bedenken.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

9 reacties op Arne Quinze en Oostende: stront trekt stront aan.

  1. walter maes zegt:

    Quinze is de allergrootste charlatan in de wereld van de ‘concept kunst’. Zijn Oostendse gedrochten, een hoop ‘oedizer’, ontsieren de promenade en belemmeren het zeezicht van appartementsbewoners. De zee is wel het échte kunstwerk. Dat de muur van appartementsblokken op de zeedijk zelf niet het toonbeeld van absolute schoonheid is, betwist niemand. Maar ze bieden onnoemelijk ‘zeegenot’ aan vele duizenden (die heus niet allemààl tot de happy few met zeer veel geld behoren) met het weergaloos zicht op zee. Hollanders doen het bij hen niet, maar ze komen wel ‘en masse’ bij ons de zogenaamd ‘lelijke’ appartementen huren of kopen. Hypocrisie is een deugd, zei Marc Eyskens ooit. Verder krioelt het van Engelsen, Fransen en Duitsers die elke zomer onze ‘muur’ komen innemen. Waarom komen ze dan, als het allemaal zo ongezellig, lelijk, belachelijk enz is ?

  2. Robert Budin zegt:

    Plagiaat: bedankt voor de waarschuwing!
    Mijn zoon ondertussen 45 jaar oud hield er aan om zijn eigen wapenuitrusting te maken alvorens hij ten strijde trok tegen alles wat bewoog in de tuin.
    Het waren meestal gedrochtjes ineen getimmerd van houtafval of vertimmerd ijzer.(lees moeders vuilbak)Toch koesterde ik jaren lang die speeltjes.
    Na het lezen van Uw stukje proza ben ik spoorslags naar de garage getrokken om al de resterende bricolage’s van mijn zoon te vernietigen. Wil dus vermijden dat zijn misbaksels als plagiaat worden gekwalificeerd. Begin maar te bewijzen dat het werkjes zijn van een kleuter. Om mij te verantwoorden voor deze snode daad, heb ik het nageslacht, zoon en kleinzoon, zojuist beloofd om morgen naar Oostende af te reizen om te tonen wat men bedoeld met “concept kunst”,of wat daarvoor moet doorgaan. De kotszakjes heb ik alvast klaargelegd. Overigens moet Quinze niet alleen met de vinger gewezen worden. Die rode kleur ……..in opdracht van de keizer? Foei!
    Om Oostende terug aantrekkelijk te maken is er een orkaan nodig……..miskien entwa voor Jean-Marie Dedecker. Middelkerke-Oostende met de fiets10 min.
    Moet kunnen.

  3. Kerstin Huygelen zegt:

    Dit vind ik wel goed, volledig akkoord 🙂

    xxx

  4. Greta Troubleyn zegt:

    Het plaatje past inderdaad vanuit dit gezichtspunt gezien, de rode flapperende zakken fleuriger dan achterliggende gebouwen. Zeker in de grijze winterperiode, waar amper onderscheid te zien is tussen lucht en zee, die deprimerende en depressiebevorderende eentonige grijstinten, hier de rode kleuren, net oppeppend zouden werken. Waarom niet aan paprika’s denken of het rood van liefde…het breekt de eentonigheid.en leidt aandacht weg van de echte achterliggende verloedering. Het is in ieder geval een architecturaal geklungel van verschillende stijlen op de achtergrond, dan nog liever de rode zakken….Heel die kustlijn in Oostende zou inderdaad afgebroken dienen te worden, behalve de oude stijlen die op een degelijke wijze zouden gerenoveerd en geïntegreerd dienen te worden. Wat dat betreft is Nederland daar doorgaans toch iets beter in geslaagd door de eeuwen heen.

    Maar tja de tsunami’s en overstromingen van de toekomst zullen automatisch wel voor de oplossing zorgen misschien – bouw degelijk opnieuw in het achterland om later vooraan noodzakelijk af te breken en het achterland ligt vooraan als nieuwe kustlijn – en zijn ze reeds niet bezig???
    🙂 🙂

  5. filips bossuyt zegt:

    Nagel op de kop ….. een echte charlatan

  6. Jean zegt:

    Ik snap niet dat de burgers zelf die rotzooi voor hun deuren hebben opgeruimd? Gewoon de bulldozer er onder en weg met die idiote troep op het strand.

  7. Prometheus zegt:

    Ach, Vlaanderen krijgt de politici en dus ook kunstenaars die het verdient.
    Arm Vlaanderen.

    • Hans becu zegt:

      Er is ook een rijk ‘Vlaanderen, weet u. Sanctorum heeft vrij leuke stukken gemaakt over de innige relatie met schijtkunstenaars-opportunisten en La Belgique. Weet niet meer of Quinze in die hall of fame thuis hoort.

  8. Koenraad zegt:

    Kan iemand de stadsrekeningen van Oostende even inkijken voor mij.
    Caféterrasuitbaters, marktkramers, ijsroomventers, enzovoorts moeten een ‘contributie’ betalen onder de noemer van bedrijventaks, marktgeld, overlastpremies, staangeld, in-de-weg-standgeld, of wat dan ook. De plaatselijke overheid is heel creatief in dat soort van aftroggelaflaten.
    Ik wil namelijk wel weten hoeveel de stad telkenjare voor deze rode zakken int, want die vergen toch heel wat gemeentelijk onderhoud, durf ik te veronderstellen : af en toe zemen, duiven- en meeuwenpoep, hondenstront en kattenpis verwijderen, kots en zeik afspoelen, graffiti overschilderen, opblinken en vernissen,…

Reacties zijn gesloten.