De tabel van Mendeljev, en waarom wij enkel nog ‘gaatjes opvullen’

De topwetenschap heeft ons zopas verblijd met de ontdekking van vier nieuwe elementaire stoffen, zijnde de elementen 113, 115, 117 en 118 van de tabel van Mendeljev. Deze plaatsen stonden open en werden al voorspeld door Dmitry Ivanovich Mendelejev himself (Tobolsk/Siberië, 1834), die na een slapeloze nacht in februari 1869  een papiertje vol kribbelde waarop de relatie tussen alle elementen, de niet-ontdekte incluis, wordt vastgelegd volgens hun atoomgewicht (bepaald door het aantal elektronen die rond de kern draaien). Hoe zwaarder het atoom, hoe onstabieler. Onderaan krijg je de radio-actieve stoffen, en uiteindelijk de stoffen die slechts een fractie van een seconde kunnen bestaan en alleen op het beginmoment van het heelal even opfloepten.
Een stel Japanners, Russen en Amerikanen heeft nu vier van die spookelementen kunnen namaken, waardoor ze ook hun naam eraan mogen geven. De natte droom van elke wetenschapper, gekoppeld aan het nationaal prestige van hun thuislanden.

Maar dat zijn eigenlijk allemaal vijgen na Pasen. De tabel van Mendeljev, nu al anderhalve eeuw oud, is een formidabele symfonie die alle materie op deze planeet en daarbuiten schikt in een perfect logisch patroon dat schoonheid uitademt door zijn consistentie en eenvoud. En het is nog werkzaam ook, het klopt als een bus en gidst de laborant.
Grote klasse. Temeer omdat het genie Mendeljev zelf niet over grote laboratoria beschikte maar het systeem uit zijn duim zoog na veel piekeren en wegdromen.
Sindsdien vullen wetenschappers, met veel meer technische middelen en reusachtige budgetten, alleen nog de gaatjes op. Snapt u de ironie?
Achter die verbeelding zit zonder twijfel de patiencespeler die Dimitri was, de Russische manie om eindeloos naar de ideale schaakvariant te zoeken, naast de Siberische gave om met tien keer niks iets te voorschijn te toveren. Maar vooral gaat het om het zien van verbanden waar niemand ze ziet, en de kracht om de immanente logica der dingen te ontrafelen. Vandaag is dat soort oefeningen bijna verdacht, en weggelachen als ‘complottheorie’. Het is niet meer kosjer om grote verbanden te zien en structuren te ontrafelen. Daarom zit de wetenschap ook hopeloos in het slop. We zien alleen stukjes, gaten, flitsende spookelementen. Onze realiteit is een pop-up-realiteit.

En dat tekort straalt af op het dagelijkse leven en ons bewustzijn. Een van de grootste euvels van het postmoderne tijdperk is dat wij geen samenhang meer zien en dus ook geen kritisch totaalperspectief meer kunnen ontwikkelen. Alles is vluchtig en dagdagelijks, tegelijk telkens anders en meer van hetzelfde.
De snelheid van de informatie, door het internet gecreëerd, en de almacht van de media, maken traagheid tot iets dat met de dood wordt geassocieerd, terwijl eigenlijk net de snelheid de dood oproept en veroorzaakt, ook letterlijk. En toch moet het rap gaan, steeds rapper.
In dat opzicht worden traagheid en onverdroten zoeken naar samenhang terug te koesteren waarden. De zoektocht naar het onderliggende en achterliggende, de slapeloze nachten en het jarenlange stotteren, om dan in een flits de ‘clou’ te zien. Eureka.

Mendeljev was niet alleen een wetenschappelijk ‘complotdenker’ maar tevens een radicale democraat en liberaal, niet echt gezond in het tsaristische Rusland. Meteen krijgt die fameuze tabel zelfs een politieke dimensie: macht houdt niet van verbeelding en zoeken naar samenhang. De tabel toont een andere orde dan deze die ons beteugelt. Zelfs goud is maar een element-onder-elementen, namelijk nummer 79. De revolutie wenkt. In afwachting is het genieten hoe Eddy Wally struikelt over de naam en hem muzikaal parafraseert. Als kon het niet lang genoeg duren.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op De tabel van Mendeljev, en waarom wij enkel nog ‘gaatjes opvullen’

  1. Raf Geusens zegt:

    Atoomgewicht is een verouderde term. De juiste naam is atoomnummer of atoomgetal. Het atoomnummer geeft het aantal protonen in de kern weer en bepaalt de volgorde in de tabel van Mendelejev, niet het aantal elektronen. In een elektrisch neutraal atoom is weliswaar het aantal elektronen juist gelijk aan het aantal protonen, maar elektronen bepalen niet de fysische eigenschappen van een atoom, enkel de chemische. In een atoom dat niet elektrisch neutraal is, een ion, kan het aantal elektronen groter of kleiner zijn dan het atoomnummer.
    Overigens, het is geen automatisme dat zwaardere atomen instabieler zijn. Stabiliteit hangt ook samen met het aantal neutronen in de kern. Atomen met hetzelfde atoomnummer kunnen een verschillend aantal neutronen hebben en noemen we isotopen. Tritium, een isotoop van waterstof, met atoomgetal 1 en dus met 1 proton, heeft 2 neutronen in de kern. Het massagetal is dan 3, en tritium is, ondanks zijn laag atoomnummer, instabieler dan vele elementen die zwaarder zijn (halfwaardetijd 11 jaar).

Reacties zijn gesloten.