Wat doet die para daar met een boodschappentas? Over de kracht van naïviteit.

militairVandaag Dag van de Onnozele Kinderen. Voor het christendom de herdenking van de kindermoord in Betlehem, maar de oorsprong is ouder: eigenlijk is 28 december de kern-samenvatting van Sinterklaas, Halloween Kerstmis, Joelfeest, Nieuwjaar en Carnaval, zijnde het midwintergebeuren waarin de gekte centraal staat. De kinderen en de zotten (vroeger in één adem vernoemd) nemen het op die dag over en doen of zeggen alles wat voor de rest van het jaar verboden wordt. Daar zit een filosofie achter: het vermoeden namelijk dat wij, wijze mannen, eigenlijk de rest van het jaar zelf theater spelen om onze macht te consolideren en te doen alsof we het allemaal weten.

Aan de univ heb ik het altijd opnieuw meegemaakt, maar ook later, in alle facetten van het socio-cultureel universum: kennis is macht, speciaal dan van de oudere mannetjesdieren die willen domineren, de jongeren als seksconcurrenten zien, en wetenschap gebruiken als fallisch instrument. Het welbekende Elias-syndroom.

Het heeft me een blijvende argwaan tegen de wetenschap als instituut opgeleverd, maar ook tegen kennis en ‘weten’, als vicieus mechanisme van mensen, groepen, systemen die puur naar zelfbevestiging zoeken en fundamentele verandering angstvallig afwijzen.

In dat opzicht vind ik naïviteit essentieel. Wie totaal geen naïviteit bezit, verschrompelt tot een levend fossiel. Weten is niet altijd een voordeel. Men kan ook teveel weten en teveel levenservaring hebben. Dat is de grote valstrik van de pedagogie, waar filosoof J.J. Rousseau mee worstelde. Als vader wil ik mijn zoon graag dingen bijbrengen, maar tegelijk merk ik dat ze behoren tot een wereld waarin zoveel fout loopt, dat ik me haast schaam om als leermeester op te treden. Met welk recht dringen wij, ouderen, wijsheid op,- tenzij vanuit het egoïstisch perspectief om autoriteit af te dwingen ten einde door de jongeren niet zonder meer opzij gezet te worden? En zijn de ‘domme’ vragen, die ons met verbijstering slaan, niet juist de meest pertinente?

Wetenschap dus, als ballast en domper. Zelden zult u in mijn teksten namen van denkers of verwijzingen naar hun boeken ontdekken. Ik zou dat kunnen, als gediplomeerd filosoof, maar ik zie dat als een vorm van subtiel geweld om de lezer murw te slaan. In de limiet moeten mijn schrijfsels begrijpbaar zijn voor een kind van 10. Alles wat daarbuiten gaat, is aanstellerij.

Na Delfine Persoon en Benito Raman heeft mijn alternatieve heiligenkalender dit jaareinde een nieuw onnozel kind opgeleverd: de para met de boodschappentas, wiens foto op facebook terecht kwam en zo in de pers, nota bene dankzij een PvdA-militante. Voor rechts was hij meteen een quasi-deserteur, voor links haast een pacifistische manifestant, zie de DM-column van Yves Desmet.

Maar eigenlijk is dat allemaal praat voor de vaak. De man vergat gewoon even dat hij er als een militair bij liep en kocht een set pikante lingerie voor zijn vrouw of lief. Behalve de humor moet men hier ook de kracht van de onwijsheid erkennen, de naïviteit van iets te doen buiten het normale, maar zonder dat dit zelf een tic of een systeem wordt, zoals dat bij vele kunstenaars het geval is.

Natuurlijk is dat insubordinatie, en een blaam voor onze strijdmachten. Maar de wandelaars en voorbijgangers hadden er, zo te zien, geen erg in, en dat bewijst dat naïviteit, gezond verstand en ‘straatgevoel’ ergens samen komen en misschien wel haaks staan op de ons door Bart De Wever beloofde Veiligheidsstaat met bijbehorende Patriot Act.

En neen, ik ben niet naïef in mijn naïviteit, boodschappentassen zullen IS niet tegenhouden. Maar elke doorbraak komt voort uit het verbreken van de norm en het ‘vergeten’ van de routine, vraag het maar aan die andere onnozelaar, Albert Einstein.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .