Rouw en verslagenheid? Maak van vrijdag de dertiende een feestdag!

CharlieDe Charlie-epidemie bis is aan zijn ronde begonnen: iedereen is Frans en getooid met de nationale driekleur van het land waar IS vrijdagavond passeerde. De emotionele impuls is duidelijk, de interpretatie ervan dubbelzinniger. Moeten wij meegaan met de Franse nationalistische golf en de opgeblazen retoriek van François Hollande, heimelijk triomferend want helemaal terug? Frans brood eten op zondagmorgen (nu te koop met een rouwkrans errond)? Meer elektriciteit verbruiken, om Electrabel, de volle dochter van Suez-Gaz de France, gecontroleerd door de Franse staat, te troosten? Non, merci.

Ik maak er een karikatuur van, omdat ik vrees dat we, na de emogolf, weer tot de orde van de dag zullen overgaan. De hype gaat zolang mee als de media ze opvoeren. Dat is een degoutante vaststelling, maar zo werkt het altijd: het zijn de kranten en de TV-journaals die ons collectief bewustzijn bepalen. De waan van de dag dus. Terwijl politiek-kritisch bewustzijn en inzicht veel trager groeit, op een andere, grotere golf zit.
Tegelijk ontkomen we niet aan de realiteit dat het terrorisme zelf zijn succes dankt aan de snelheid van de berichtgeving, het hyperkinetische internet, de ontspoorde mediacultuur en de sensatiezucht. Wat als die camera’s er niet zouden staan binnen het uur? Geen uitgezonden voetbalmatch, geen real-time-beelden van de chaos? Wat als het nieuws van zo’n aanslag slechts dagen later en druppelsgewijs zou binnensijpelen, zou IS het dan überhaupt nog de moeite waard vinden om heel die jeu de massacre te organiseren?

Het is vermoedelijk deze overweging die Charlie-Hebdo tot bijgaande boodschap inspireerde: stop met bidden en wenen, laat ons champagne drinken. Een vloek tijdens de dagen van nationale rouw. En misschien op te vatten als de teneur van het Titanic-orkest.
Toch vind ik het een formidabel statement, getuigend van grote bezonnenheid, dat ingaat tegen de mondiale driekleurgekte, de kaarsjes, het opgefokte sentiment, de holle frasen, de ondergangsstemming.
Laat de nabestaanden rouwen, trek lering uit de feiten, maar vermijd de valkuil van de melancholie en/of de hysterie. Als de stad van de Verlichting, het licht en de lichtekooien een oord van droefheid, duisternis en pudeur wordt, dan pas heeft IS zijn slag thuisgehaald,- daarbij vergeleken stelt de dynamittering van Palmyra niets voor.
Muziek, kussen, liefde, champagne en plezier. Volharden in het leven, tegen de religie van de dood. Zo hebben die wormen ook de totale uitroeiing op aarde overleefd. Kogelvrije vensters OK, maar geen geblindeerde ramen. Maak van vrijdag de dertiende een betaalde feestdag: de beste anti-terreurmaatregel ooit.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

12 reacties op Rouw en verslagenheid? Maak van vrijdag de dertiende een feestdag!

  1. Marc Schoeters zegt:

    Ik denk dat de sleutel van een leefbare toekomst op deze planeet inderdaad in handen ligt van vrouwen. Daarom doe ik hier een oproep aan de vele dames van politiek-correcte persuasie die nog altijd heilig geloven in het sprookje van de “multiculturele samenleving” en in bebaarde tuinkabouters die hun haatvolle tunnelvisie “de religie van de vrede” noemen.
    Willen de poco-dames ophouden groepsgewijs debiele welkomstliedjes te zingen voor lekker in het vlees zittende “vluchtelingen” uit “Syrische oorlogsgebieden” in Irak, Afghanistan, Turkije, Marokko, Senegal, Mali, Somalië en Ethiopië?
    Willen de poco-dames ophouden krokodillentranen te storten bij gemanipuleerde foto’s van aangespoelde kindjes die door hun vader eigenhandig in een veilige kuststreek op een bootje zijn gezet omdat papa een gratis gebit wou aan de overkant van de zee?
    Willen de poco-dames ophouden kaarsjes te branden of teddybeertjes te leggen op straatstenen waaraan nog het bloed kleeft van honderden slachtoffers van de haatreligie?
    Willen de poco-dames ophouden met bloemetjes versierde badges te dragen waarop slappe slogans als “jesuischarlie” of “prayforparis” staan geschreven in plaats van een eerlijke tekst waarmee zonder omwegen duidelijk wordt hoe het échte probleem heet?
    Willen de poco-dames ophouden met “interculturele” uitstapjes naar de plaatselijke moskee waar het “zo gezellig theedrinken” is met andere dames en waar men “zo open en gastvrij” wordt ontvangen?
    Willen de poco-dames ophouden te janken hoe “zielig” mohammedanen zijn en dat deze er ook niets kunnen aan doen als ze weigeren een vrouw de hand te geven omdat zoiets gewoon hun “coeltoer” is?
    Willen de poco-dames ophouden alle alcohol en naaktschilderijen uit hun huis te verwijderen als ze “lieve” mohammedaanse buren op visite krijgen?
    Willen de poco-dames ophouden met het demoniseren van niet-moslims die het mohammedanisme terecht hekelen als een vrouwonvriendelijke politieke ideologie?
    Willen de poco-dames ophouden islamkritische mannen te brandmerken als “rechtse zakken en homofobe racisten”?
    Willen de poco-dames ophouden met het bewieroken van “nieuwe mannen” die achter een fornuis staan of de pampers van de baby verversen maar hen heimelijk toch veel minder sexy vinden dan zo’n stoere kamelenruiter die wel wat anders te doen heeft dan huishoudelijke taken?
    Willen de poco-dames ophouden met giechelen als ze samen met vriendinnen “dolletjes” in een exotisch restaurantje zitten en er toevallig een twintigjarige Adonis binnenkomt met het natuurlijk gebruinde lichaam van een Mediterrane halfgod?
    Willen de poco-dames ophouden om als kippen zonder kop in bed te duiken met de eerste de beste homofobe Senegalees of misogyne Egyptenaar met twee losse handjes en evenveel of meer vrouwen?
    Willen de poco-dames ophouden zich “volgens de islamitische voorschriften” door een imam te laten koppelen aan een mohammedaan en dan net te doen of ze echt “wettelijk” getrouwd zijn?
    Willen de poco-dames ophouden zich te onderwerpen aan hun moslimkanjer door hun minirokjes en zomerjurkjes te vervangen door katoenen vuilniszakken en zwarte kopvodden?
    Willen de poco-dames ophouden om samen met een tien jaar jongere moslimgod baby’tjes te maken om vervolgens hun kroost met een gelukzalige glimlach op te voeden tot mohammedaantjes die strak in de leer de westerse cultuur van die onnozele mama haten?
    Willen de poco-dames ophouden hun eigen dochters over te leveren aan een barbaarse machogodsdienst waarin een vrouw nauwelijks rechten of vrijheden heeft?
    Willen de poco-dames ophouden om zich als domme dhimmi’s te onderwerpen aan het woestijngeloof van besneden-penisdragers die alleen die penis belangrijk vinden?
    Willen de poco-dames ophouden met het “feministisch” vergoelijken van een fallocratische religie die genitale verminking van vrouwen normaal vindt?
    Willen de poco-dames ophouden zich te wentelen in hun eigen Stockholmsyndroom?
    Willen de poco-dames ophouden de toekomst van hun eigen kinderen te verkwanselen door halsstarrig te blijven geloven in het sprookje dat vreedzaam samenleven met mensen die onze cultuur haten mogelijk is?
    Willen de poco-dames eindelijk eens kiezen voor de zegeningen van de westerse cultuur en voor de enorme vrijheid die ze daar genieten?
    Willen de poco-dames dat poco van hen finaal in de vuilnisbak van de geschiedenis werpen?
    Ja? Dank u.

    • Marc Schoeters zegt:

      Ps. Gelukkig zijn er vele dames die niet lijden aan poco. Met hen deel ik graag muziek, kussen, liefde, champagne en plezier. En niet alleen op vrijdag de dertiende.

    • Erik zegt:

      Goddelijk!…(sic)

    • Jean-Paul Briers zegt:

      Een prachtige reactie!

    • Greta zegt:

      absoluut geen poco loco tekst… zeker wel niet met alles eens…

      • Erik zegt:

        Misschien niet maar dan graag verduidelijking aub? Als ik het ergens niet mee eens ben doe ik bij het verkondigen van die mening de moeite te zeggen waarom niet. Maar ja, dat vraagt denkwerk en ratio.

  2. Johan Verleye zegt:

    Geheel mee eens. Misschien niet met het artikel zelf – ik heb een beetje moeite met de jubelstemming, of was het ironisch bedoeld? – maar wel met de reacties.

  3. Martine zegt:

    Ik kom net onder de douche uit na in het bed gedoken te zijn met de eerste de beste homofobe Senegalees.
    Ik kijk uit naar dezelfde ervaring met een misogyne Egyptenaar !
    Ik kan me niet voorstellen dat het met jou beter zou kunnen 🙂
    Sorry !
    Een van die dames die niet lijden aan poco !

  4. Marc Schoeters zegt:

    Het mohammedanisme heeft altijd een groot probleem gehad met vrije poëzie en met vrije seksualiteit – vooral die van de vrouw. Het is niet toevallig dat de eerste moord – van een heel lange reeks – die door Mohammed persoonlijk werd bevolen die was op een heidense dichteres. Zij heette Asma bint Marwan (Asma dochter van Marwan). Zij werd in januari 624 in Yathrib (dat toen nog niet door Mohammed in Medina was herdoopt) samen met haar zuigeling vermoord omdat zij het had gewaagd in haar gedichten de draak te steken met de oorlogsprofeet en zijn godsdienstwaan. De mohammedaanse schriftgeleerden hebben er alles aan gedaan om deze onverkwikkelijke geschiedenis te vervalsen en weg te moffelen. Maar de historische bewijzen zijn ondubbelzinnig. Vrije vrouwen en vrije poëzie – dat lusten de mohammedanen niet. Bijna alle belangrijke Arabische dichters hebben het met de mohammedaanse machthebbers aan de stok gekregen – omdat ze het aandurfden te schrijven over dingen die het strakke geloof verbood. Ter ere van hen vermeld ik hier twee gedichten – die de censuur en de brandstapels hebben overleefd. Maar voor hoe lang nog?

    Het eerste gedicht is van Abu Nuwas (750-810) en gaat over een stevige vrijpartij op de voor mohammedanen heiligste plek:

    ZONDER ZONDE

    Twee geliefden: wangen
    dicht opeen,
    hun monden
    kussend
    de Zwarte Steen,
    blussend
    hun hete verlangen
    zonder zonde:
    alsof een afspraak was gemaakt.

    Mensen, aan het dringen,
    duwden hen terzijde;
    anders waren zij op ’t eind der tijden
    pas weer ontwaakt.

    Wij beiden echter gingen
    rustig door, ’t gezicht
    verhullend van opzij
    met onze handen, allebei.
    Zo hebben wij verricht
    in de Moskee, getweeën,
    wat in ’t verleden
    vromen in moskeeën
    nimmer deden.

    Het tweede gedicht is van Ibn al-Hajjaj (941-1001) – niet te verwarren met de mohammedaanse schriftvervalser van de koran die dezelfde naam draagt. Het gedicht maakt een expliciete en godslasterlijke vergelijking tussen het gebed in de moskee en de seksuele lust:

    MINARET

    Het haar op haar reet
    wordt gerookt door haar scheet;
    tot haar kut wenden lullen
    zich bij hun gebed
    en haar kittelaar torent
    als een minaret.

    • Christel Van den Maegdenbergh zegt:

      Aangezien je hier over vrije poëzie en vrije vrouwen in de islamitische wereld hebt, zie hier een gedicht van de Iraanse dichteres, Forough Farrokhzad (1935 – 1967):

      De zonde

      Ik zondigde, een zonde vol plezier
      Naast een trillend dronken lichaam
      O God, hoe weet ik wat ik deed
      In dat schemerige, stille en besloten plekje

      In dat schemerige, stille en besloten plekje
      Keek ik in zijn geheimzinnige ogen
      Mijn hart bonsde in mijn borstkas
      Opgewonden door de begerige blikken uit zijn smachtende ogen

      In dat schemerige, stille en besloten plekje
      Zat ik verward naast hem
      Toen zijn lippen lust in mijn lippen goten
      Vergat ik het verdriet van mijn onrustige hart

      Ik fluisterde liefdeswoorden in zijn oor:
      Ik wil je, o maat van mijn ziel!
      Ik wil je, o leven gevende boezem!
      Ik wil je, o krankzinnige minnaar!

      De lust vlamde in zijn ogen
      De rode wijn danste in de kelk
      Mijn lichaam trilde dronken op zijn borst
      In de zachtheid van dat donzige bed

      Ik zondigde, een zonde vol plezier
      In een boezem, warm en vurig
      O God, hoe kan ik weten wat ik deed
      In dat schemerige, stille en besloten plekje

      Forough Farrokhzad ( uit ‘Mijn MInnaar’ )

      uit een interview : ‘ De vrijheid van Iraanse vrouwen en hun rechtsgelijkheid met mannen is mijn wens. Ik ken de pijn waaraan mijn zusters door de mannelijke onrechtvaardigheid in dit land lijden. Ik wil de helft van mijn kunst gebruiken om aan hun pijn en leed vorm te geven’

      • Marc Schoeters zegt:

        Van de in het Westen verder volslagen onbekende Libanese dichteres Asma El-Baqqelit is het volgende gedicht:

        SPREIDSTAND

        de zee een sprei
        het strand een kussen

        in spreidstand daartussen
        twee schichtige sterren

        zij loopt zich vrij
        haar verre vloedlijn

        hij doopt zijn pijn
        in gloed van zand

        Volgens de vertaler zou “pijn” ook “penis” kunnen zijn – maar daarover bestaat twijfel.

Reacties zijn gesloten.