Euthanasie en levenseinde: waarom dit geen zaak mag worden van publieke moraal en medische bureaucratie

In zijn zopas verschenen boek ‘Psychogenocide’ behandelt de Vlaamse psychiater Erik Thys een weinig belichte bladzijde uit de industriële Endlösung bij de nazi’s, namelijk de likwidatie van zo’n 300.000 psychiatrische patiënten. Overeenkomstig de wetten van de eugenetica werden ze als gedegenereerd beschouwd en niet-conform het ideaalbeeld van de Ariër, gezond naar geest en lichaam. Dus naar de gaskamer ermee.

Typisch voor de groteske nazi-propaganda, werden de kunstuitingen van deze patiënten gelinkt aan de Entartete Kunst, de moderne schilderkunst van toen, door de nazi’s eveneens beschouwd als ziekelijk en pervers.

De Duitse artsen gingen gewillig mee in het euthanasieprogramma voor geesteszieken, omdat het als wetenschappelijk clean gold, en –in tegenstelling tot de latere Jodenvervolging en de Holocaust- een zeer discreet en bureaucratisch verloop kende. Er kwam papierwerk aan te pas, verslagen, fiches, stempels, en op het einde een ‘humane’ liquidatie. Waarna de interessantste lichamen nog konden dienen voor dissectie. Alles proper en medisch verantwoord, met Darwin en de ‘survival of the fittest’ in het achterhoofd.

Ethisch overheidsbeslag

In de 20-er en 30-er jaren van vorige eeuw hadden de nazi’s zeker geen patent op die denkbeelden: ook in bv. de VS was er een levendige belangstelling van het politieke establishment en de medische wereld voor zogenaamde rasveredelingstechnieken. Interessant is ook dat Erik Thys het gevaar van een ‘bureaucratische’ geneeskunde an sich als iets universeels bekijkt, en dus ook van deze tijd. Uiteraard vergassen wij vandaag geen geesteszieken en is ons begrip van euthanasie gekoppeld aan ‘ondraaglijk lijden’, mededogen én toestemming van de patiënt.

Maar speciaal bij geesteszieken is dat laatste nu net een heikel punt. En het begrip ‘mededogen’ behoort tot een grijze zone waarin het begrip ‘levenskwaliteit’ opduikt, maar ook utilitaire overwegingen zoals: wat heeft deze mens nog aan het leven? En omgekeerd tenslotte: wat heeft de maatschappij nog aan deze mens? En gij, terminale patiënt, voelt u zich toch niet een beetje als last voor uw omgeving en de ziekteverzekering?

Deze ethische roetsjbaan is onvermijdelijk gelinkt aan een ideologie, een mainstream-moraal en een medisch-technisch systeem. Er is een publiek debat, er zijn media, er ontstaat een consensus. Een kransje van dokters, welzijnsexperten, consulenten en palliatieve zorgverleners komt ongevraagd aan uw bed staan: de dood wordt een algemene kwestie, professioneel beslecht in grote hospitalen en inrichtingen.

En zo wordt zelfdoding haast salonfähig. Met de beste bedoelingen reiken de verzorgers het thema aan en scheppen een context: ja, de humane levensbeëindiging is wel degelijk een optie, en wettelijk geregeld. Neen, er is geen dwang, u bent volledig vrij, maar overweeg het, praat erover, etcetera. Het spuitje wordt m.a.w. gebanaliseerd en onderdeel van een procedure die langs een ‘evaluatiecommissie’ passeert. Daar heb je de witte bureaucratie terug, alle gelijkenissen met het verleden toevallig.

Vandaag komt daar nog een dimensie bij, namelijk het nut voor de organentransplantatie, en de druk die ontstaat om door zijn eigen dood ‘iemand te redden’. Voor schrijfster en vriendin Kerstin Huygelen is deze morele chantage, die met de dood van haar moeder verbonden is, een duurzaam thema. Men wacht op uw overlijden, de organen zijn al besteld. Wat moet men, in deze context, dan verstaan onder ‘vrijwillige levensbeëindiging’?

Om al die redenen vind ik dat het systeem zich met mijn dood of die van mijn dierbaren niet moet bemoeien. Vooral niet bij hevig lijden. Ik weiger euthanasie als een politiek onderwerp en aspect van een maatschappelijke consensus, ze weze ‘progressief’ of ‘conservatief’. Vanaf het moment dat er programma’s bestaan, wetten, procedures, directieven, al dan niet voorafgegaan door ethische rapporten van professor Etienne Vermeersch, staan wij ook voor een stuk de dood af aan het apparaat.

Willen wij ons het recht voorbehouden op zelfbeschikking, ook wat het allerlaatste betreft, het levenseinde, dan moet die onttrokken worden aan de witte schorten, de gezondheidsbureaucratie, de moraalfilosofen én de politieke regelneverij. Weg met het ethische overheidsbeslag.

Dus is euthanasie een privé-zaak. Iets persoonlijks, onder intimi. En meteen ook buitenwettelijk. Niet alles kan in wetten gegoten worden: sterven is iets anders dan belastingen betalen. Laat dit thuis gebeuren, of alleszins ver weg van een evaluatiecommissie. Ik geloof in de discrete arts die, op het moment dat het gevraagd wordt, daar ook is. Of een lichte doch beslissende overdruk van de boezem van de verpleegster, als ik de tijd rijp acht, meer moet dat niet zijn.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

21 reacties op Euthanasie en levenseinde: waarom dit geen zaak mag worden van publieke moraal en medische bureaucratie

  1. Jan Braeken zegt:

    Derde poging tot reactie.

  2. pipsesippi zegt:

    Ik kan het niet meer met je eens zijn. Ik ben van nabij betrokken geweest bij 2 vrijwillige levenseindes. De eerste onomstotelijk door de betrokken arts, in alle stilte en sereniteit, zonder al het gepapperas…. die man deed dat uit overtuiging. De wet was toen nog niet wat ze nu was dus zijn identiteit prijsgeven doe ik zeker niet. De tweede was een total disaster… een geriater die omwille van ethische (lees: oerconservatieve katholieke) bezwaren geen euthanasie wou toepassen op een hoogbejaarde met chronische pijnen (“ze zou toch wel vanzelf binnen enkele weken sterven”…) hoewel toen wettelijk wel alles in orde was. Toen werd de bureaucratie ingeschakeld en passeerden talloze artsen en andere adviesverstrekkers van allerlei strekking het bed van iemand die geeneens tot praten meer in staat was. Een pastoor heb ik toen eigenhandig buitengeflikkerd, de patiënt was overtuigd atheïst. Er werd een andere geriater aangesteld, eentje zonder bezwaren… Daar moest dan weer over vergaderd worden en om 22 u ’s avonds kreeg ik het verlossende telefoontje dat de volgende ochtend om 5 u (!!!) ook lekker bureaucratisch denk ik, het verlossende spuitje gegeven zou worden.

  3. Jan Braeken zegt:

    Hoe vreselijk delicaat, extreem complex en onmenselijk deze kwestie van euthanasie ook was of is, kan zijn en nog zal zijn in de toekomst : ik blijf bij mijn mening dat er nu onnoemelijk veel tijd wordt besteed en dikwijls verspild aan de procedures, controles en uitvoering van een al dan niet vrijwillig levenseinde van (psychisch) zieke mensen, omdat men de vele oorzaken van hun ziekte(n) en hun gedwongen onnatuurlijke dood, permanent en bewust of onbewust onder de mat wenst te vegen, en te blijven vegen. Een persoon die sterft kan niet meer spreken : dat komt vele schuldige artsen goed uit, dat komt vele medeplichtigen aan hun dood nog beter uit, en dat komt de hele samenleving, inclusief onszelf, het beste uit. Dat is de gemakkelijkste weg : niemand hoeft er nog over te spreken, alles is goed zo, case closed. Die vele oorzaken van ziekten zijn daarmee echter niet verdwenen. Zij sterven niet samen met de dood van de geëuthanaseerde personen, hoewel sommigen dat misschien hopen. Die oorzaken doen hun verwoestende werk verder, nu bij de nabestaanden, bij kennissen en vrienden, bij alle anderen. Dat verwoestende werk gaat net zo lang door tot de volgende euthanasie zich weer aandient, en de volgende, en de volgende. Ad infinitum. Die vele oorzaken zijn nog steeds niet genetisch, net zomin als ze dat ten tijde van de Nazi’s waren, en de genetica wordt nu nog altijd misbruikt als dekmantel om de ware oorzaken van die ziekten verborgen te houden. Indien ik milieuvervuiling zeg, relatieproblemen, werkloosheid, overwerk, extreme armoede en extreme rijkdom, dan weten velen waarschijnlijk wat ik bedoel. Wanneer ik die woorden rechtstreeks als oorzaken van ziekte aanduidt, elke ziekte, en wanneer ik zeg dat die oorzaken kunnen en moeten opgelost worden eer er sprake kan zijn van een toekomstige genezing van ziekten, en van een toekomstige overbodigheid van euthanasie – zulk een overbodigheid is zeer ongewenst voor een gigantische euthanasie-industrie, die zonder twijfel in opkomst is -, zullen alleen diegenen die geen persoonlijke financiële belangen hebben bij euthanasie waarschijnlijk nog nadenken, blijven nadenken, en veranderen van mening.
    Wordt vervolgd.

    • Jan Braeken zegt:

      De lange lijst van oorzaken van ziekten vul ik aan als volgt :
      politiek en economisch bedrog, veralgemeningen, gewetensproblemen, religieus bedrog, filosofisch bedrog, censuur, financiële oplichting, het extreme onevenwicht tussen psychische en lichamelijke activiteit, familiale problemen, ongepast ironie, het verdwijnen van de rechtsstaat, verziekende geheimen, communicatief bedrog, chantage, een epidemie van misdaad, democratuur, mondiale gokbeurzen, onaanvaardbare en misdadige dierproeven, de misdadige en zinloze zondebok of dekmantel van virussen, bacteriën en andere zogenaamde ‘ziekteverwekkers’, misdadig lobbywerk van bedrijven, et cetera. De lijst is volgens mij nog tienmaal langer, honderdmaal waarschijnlijk, maar natuurlijk is het oneindig veel gemakkelijker een pilletje te geven of een spuitje aan iemand die ziek is of terminaal ziek is, in plaats van zeer grondig na te denken over deze lijst, en in plaats van daar vast te stellen in welke mate men zelf medeplichtig is aan de ziekten van anderen, of aan de eigen ziekten. Ik meen dat voor dat nadenken zeer veel moed nodig is, en voor het geven of krijgen van pilletjes of spuitjes al te dikwijls niets.

    • Jan Braeken zegt:

      Verder meen ik dat de oorzaken en de opkomst van het wetenschappelijke materialisme, reductionisme en determinisme, die de nazi’s tot in hun uiterste consequentie doorvoerden, nog steeds niet voldoende begrepen is. De filosofische achtergrond en context daarvan, met name bijvoorbeeld de conceptuele abstractie en reïficatie (het zogenaamde ‘ding an sich’), en de overeenkomstige epistemologische scheiding tussen subject en object, is nog steeds te weinig onderzocht. De ontwikkeling van de huidige alternatieven daarvoor, met name immaterialisme (bewustzijn en energie), additionisme (oneindige toevoeging) en indeterminisme (kwantumfysica) verloopt zeer moeizaam. Er is echter geen weg terug.

    • Jan Braeken zegt:

      De pogingen uit het verleden om universeel te zijn, eeuwig te zijn en oneindig te zijn, – een inmiddels kritisch in vraag gestelde metafysica en ontologie -, resulteerden slechts in de abstractie daarvan, die de typisch menselijke verbindingen en relaties tussen mensen onderling, tussen mens en natuur, en tussen mens en kosmos verbroken, en blijven verbreken. Volgens mij lijkt het onze taak al deze verbindingen te herstellen, om een ware universaliteit, eeuwigheid en oneindigheid te realiseren.

  4. walter maes zegt:

    Doodgaan, daar moet de Staat en de bureaucratie zich idd niet mee bemoeien. Het is een intieme kwestie die geregeld wordt tussen de patiënt en zijn dokter, bijgestaan door de naaste familie. De officiële euthanasie die door de Staat en ‘bij wet’ geregeld wordt en in rapporten en statistieken gegoten is een perverse uitwas van onze decadente maatschappij. In plaats van het lijden neemt men het leven weg. Dokters zijn er niet om onder het goedkeurend oog van de Staat aan de lopende band mensen dood te spuiten, het nazisme achterna. Men doet het zelfs met honden en katten niet.

  5. Kerstin Huygelen zegt:

    OPINIE EUTHANASIE: De Morgen wil dit NIET publiceren, daarom verspreid ik het op andere manieren:
    WAT HOOGLERAARS EN NEUROLOGEN GELOVEN MAAR NIET WETEN.
    Kerstin Huygelen 10/09/2015
    Nu de komkommertijd weer verleden tijd is, maak ook ik als dochter van Lily Boeykens, graag gebruik van mijn recht op antwoord. Hoewel Peter Paul De Deyn, LEIFarts, neuropsychiater en hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen is, verlaagt hij zich met veel ‘dédain’ in de pers tot de volgende uitspraak:
    Over de dochter van Lily Boeykens zegt neuroloog Peter De Deyn: “Die vrouw zou je kunnen vergelijken met Dimitri Bontinck, die wordt ook door alle media opgevoerd maar is weinig geloofwaardig.” (De Morgen 17-06-15).
    Peter De Deyn ontwaart dus een gelijkenis tussen de figuur van Dimitri Bontinck en mezelf, hoewel ik nooit zelf vragende partij ben geweest om in de pers te verschijnen. Dit in tegenstelling tot Prof. Dr. Peter De Deyn, Prof. Dr. Wim Distelmans, Prof. Emeritus Jan Bernheim en emeritus-hoogleraar Etienne Vermeersch.
    Toen Rachel Aviv, onderzoeksjournaliste bij ‘The New Yorker’ mij vroeg of zij mij mocht interviewen voor haar artikel over euthanasie in België, had ik geweigerd om mee te werken. De angst bekroop me dat de Amerikaanse ‘een smeuïg verhaal’ zou neerpennen dat door de anti-euthanasie lobby in de VS zou kunnen misbruikt worden. Want zoals ik in ‘The New Yorker’ zeg, en herhaald heb in ‘De Morgen’, ben ik niet tegen euthanasie, maar wel tegen de manier waarop sommige artsen de euthanasiewet toepassen. Rachel Aviv overtuigde mij dat zij geen deel uitmaakte van de mensen die zich verzetten tegen euthanasie en dat objectiviteit hoog in het vaandel staat bij ‘The New Yorker’.
    Ik plaats vraagtekens bij de manier waarop de euthanasiewet toegepast wordt in Vlaanderen, zoals de titel in De Morgen (17-06-15) luidt : “Euthanasie is te vanzelfsprekend geworden”. De vragen die Aviv oproept, verdienen aandacht. De diepgang van haar artikel staat in schril contrast met de paternalistische en boude uitspraken van gezaghebbende intellectuelen en artsen die bijna dagelijks euthanasie plegen ‘met de glimlach’.
    Rachel Aviv heeft geen stelling ingenomen, zij vertelt over de ervaringen van nabestaanden van NIET-terminaal zieke moeders.
    Moeders dus. Nu zouden psychiaters, psychologen en professoren allerhande toch moeten weten dat de relatie tussen moeder en kind de sterkste band is die er bestaat en met geen andere te vergelijken is! Toch ‘geloven’ bovenvermelde heren dat zij ‘weten’ wat die moeders al dan niet wilden of wensten. Niet enkel het debat over euthanasie wordt door hen op zeer autoritaire wijze gesmoord, maar de band tussen moeder en kind durven zij te beoordelen met een soort pseudowetenschap, “specialisatie in levenseinde” genaamd. Geen van hen is ooit moeder geweest en sommigen zelfs niet eens vader, maar toch menen zij te weten wat die moeders met vermeende zelfmoordneigingen in het diepst van hun hart voelen.
    Zij beslissen over leven en dood, want zij ‘weten’ wanneer dit leven niet meer waard is om geleefd te worden. Zij ‘geloven’ dat dit leven ‘ondraaglijk’ geworden is en er geen ander middel of argument meer voorhanden is dan de fatale spuit. Een vanzelfsprekendheid die op afspraak bezorgd wordt. Alsof het niets is.
    Zij bieden, zonder inspraak van alle familieleden, als de ultieme uitweg voor complexe gevoelens, de onomkeerbare oplossing. In het geval van mijn moeder, had een gepaste manier van toenadering, ook soelaas kunnen bieden.
    Maar sommige artsen dulden geen tegenspraak. De onafwendbare afspraak moet nageleefd worden, zonder mededogen want de wet laat het toe.
    Het was ‘De Morgen’ die mij belde op 16 juni laatstleden en niet omgekeerd. Men wilde mijn reactie op het artikel dat daags voordien door miljoenen mensen in ‘The New Yorker’ (online) werd gelezen.
    Even de feiten op een rijtje plaatsen, fact checkers zijn welkom.
    De moeder van Margot Vandervenne werd zonder haar medeweten door Wim Distelmans geholpen bij haar zelfdoding. Tom Mortier kreeg één mail met de melding dat de ‘euthanasieprocedure van zijn moeder onderweg was’. Distelmans meent, net als andere confraters, de psyche van moeders te kunnen doorgronden. Als kind van een depressieve moeder diende Tom maar ad rem te reageren, zo niet, dan was haar levenseinde in zicht.
    Kan een oncoloog, zelfs in samenspraak met andere deskundigen beslissen wat ondraaglijk psychisch lijden is?
    En brengt hij en zijn medisch team dan niet het ‘ondraaglijk lijden’ over naar de nabestaanden?
    Door een moeder te doden, lijden de kinderen wanneer dit niet in samenspraak met hen plaatsvindt. Zelfs al is de relatie met de ter dood veroordeelde ‘verstoord’, conflictueus en door schuldgevoelens doordrongen’ zoals bovenvermelde geleerden pretenderen. Dat doet niet ter zake. Het psychisch lijden wordt dan in de schoenen van de nabestaanden geschoven. Prof. Dr. De Deyn vindt het namelijk totaal ongepast en ziekelijk dat een kind rouwt om de dood van de belangrijkste persoon in een mensenleven. Dat getuigt van een totaal gebrek aan inzicht en medeleven, maar klinisch en wettelijk is de neuroloog in orde, … of toch niet helemaal.
    Mijn moeder Lily Boeykens, die een beroemdheid was bij leven en dood, had net al haar activiteiten afgebouwd omdat ze 74 jaar geworden was en ze zat in een dipje of noem het zelfs een zwart gat. Feit is dat ze het moeilijk kreeg na het beëindigen van al haar leidinggevende engagementen en een zeer bewogen leven in de schijnwerpers. Het huis werd te groot en te ver afgelegen, mijn vader was overleden en Lily Boeykens werd weer een gewone sterveling. Verhuizen was een optie, gewoon leven zoals andere mensen na hun zeventigste. Velen onder hen vinden dit een zeer boeiende tijd. Maar zij wilde niet, zij had geen moed meer om het leven een andere wending te geven. Ze was als de dood voor psychiaters en dokters die haar de les zouden spellen of betuttelende verpleegkundigen in een bejaardentehuis. Angst om de controle over haar leven te verliezen, verlamde haar. Begrijpelijk, maar niet onontkoombaar en zeer voorbarig!
    Om dit ingebeelde lot af te wenden veinsde zij dan maar allerhande kwaaltjes die in de grond niet meer waren dan ouderdomsverschijnselen, waar niemand aan ontsnappen kan. Ook Lily Boeykens niet.
    Geheugenstoornis is zo een ouderdomskwaal, vooral bij mensen die al heel hun leven vergeetachtig zijn geweest, kan dit erger worden met de leeftijd. Dokters gaven haar zware medicatie die nefast was voor haar geheugen, psyche en humeur. Medicijnen dienden haar ouderdom te bestrijden, maar ze viel ten prooi aan nog meer angsten dan voordien. Om de pil te verzachten, leek de dood de enige uitweg te zijn voor haar ‘ondraaglijk psychisch lijden’.
    Als actief lid van de vrijzinnigheid en het recht op waardig sterven, kende zij Wim Distelmans en hij verwees haar door naar de dienst neurologie van het AZ Jette. Onderzoeken wezen uit dat zij leed aan “geheugenproblemen en een vermoeden van beginnende Alzheimer”, let op de woorden ‘vermoeden van’ en ‘beginnende’. Als gevolg van de zware medicatie die werd toegediend of niet, hiermee kon Distelmans niets beginnen. Na alle mogelijke documenten waar ook ik mijn handtekening had ondergezet, in orde gebracht te hebben, stuurde Wim Distelmans moeder weer huiswaarts met de boodschap dat ze binnen enkele jaren mocht terugkomen, wettelijk was alles in gereedheid gebracht voor de fatale spuit.
    Maar hiermee kon mama niet leven, zij wilde namelijk geen nieuw leven beginnen en spendeerde haar energie aan de zoektocht naar hulp bij zelfdoding. Via via vond zij de verlosser in de persoon van Peter De Deyn, die zij prompt uitnodigde om samen met nog enkele andere vrijzinnige vrienden gezellig te komen tafelen bij ons thuis. Deze feestelijke gastmalen werden meermaals gehouden tot de clinicus en de vrouw met angstsyndromen het op een akkoordje gooiden. De “verlossende” dood kon weldra komen. De Deyn had een chronisch gebrek aan onderzoeksmateriaal, in zijn geval hersens. En als neuroloog in de Geheugenkliniek Hoge Beuken Hoboken mocht hij zelf in eigen persoon Lily Boeykens onderzoeken. Het onderzoek wees nog steeds enkel een vaag vermoeden van beginnende Alzheimer uit. Bovendien vielen er geen argumenten voor depressie te bespeuren, waardoor men bezwaarlijk van uitzichtloos psychisch lijden kon spreken.
    Maar niet getreurd, want De Deyn is immers alwetend en rechter en partij in dezelfde zaak. Gezien het chronisch tekort aan onderzoeksmateriaal, had hij baat bij het bieden van hulp bij zelfdoding. En zo geschiedde. Enkele maanden later had De Deyn niet alleen een diagnose gesteld, maar ook de hulp bij zelfdoding geboden én de hersens verwijderd voor eigen onderzoek.
    Deontologische vragen werpen zich op. Maar in Vlaanderen wordt elk debat hierover op een vrij agressieve manier van tafel geveegd door de ridders van het heilige zelfbeschikkingsrecht.
    Bij een dood op afspraak, is het een vanzelfsprekendheid dat iedereen van de familie en zeker de eigen kinderen hierbij betrokken worden. Maar deze mening deelde De Deyn niet, ik paste niet in het plaatje omdat ik niet akkoord was met de snelle gang van zaken. Distelmans had mij immers nog net op het hart gedrukt dat zij nog lang te leven had. Plotsklaps was moeder ter dood veroordeeld en was er geen ontkomen meer aan! Zonder ziekte, slechts een klein beetje oud.
    Daarbij kwam dat ik als alleenstaande moeder van twee kinderen geen idee had hoe hiermee om te gaan en hoe ik dit aan mijn kinderen diende over te brengen. De geliefde oma waar ze nog net op bezoek waren geweest ging morgen dood gaan? Neen, psychologische bijstand kregen wij niet.
    Op een onwaardige manier werd zij uit ons leven gerukt. “Omdat zij dat zelf wilde” zeggen de radicale aanhangers van het zelfbeschikkingsrecht, terwijl het eigenlijk niet meer was dan een beslissing van iemand die om hulp riep. Zij heeft het zelf gewild, ja, dat is een feit.
    Maar moet een arts daar dan onmiddellijk op ingaan? En mag een arts zonder inspraak van alle betrokken partijen deze onherroepelijke daad uitvoeren? Mag een arts de afspraak voor de euthanasie zelf bepalen op een tijdstip dat niet haalbaar is voor iedereen?
    Ik kende haar doodsverlangen, maar ik vertrouwde op de wetenschap dat niemand haar daarbij zou helpen zonder medische reden. Tot De Deyn aanschoof aan de dis.
    Toen werd ik plots afzijdig gehouden en mocht ik niet meer deelnemen aan de “besprekingen” omtrent het levenseinde van mijn moeder. Omdat ik niet helemaal akkoord was met de manier waarop alles verliep, werd ik verwijderd. De fatale datum werd zonder mijn medeweten geprikt op een doordeweekse dinsdagochtend in het Middelheimziekenhuis Antwerpen, voor ons niet naast de deur. Bovendien stond ik er helemaal alleen voor en wist ik niet hoe dit intrieste nieuws op voorhand aan mijn kinderen te vertellen. Ook niet nadien. Die bewuste ochtend bracht ik hen naar school en toen was het te laat, het was gewoon onmogelijk om op twee plaatsen tegelijk te zijn!
    De Deyn wilde niet wachten, want hij had andere afspraken, dit vertelde hij mij zelf aan de telefoon.
    Ik citeer nog even Bernheim en Vermeersch, let op de denigrerende woordkeuze:
    “Mortier heeft ook twee gelijkaardige gevallen gerekruteerd waar, zoals hijzelf, een van de kinderen eronder geleden heeft niet door hun moeder te zijn betrokken bij haar euthanasie. De clinicus onder ons (JB) kent details die hem geruststellen, maar die hij, net als de beschuldigde dokters Distelmans en De Deyn, omwille van het beroepsgeheim niet kan vrijgeven.”
    Wat insinueren deze heren? Wat zouden zij zogezegd weten dat het licht niet mag zien? Zij kennen mij van haar noch pluim! Bovendien was het niet mijn moeder, maar dokter De Deyn die mij weerde! De eerste keer dat ik hem zag was op de begrafenis. Hij heeft me nooit uitgenodigd voor een gesprek. Door te beweren dat ik een psychiatrisch patiënt ben en daardoor ongeloofwaardig, begaat hij een ernstige deontologische fout. Hij gaat zelfs tweemaal in de fout, want nooit ben ik in psychiatrische behandeling geweest, nooit op consultatie bij een psychiater of psycholoog. Maar stel dat het wel waar zou zijn, dan is de deontologie helemaal zoek!
    En wat als mijn moeder wel Alzheimer had, zoals beweerd, zou zij dan wel geloofwaardig geweest zijn?
    De tactiek om familieleden die niet akkoord gaan met de gang van zaken en het gebrek aan transparantie en de manier waarop de afgezonderde familieleden in diskrediet gebracht worden, is een gekende tactiek die gebruikt wordt door mensen met autoritaire en dictatoriale neigingen. En dit soort mensen heeft weinig empathie voor het leed van anderen.
    Dit gezegd zijnde wil ik nogmaals benadrukken dat ik het goed vind dat er een euthanasiewet, waar mijn moeder trouwens haar steentje aan bijgedragen heeft, bestaat. Toch is de tijd rijp om aan de wet te sleutelen.
    Is het deontologisch verantwoord dat een arts eerst de levensmoede persoon zelf onderzoekt, een diagnose stelt en tevens de euthanasie uitvoert en ook nog de autopsie? De manier waarop de necropsie werd uitgevoerd liet niet meer toe dat moeder nog opgebaard kon worden. Hierdoor werd een laatste groet brengen ook onmogelijk gemaakt.
    En is het deontologisch verantwoord van een neuroloog/psychiater om gekwetste familieleden onterecht van allerlei psychiatrische aandoeningen te beschuldigen en dan nog in het openbaar?
    De kinderen en nabestaanden van zelfmoordenaars worden met veel medeleven omringd, op voorwaarde dat zij de hand aan zichzelf slaan. Wanneer een dokter de zelfmoord een handje helpt, dan luidt het motto van de zelfbeschikking. Al is hun lijden even ondraaglijk, de nabestaanden mogen dan genegeerd worden en zelfs beschimpt.
    De tactiek is anders, maar het verdriet blijft hetzelfde.

    Reactie op het opiniestuk van Jan Bernheim en Etienne Vermeersch:
    “Overhaaste euthanasie? Geloof niet alles wat ‘The New Yorker’ schrijft’.”
    De Morgen 26-06-2015.
    Als reactie op: “ ‘The New Yorker’ plaatst vraagtekens bij Belgisch euthanasiebeleid. Te weinig inspraak, te snelle beslissingen” – een artikel met getuigenissen in De Morgen van
    17-06-15
    Wat dan weer een gevolg was van een artikel dat eerst online en dan op papier verscheen in ‘The New Yorker’ : “Letter from Belgium. ‘The Death Treatment. When should people with a non-terminal illness be helped to die?” BY RACHEL AVIV June 22, 2015 – van een van de meest gelezen artikels op de website van The New Yorker.

    http://www.newyorker.com/magazine/2015/06/22/the-death-treatment

    http://www.demorgen.be/wetenschap/-the-new-yorker-plaatst-vraagtekens-bij-belgisch-euthanasiebeleid-a2360909/

    http://www.demorgen.be/opinie/overhaaste-euthanasie-geloof-niet-alles-wat-the-new-yorker-schrijft-a2376922/

    http://www.demorgen.be/opinie/de-new-yorker-houdt-ons-een-spiegel-voor-is-de-euthanasiewet-wel-een-goede-wet-a2362873/

    • Jan Braeken zegt:

      Geachte mevrouw Huygelen,
      Mijn deelneming en mijn respect voor het overlijden van uw moeder.
      Ik heb uw lange reactie grondig gelezen, en ik ben de informatie aan het doornemen die u hier gaf.
      Volgens mij is dit een gewetenskwestie voor iedereen, en ik hoop dat iedereen hier even grondig over nadenkt als u deed, en even gewetensvol en empathisch handelt als de waarheid dat vereist, op basis van de feiten.

  6. Kerstin Huygelen zegt:

    Geachte heer Braeken, dank voor je warme reactie.
    Mocht iedereen dit en andere overpeinzingen eens grondig lezen en mocht iedereen hierover nadenken, vrij van allerlei dogma’s, dan zou de stelling van Johan steek houden.

  7. Greta Troubleyn zegt:

    Het probleem met buitenwettelijk is dat dit snel tot misdaad kan leiden of problemen geven voor diegenen die dan aan de wens (al dan niet terecht) toegeven en als moordenaars worden aangeklaagd… als je de ideale moordenaar wenst te worden, wordt dan dokter,(of verpleegster) je kan er het gemakkelijkst mee wegkomen, zeker als er geen regels zijn….Neen…dus. Trouwens dan wordt het zelfmoord voor de nabestaanden ook niet zo’n leuke erfenis…

    Toch heel wat vragen, bedenkingen en mankementen…maar het blijft een gevoelige en delicate materie…

  8. Martine zegt:

    Mevrouw Huygelen,

    Lily Boeykens was voor mij een grenzeloze feministe, aan wie ik met respect terug denk.
    Het is zeer vreemd en droevig wat u is overkomen i.v.m. de dood van uw moeder.

    Wat euthanasie betreft, is mijn mening dat alleen de betrokken persoon weet wanneer het leven niet meer waard is geleefd te worden.
    Hier hebben noch professoren, noch ridders van het zelfbeschikkingsrecht, noch de kinderen hun wetten te stellen.
    Wim Distelmans is voor mij een voorbeeld van rechtvaardigheid, kennis en steun voor terminale- of ¨patiënten, die op een waardige manier uit het leven willen stappen.

    ¨Persoonlijk heb ik een andere ervaring met mijn zus die op een serene manier uit het leven is gestapt. Zij was niet terminaal, noch lichamelijk ziek. Zij had de leeftijd van je overleden moeder.
    Alleen de huisarts met enkele collega’s hebben haar wens om waardig te sterven gerespecteerd. Ook zij was lid van ” Waardig sterven “.

    Ik wik hiermee aantonen dat sereen uit het leven stappen ook mogelijk is.

    • Kerstin Huygelen zegt:

      Mevrouw Martine,

      Toch vreemd dat vreemden, hieronder versta ik alle mensen die geen nauwe band hebben met betrokken personen, het altijd zoveel beter weten. U behoort duidelijk tot de groep mensen die in mijn moeder enkel de zogenaamde “grenzeloze feministe” zagen, wat ook al een mythe op zich is. Zoals ik uit uw reactie versta, kende u Lily Boeykens helemaal niet, laat staan haar psyche of haar gevoelsleven, noch haar gezondheidstoestand of de manier waarop zij in de wereld stond. Bovendien gaat het hier niet specifiek over mijn moeder, dan wel over de deontologie van betrokken artsen en over de terreur van het zelfbeschikkingsrecht, alsook over hun autoritaire en bekrompen manier van discussie voeren.
      Zoals ik schrijf : De kinderen en nabestaanden van zelfmoordenaars worden met veel medeleven omringd, op voorwaarde dat zij de hand aan zichzelf slaan. Wanneer een dokter de zelfmoord een handje helpt, dan luidt het motto van de zelfbeschikking. Al is hun lijden even ondraaglijk, de nabestaanden mogen dan genegeerd worden en zelfs beschimpt.
      De tactiek is anders, maar het verdriet blijft hetzelfde. Het verdriet is zelfs groter wanneer de clinicus de vrouw die slechts aan verstrooidheid en beginnende ouderdom leed, de dood injaagt. Met als enig doel onderzoeksmateriaal (hersens) te bekomen en geen enkele andere piste dan de dood, onderzoekt of de kans geeft!
      Al was het maar tijd, Dr. P De Deyn heeft ons geen tijd gegeven, Dr. Wim Distelmans en nog vele andere artsen, psychiaters en neurologen waren van mening dat moeder nog vele jaren gezond en wél voor de boeg had. Slechts één arts bood zijn hulp bij zelfdoding aan, uit eigen belang.
      Schrijnend is het gebrek aan empathie tegenover de nabestaanden, niet enkel vanwege de zelfmoordenaars maar vooral het gebrek aan medeleven van sommige euthanasie plegende dokters bij NIET- terminale patiënten! En ook de manier waarop zij familieleden liever ver weg houden van hun dodelijk tafereel, vooral wanneer zij enige tegenkantingen ervaren.
      De dood mag geen ruilhandel worden ten bate van … .

  9. Martine zegt:

    Mevrouw Huygelen, het gaat mij niet of ik uw moeder ken of niet, dat is niet mijn punt.
    Wat uw relatie was met uw moeder weet ik niet en er zal veel zijn wat ik niet weet, zo blijkt uit uw reactie.
    Mijn punt is duidelijk dat euthanasie op een menswaardige en serene manier kan. Daar blijf ik bij.

    • Kerstin Huygelen zegt:

      Mevrouw Martine, u hebt volkomen gelijk indien dat uw punt is, daar twijfel ik ook niet aan.

  10. Greta zegt:

    Mevrouw Huygelen,

    Heb uw reacties ondertussen meer dan één keer gelezen en krijg er meer en meer een zeer onbehaaglijk gevoel bij. Het kan ten onrechte zijn, maar u lijkt me belust op sensatiezucht. Of uw moeder al dan niet een bekendheid is of was? doet er helemaal niet toe. Volgens mij kan ik de wijde omtrek navragen en vermoed niet dat ik één iemand zal kunnen vinden die al ooit van mevr Boeykens gehoord heeft….bekendheid dus vrij relatief en vrij ongepast uwer zijde om dit te misbruiken in uw teksten in deze delicate materie. Ongeacht de persoon geldt deze materie ook voor de armtierigste en meest onbekende mensen.

    Net als u afgeeft op gespecialiseerde mensen is het zeer ten onrechte van uwentwege om te gaan beweren dat uw moeder ” allerhande kwaaltjes verzon”!!!!

    Wel is het ondertussen geweten dat men Alzheimer enkel kan vaststellen op dode hersenen en niet op levende, enkel gelijkaardige symptomen vaststellen. Qua uiteenzetting lijkt het me inderdaad voorbarig geweest om het levenseinde van uw moeder in te zetten met de gegevens die u geduid hebt en daaruit volgt dan een discussie wie mag beslissen, wanneer en welke verschillende stappen dienen al dan niet gevolgd te worden, wie gehoord?

    Maar zeker niet de kinderen hebben hierin te beslissen…..ZEER DUIDELIJK NIET……tenminste niet zolang de ander wilsbekwaam is.

    Als twaalfjarige was ik sterke voorstander van de mening van Jasperina de Jong, het wensen van kinderen egoïsme van de ouders is en daarom kinderen niet de plicht hebben dankbaar te moeten zijn aan hun ouders. Het is uiteraard wel een mooi geschenk als zij het wel zijn. Kinderen als volwassen zelf hun keuzes mogen maken ook tegen de wensen van hun ouders in.

    Anderzijds vind ik dan ook dat een ouder het recht heeft zelf over zijn/haar leven te beschikken zonder goedkeuring van de kinderen. Het mooist en ideaalst uiteraard met goede familiebanden dit wel in overleg gebeurd, zij aanwezig kunnen zijn.

    Ook uw jammerklacht dat er geen psychische hulp is voor nabestaanden van een zelfdoding lijkt me nogal onterecht. De afgelopen 10 jaar zijn er voldoende inspanningen geleverd om bekendheid te geven aan allerhande therapieën en wegen om ze te vinden.
    Aan elk individu afzonderlijk om deze wegen te zoeken, te volgen of te laten….

  11. Kerstin Huygelen zegt:

    Mevrouw Greta,
    Wat uw punt is, dat is niet duidelijk tenzij schelden uit onbehagen. Nergens dweep ik met de bekendheid van mijn moeder en dat u haar niet kent, dat heeft absoluut geen belang, u hebt mijn woorden verkeerd begrepen. Zoals geschreven gaat het hier helemaal niet over dit specifiek geval.
    Verder wil ik er u attent op maken dat ik beschik over het dossier en het autopsierapport, dus post mortem. U kent het medisch dossier niet, maar eigent u wel het recht toe om te oordelen.
    Ik lees dat u een hevige aanhanger bent van het ultieme zelfbeschikkingsrecht, dat is uw goed recht, maar herlees de tekst van Johan Sanctorum eens, en ontdek waarover het hier in wezen gaat.
    Verder is een aanklacht geen jammerklacht en kan u onmogelijk weten of wij hulp kregen of niet, maar daar gaat het niet over, dat komt er gewoon bovenop.

    • Greta zegt:

      Mevrouw,

      Met alle respect, gelieve u eigen teksten eens te herlezen a.u.b., U bent wel degelijk de persoon die anderen aanvalt al dan niet terecht? Het is vooral uw onterechte aanvallende antwoord aan Martine dat mij over de streep gehaald heeft om alsnog te reageren. Als ik mijn eigen tekst herlees daarentegen, lijken me er voldoende nuances in te zitten. Als u een gevoel krijgt dat er ergens in mijn tekst een “schelden” staat of verwoord wordt, verwoord u enkel uw eigen gevoelens en wat u zelf doet en blijkbaar niet schijnt te beseffen, wat me dan bijna een bron geeft om de andere kant te gaan geloven?

      Ook uw idee dat ik oordeel over “enkel één dossier” waar haalt u dat vandaan? Ik geef mijn mening, vragen, bedenkingen over een tekst …het globale probleem en geen enkele mening over welk dossier dan ook vermits ik die niet ken en het me nog niet gelukt is een cursus of lezing te volgen over de verschillende mogelijkheden van levensbeëindiging. Trouwens ging het begin van de tekst van JS over “euthanasie van psychisch gestoorden” en de heikele problematiek daarrond, waar ik me dan ook van onthouden heb.

      Wat de tekst van JS betreft is vooral het laatste, “de onwettelijkheid” een brug te ver met betrekking het egoïsme van diegene die wenst geholpen te worden door “een ander” welke die dan ook mag zijn als hij/zij maar geholpen wordt en het hem/haar dan geen moer meer uitmaakt dat diegenen die de verlossende handeling moeten doen hiermee in eindeloze problemen kunnen komen… Waar liggen de grenzen of het werkelijk de wens van de overledene…dan wel moedwillige opzet of onder dwang van de “zogenaamde” intieme aanwezige personen is”?

      Juist dit maakt een zekere bekendheid naar verschillende organisaties noodzakelijk, tenzij men toch voor “zelfmoord” kiest, wat héél wat psychische patiënten doen trouwens, met eveneens heel wat kosten aan de maatschappij gezien de vele treinonderbrekingen door “zelfmoorden”.

      Vooral in onze huidige complexe wereld met de meervoudig samengestelde gezinnen lijkt me dit alleen maar één berg van ellende te zullen veroorzaken als er niet voldoende duidelijkheid over bestaat en meerdere officiële instanties betrokken worden.

      Met betrekking “organen doneren” lijkt me dit horror scenario stilaan te verdwijnen, vermits men bijna of reeds er in slaagt met kleine stukjes op kweek te zetten organen te kweken, men dus geen volledige organen van iemand anders meer nodig zal hebben.

  12. Kerstin Huygelen zegt:

    Mevrouw Greta,
    Nergens val ik ‘Martine’ persoonlijk aan, maar wel alle mensen die beweren dat zij Lily Boeykens als persoon kennen en in een adem door haar medisch dossier beoordelen. Dit zonder enige kennis ter zake of zonder de persoon of de situatie te kennen, noch haar dossier. Zij was een publieke figuur en daarom meten de mensen zich het recht toe om een oordeel te vellen, dat heb ik geschreven.
    Uw eerste repliek was daarentegen wel een persoonlijke aanval op mij en ook uw laatste reactie getuigt van weinig empathie. Zonder enige kennis van de situatie oordeelt u over mijn moeder en mezelf. Iedereen mag zijn mening kenbaar maken, zolang het algemeen over euthanasie gaat en het geen individueel dossier betreft waar men geen jota van snapt door gebrek aan feitenkennis.
    U kent zelfs de publieke figuur niet eens, laat staan de privé persoon. Waarover men niet spreken kan, daarover kan men niet anders dan zwijgen.
    Uw mening over euthanasie in het algemeen, daar heb ik geen oordeel over, want dat is uw vrijheid.
    Mevrouw Martine heeft overigens haar standpunt verduidelijkt en ik ben het volkomen met haar eens.

    • Greta zegt:

      Ik spreek ook nergens over één bepaalde persoon… trouwens zelfs als mensen dit wel in de mond nemen, is dit nog altijd een vorm van trachten te begrijpen, te plaatsen een vorm van medeleven,empathie of andere redenen, al dan niet op gepaste wijze, doen zullen ze toch…

      Heb trouwens nog een aandachtspunt, eigen bevraging mss, met betrekking uw uiteenzetting, uw passage:
      “….de relatie tussen moeder en kind de sterkste band is die er bestaat en met geen andere te vergelijken is… Geen van hen is ooit moeder geweest en sommigen zelfs geen vader.”.

      Mag ik hier even opmerken dat deze heren die u hier dan aanvalt ook wel degelijk in de baarmoeder gezeten hebben en de relatie moeder-kind ervaren hebben.

      In heel wat gevallen de relatie moeder-zoon veel sterker is dan de relatie moeder-dochter en er ook heel wat gevallen zijn waar de zoon veel zorgzamer naar de moeder toe is dan de dochter….dus blijft uw redenering dan nog overeind staan en gaat dit dan niet even zo zeer op voor vrouwen die nooit moeder geworden zijn en niet alleen naar de heren? Schuilt hier misschien toch ook een vooroordeel of jaloezie, zelfde feministische vooroordelen naar vrouwen toe achter?

      Dit mag je als een vooroordeel beschouwen of een zoeken naar evenwicht tussen mannen en vrouwen, mannen in onze huidige samenleving op heel wat vlakken meer gediscrimineerd worden dan vrouwen.
      Niet onmiddellijk voorstander van feministen ben, waar vrouwen niet bepaald lieverds zijn, zelfs meestal aan alle problemen ten grondslag liggen.

      Zie zelfs maar naar de godsdienstoorlogen en aartsvader Abraham – waar zijn vrouw Sarah eerst omdat ze geen kinderen kan krijgen, hem haar hulpmeid Hagar schenkt, die een zoon Ismaël ter wereld brengt, eens Sarah zelf een zoon Jitschak krijgt, ze Abraham opzet om haar te verbannen en de woestijn in te sturen… Dju, toch weer die rot vrouwen hun schuld…want uit Ismaël zijn de islamieten ontstaan en joden en christenen van Jitschak…. dit even hier omdat het blijkbaar aan de andere kant geweigerd wordt…
      Dimitri Verhulst met zijn “bloedboek” wel degelijk ook de islamieten mee insluit.

      In uw persoonlijke situatie misschien er enkel sprake van heren is, los van uw moeder die de beslissing genomen heeft en het weinige wat ik even gelezen heb in uw uiteenzetting (lees zeer bewust niets over haar) lijkt het me toch dat zij iemand was die zeer goed wist wat ze wilde en eigen beslissingen kon nemen.

      Nu is er eerder sprake van uw geval en de problematieken, vragen die eruit volgen, eventuele veranderingen rondom het bestaande systeem, maar niet meer die van uw moeder…(met betrekking uw uiteenzetting niet de algemene problematiek).

      De relatie patiënt – arts is in eerste plaats een zakelijke relatie tussen twee personen, die zich niet met de privésfeer hoeft te bemoeien als daar familiale onenigheden bestaan noch ze dient op te lossen. Daar zijn andere wegen of middelen voor. De wens(en) van de patiënt hebben voorrang, ook al gaat die tegen de wensen in van zijn/haar omgeving, dit valt niet meer onder zijn/haar domein ….

Reacties zijn gesloten.