De NGO-industrie lijdt aan een Jef Geeraerts-complex

Achter de ‘humanitaire’ façade zit een hoop ouderwetse neo-kolonialistische arrogantie.

Als ik vreselijke TV-beelden zie van hongerige kindjes in Afrika, dan stort ik snel iets op de rekening van Artsen Zonder Grenzen om mijn schuldgevoel te stillen. AzG, dat is mijn vaste terapeut in acute gewetensnood. Schuld, natuurlijk niet in de strikte zin, maar toch wel morele schuld die kleeft aan ongelijkheid, vanuit mijn naieve maar goedaardige stelling dat iedereen op deze planeet recht heeft op een menswaardig bestaan.

En daarbij komt natuurlijk de historische schuld van het kolonialisme, Leopold II, de afgehakte handjes en zo. Union Minière, het leegroven van het grondstoffenrijke paradijs, corrupte regimes, de actuele conflicten die nog steeds allemaal om bodemrijkdom gaan, en waar op het einde altijd een blanke met de poen gaat lopen.

Daarom: er moet gegeven worden, om de demonen te verdrijven. Onze demonen. Altruïsme als welbegrepen egoisme: wij hebben de slechte gewoonte om TV te kijken tijdens het avondmaal, en wie kan er nu in peis en vrede genieten van zijn steak au poivre bij die beelden? Dus komen de NGO’s (Niet-Gouvernementele Organisaties’) wel degelijk tegemoet aan een behoefte. Onze behoefte.

‘Red Cross – Double cross!’

Er gaan de dag van vandaag enorme sommen om, in wat een echte NGO-industrie is geworden. Het zijn stevige organisaties, burokratieën, ook zeer piramidaal top-down gestructureerd, met goed betaalde kaders waar af en toe een echte voormalige CEO op leeftijd zijn hemel komt verdienen. Dikwijls beconcurreren ze elkaar ook. In publiciteitsoorlogen, maar ook op het veld. Kenschetsend is, dat ze bij ons, in crisissituaties, er niet eens in slagen om één gemeenschappelijk rekeningnummer te gebruiken. Daarnaast blijft het geld ‘plakken’, en hoe.

In Haïti streken, na de aardbeving januari 2010, duizenden NGO’s neer. Grote mastodonten zoals UNICEF en het Rode Kruis, naast vele kleine, dikwijls religieuze Samaritanen. Ze liepen in de luxe-hotels vooral elkaar voor de voeten en vormden een soort nieuwe elite die met de oude lokale elites gebrouilleerd raakte. Waardoor er een parallelle trafiek van hulpgoederen ontstond, en zowaar een zwarte markt.

Het resultaat, na vijf jaar NGO-invasie’ en zo’n 10 miljard dollar donaties oogt desastreus: het land ligt nog steeds in puin, de gemiddelde Haitiaan is dakloos, de geleverde noodtenten (waar reusachtige contracten aan vast zaten) zijn er op de zwarte markt te koop. Zodanig zelfs dat de Haïtianen de NGO’s kotsbeu zijn en ze weg willen. Ze worden beschouwd als bezetters die de miserie, aangericht door de natuurramp, alleen maar vergroten.

Onlangs kwam een nieuwe dimensie omtrent deze liefdadigheidsindustrie aan het licht, die veel verklaart. Het blijkt namelijk een macho-wereld te zijn met een ‘glazen plafond’ dat je nauwelijks nog in het bedrijfsleven of de openbare sector aantreft. Het zijn echte mannenclubs, die bij nader toezien helemaal het oude koloniale paternalisme reflecteren. Daar hoort zonder twijfel ook enige seksuele toeëigening bij. Niet alleen tegenover de autochtonen, maar ook tegenover het vrouwelijk personeel zelf, zo bleek uit een rapport dat in The Guardian werd gepubliceerd, vandaag overgenomen door De Morgen. Hulpverleensters zijn soms meer beducht voor de seksuele agressie van mannelijke collega’s/superieuren dan voor het gevaar op het veld zelf:

“Het is ironisch dat we in de publieke opinie gezien worden als helden, omdat we ons in oorlogs- en conflictgebieden begeven. Maar een groter risico voor ons, vrouwen, vormen de mannen rondom ons.”  Zo luidt een getuigenis.

Vroedvrouwen

Het zijn dus niet alleen de inboorlingen die elkaar verkrachten, maar ook de buitenlandse dokters die zich aan collega’s en ondergeschikten vergrijpen, als was het hun voorrecht: de NGO-industrie lijdt aan een zwaar Jef Geeraerts-complex. Daar hoort onvermijdelijk een zwijg- en doofpotcultuur bij, de schrik om te spreken, en de morele chantage dat je het NGO-blazoen niet mag bezoedelen. Deze machocultuur infecteert het hele project en verklaart mede de ondoelmatigheid op het terrein: fout bezig, verkeerd model, perverse filosofie gebaseerd op machtsdenken en usurpatie.

Dit stukje wil geen onrecht doen aan de duizenden idealisten die zich inzetten op het veld. In het geval van AzG, dokters die dikwijls een comfortabele positie alhier laten staan voor hard, ondankbaar en gevaarlijk labeur in oorlogsgebied en epidemische zones. Chapeau voor hen. Maar ze functioneren in een foute constellatie. De humanitaire leugen van grossisten in liefdadigheid, die ons medelijden uitmelken en vooral hun eigen industrie veilig willen stellen, moet dringend ontmaskerd.

Dus jep, graag meer vrouwelijke logica (dat is nog iets anders dan gewoon wat meer vrouwen aan de top), een ander soort rationaliteit, minder abstract, horizontaler, kleinschaliger, meer organisch, gedacht vanuit kernen en autonome cellen die netwerken vormen. Meer de logica van de vroedvrouw dan die van de chirurg. En meer gericht op zelfredzaamheid. Makkelijk gezegd, ik weet het.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .