Beter één (dode) vogel in de hand dan tien (levende) in de lucht: over de wetenschap als lijkenverzameling

De ‘moustached kingfisher’, ofwel de ijsvogel met snor, komt enkel voor op het Guadalcanal-eiland, onderdeel van de Solomon eilanden in de zuidelijke Stille Oceaan. Er zijn naar schatting 250 tot 1.000 exemplaren in het wild, maar toch werd de mannelijke variant nooit eerder op foto vastgelegd. Net daarom wordt het vogeltje ook wel eens ‘spookvogel’ genoemd.
Aan dat gespook kwam een einde toen het beest in de netten verstrikt raakte van bioloog en vogelkenner Chris Filardi, die er uitgebreid foto’s van nam… en het vervolgens de nek omdraaide om het in zijn collectie op te nemen. Twintig jaar zat Chris de soort al op de hielen, U begrijpt het momentum. Let nochtans op de ironie in het woord ‘bio-loog’, stammend van het Griekse woord ‘bios’ voor’ leven’: iemand die het leven bestudeert maar niettemin doodt in naam van de wetenschap. Een foto is immers maar een foto, doch een kadaver is pas het ‘levend bewijs’ dat het onderzoek iets heeft opgeleverd: Chris Filardi is geen jager die naar de poelier gaat om zijn vrouw te bedriegen met een tam konijn.

Ach, Sanctorum, waarover maak je je weer druk. Het lijkt futiel en belachelijk, nu er op de oudste resten van de beschaving elk moment een nieuwe wereldoorlog kan uitbreken, om te zeuren over de moord op een subtropische mus.
Toch heeft dit verhaal iets macaber, want het typeert een mensensoort waarvan de intellectuele progressie geen gelijk tred heeft gehouden met de emotionele. En die van zijn planeet compleet is vervreemd. Niet alleen was een dode vogel op de dissectietafel meer waard voor de carrière van Chris Filardi dan een levende,- het toont vooral hoe de kanker van de abstractie ons denken, voelen en handelen domineert. Dat is een oud zeer, dat met Plato en Aristoteles onze cultuur is binnen geslopen: om greep te krijgen op de natuur moeten we haar sublimeren, systematiseren, van haar natuur beroven, formoliseren.
Zo is de tekst, zo is de literatuur, zo is de wetenschap ontstaan: als een welgeordende verzameling dode vlinders. De wereld van vernoemde filosofen en al hun nakomers, René Descartes zeker niet te vergeten, laat zich lezen als een gekoeld mortuarium, waarin de onvergankelijke ‘ideeën’ liggen opgeslagen, netjes in schuiven, als aftreksel (‘abstract’) van iets dat ooit heeft geleefd. Niet eens soep om op te eten, maar gewoon het bouillonblokje als trofee. Hoe wereldvreemd kan men zijn.
Wij leven in die vervreemding, we hebben haar leren aanvaarden. Kinderen die in een Antwerps stadspark een boom inkruipen, krijgen een GAS-boete en worden verzocht om zich terug naar de virtuele wereld van de PC en het tablet te begeven. Zij worden zelf dode vlinders die naar dode vlinders staren. IJsgekoelde ijsvogels, uit een boom geplukt en verGASt tot nette burgers. Met de natuur hebben we ook onszelf gedood en veroordeeld tot een bestaan van zombies.

De vraag blijft, waarom mijnheer Filardi zijn netten niet terug opende en de vogel de vrijheid gunde, iets wat u en ik als ondeskundigen misschien wél zouden gedaan hebben. Ik wil hier de wetenschapper niet als een emotieloze sadist opvoeren, integendeel. Want Chris hield van die vogel (dat kan niet anders als je er al twintig jaar op jaagt), ze werd een obsessie, en net daarom, om haar voor altijd te bezitten, kon hij haar de vrijheid niet terug geven: de logica van de lustmoordenaar en de romantische liefdesdood broeien mee in deze OXO-fabriek.
En nu het ziekelijke brein van de bioloog en al zijn confraters voor ons is gefileerd, moet alleen nog de vraag beantwoord worden, hoe en of dit te herstellen valt. Niet met grote woorden maar met kleine gebaren, denk ik. Daarom blijf ik de anekdotes opzoeken en het gemengd nieuws: op zoek naar de vlinder die in het Amazonewoud opstijgt en een storm kan veroorzaken aan de andere kant van de oceaan. Minieme oprispingen van leven in een door necrofielen gedomineerde planeet. Zo is het ook begonnen, en zo zal het herbeginnen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

3 reacties op Beter één (dode) vogel in de hand dan tien (levende) in de lucht: over de wetenschap als lijkenverzameling

  1. Marc Schoeters zegt:

    Had de orang-oetan in de brandende boom een boodschap? Niet echt. Dat het heet was, kon zelfs een mens zien. Maar toch wuifde hij naar de fotograaf die het laatste stukje wilde natuur wou vastleggen. Toen deze terugwuifde, viel de camera uit zijn handen. Van de val van de laatste orang-oetan zijn geen beelden bewaard.

  2. Jan Braeken zegt:

    “Van de zogenaamde ontwikkelden, de gelovigen van de moderne ideeën, is niets zo walgelijk als het gebrek aan schaamte en de gemakzuchtige brutaliteit van oog en hand waarmee zij alles aanraken, belikken, betasten.”
    – Friedrich Nietzsche –

Reacties zijn gesloten.