Badmeester Fons Duchateau heeft gelijk, maar moet zich niet achter de hygiëne verstoppen.

Het gaat niet om hygiëne, maar om een publieke badcultuur waarin het bevrijde lichaam zich ongecompliceerd mag tonen.

AMSTERDAM - Dames met burqini in het zwembad. ANP PHOTO VALERIE KUYPERS

Het rommelt weer in de interculturele sfeer, meer bepaald de relatie tussen de islam en wat Vlaanderen gemiddeld voor redelijk en wenselijk acht.
In Antwerpen diende een moslima zopas een klacht in bij het Interfederaal Gelijkekansencentrum omdat ze niet mocht baden in een boerkini. Dat is een badpak met mouwen, lange pijpen en een hoofddoek die soms meer lijkt op een smurfenmuts. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om het publiek gebruik van het Stedelijk Zwembad tijdens de normale uren.
Het Centrum gaf haar gelijk, in naam van de godsdienstvrijheid, maar schepen van Diversiteit Fons Duchateau (N-VA) hield voet bij stuk: het zou niet hygiënisch zijn, en ook tegen onze Westerse waarden omtrent de gelijkheid van man en vrouw.
Ik geeft de schepen helemaal gelijk: deze spooky outfit hoort niet thuis in onze moderne badcultuur. Alleen: waarom zich achter smoezen verschuilen? De boerkini is gemaakt van dezelfde stof als een badpak, zo’n hygiëne-argument kan je niet hard maken. Overigens dragen surfers ook beschermende kledij die het lichaam helemaal omsluit. Anderzijds geloof ik ook niet dat we er een mensenrechtendiscours moeten bij sleuren, en stellen dat een boerkini-verbod bijdraagt tot de emancipatie van de moslima. Dan botst men steeds weer tegen het vervelende feit dat ze er zelf om vragen en zelfs bereid zijn om juridisch hun gelijk af te dwingen.

De waarheid is veel simpeler, Fons, en zeg dat dan ook: het is gewoon geen zicht en doet het lichaam zelf geweld aan. Een historische kijk op de bad- en zwemcultuur maakt veel duidelijk. Al sinds de oudheid, maar ook in de middeleeuwen, de Arabische wereld inbegrepen, was baden niet alleen een zaak van hygiëne maar ook van cultuur, sport, sociaal contact, gastronomie, en, jawel, zelfs van erotische genoegdoening. Sinds 1500 had ook de Kerk haar verzet grotendeels opgeheven tegen het publieke baden en de daaraan verbonden zichtbaarheid van het lichaam.
Vandaag is ‘gaan zwemmen’ een mix van sport, ontspanning en globale lichaamscultus. Die is onderhevig aan bepaalde codes, die in de tijd uiteraard variëren. Relatieve naaktheid (zwembroek, zwempak, bikini) is toegestaan en wordt zelfs impliciet verwacht, zodat niemand zich ongemakkelijk hoeft te voelen. Kijken en bekeken worden, het is deel van het spel.
Belangrijk is,- en daaruit blijkt weer de culturele dimensie,- dat wij hebben leren leven met een realistisch lichaam dat ook mag gezien worden: rimpels, hangborsten, de fameuze sixpack ofte bierbuik, het hoort er allemaal bij. Daardoor werkt het publieke bad bevrijdend en heeft het iets oer-democratisch: iedereen gelijk, iedereen verschillend, geen complexen.
Die aanvaarding van het lijf-zoals-het-is, is nog maar een recente verworvenheid: tot voor kort schaamde de meerderheid van de vrouwen zich vooral, omdat ze niet beantwoordden aan het abstracte ideaal van de modellenmaten (slank, lange benen, globaal alles glad en zonder kussentjes). Onnodig te zeggen dat ook deze tirannie helemaal niet vrouwvriendelijk was, en minstens zo repressief mag gelden als het vestimentaire dictaat dat de islam vandaag toepast jegens vrouwen.
We hebben dus een lange weg afgelegd, die wellicht toch in de richting gaat van het totale naaktbaden en de gehele lichamelijke bevrijding.

Conclusie: de moslima in kwestie moet beseffen dat het openbare zwembad vandaag, in onze cultuur, uitnodigt tot fysieke zichtbaarheid en geen opzichtige verhulling verdraagt, noch om esthetische, noch om religieuze redenen, noch omwille van de preutsheid. Het publieke bad is een humanistische ritus van de verbondenheid die zeer breed wordt beleefd, door jong en oud, rijk en arm, schoon en lelijk, met en zonder beperking.
Niets belet de boerkini-adepten om het zwembad af te huren en privé-sessies te organiseren. Maar net door die verhullende attributen op te dringen in een openbare ruimte, gaan ze zelf voor de provocatie en het conflict.

Ook moslimvrouwen hebben te (grote of te kleine) borsten, een (dito) kont, (meestal) vetkussentjes en (soms) haar op hun benen. Angst dat ze teveel op de andere vrouwen lijken, en dat religie het lichaam niet maakt? Neen toch?

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

6 reacties op Badmeester Fons Duchateau heeft gelijk, maar moet zich niet achter de hygiëne verstoppen.

  1. Marc Schoeters zegt:

    Hij wist nog steeds niet welke kant op – de laatste pinguïn. Achter hem was de uitgestrekte ijsvlakte inmiddels ingepalmd door een stoet van vreemde vogels. Paradijsvogels en wevervogels probeerden elkaar met veel staartgepronk en pluimstrijkerij de loef afsteken . Blauwvoetstormvogels vlogen luid krijsend boven het strijdtoneel. Ook in de ijzige zee vóór hem doken rare wezens op. Naakte narwallen en volledig ingepakte baardwalvissen bekogelden elkaar met stukjes ijsschots. De laatste pinguïn wist het echt niet meer. Voor de enen was hij te schaars gekleed. Zo’n rokkostuum zonder broek – dat kon toch niet! Dat neigde naar goddeloos exhibitionisme! En voor de anderen was hij dan weer niet bloot genoeg. Waarom deed hij die ouderwetse jas met twee scherpe punten en lange panden niet gewoon uit? Dat zou veel humaner zijn! Nee – de pinguïn wist het niet meer. En tussen zijn poten wachtte als een tikkende tijdbom dat breekbare ei op de dag dat er een kleine pinguïn zou uit kruipen. Hij wist helaas wat dat betekende – een klein donzig ding met een grote bek die eeuwig geopend om vissen vroeg. Waar moest de pinguïn al dat eten vandaan halen – zonder pinguïnkindergeld? Misschien toch maar emigreren naar het noordelijk halfrond? Al betwijfelde de pinguïn of daar nog een plekje was voor een dier als hij – dat zwemt als een vogel en vliegt als een vis. In deze grijze tijden kon geen enkel dier het zich nog permitteren om tegelijk wit en zwart te zijn. Uitsterven dan maar? De dodo achterna? Of toch maar gewoon filosoof worden?

  2. Greta Troubleyn zegt:

    Surfers en duikers hebben ook in meeste gevallen een volledig pak aan en de badmode van vroeger er niet veel beter op.
    Als bepaalde vrouwen al dan niet Vlaams geen badpakken naar hun zin vinden en zelf beginnen met ontwerpen moet dit ook kunnen voor moslim vrouwen.

    Wel dienen ze zich de vraag te stellen, wat ze echt willen?

    Opvallen of net niet opvallen?
    Erotiek vermijden of net opwekken?

    Want dergelijke kostuums gaan meer de aandacht trekken, zeker als ze nat uit het water komen. Een grotere erotische impact hebben dan de badpakken en bikini’s van de overgrote meerderheid in een zwembad die niet verhullen.
    Wat men ziet is in de meeste gevallen niet prikkelend noch uitnodigend meer – wat verhuld wordt daarentegen net wel…

    Dus “WAT” “WILLEN” ZE?

  3. Jean zegt:

    Die smeerlapperij MOET verboden blijven voor eeuwig en altijd.
    Die vuiligheid hoort hier niet thuis.

  4. Marc Schoeters zegt:

    Nog een pijnlijk nakomertje.
    Het Interfederaal Gelijkekansencetrum (CGKR) heeft opgeroepen om “sereen” te blijven in het debat over de boerkini’s. Maar voegt daar bijna in één adem wel aan toe dat godsdienstgelijkheid boven gendergelijkheid gaat.
    Daar moet ik even van slikken. Dus het Gelijkekansencentrum vindt dat de rechten van wie gelooft in een hemels fantasievriendje zwaarder wegen dan de rechten van vrouwen, homo’s, lesbiennes, transgenders en noem maar op?
    Eigenlijk ben ik niet verbaasd over dit feit omdat in het Gelijkekansencentrum juristen werken die zelfs openlijk een fascistische organisatie als Hamas steunen. Nietwaar – mevrouw Rachida Lamrabet? Het Gelijkekansencentrum treedt bij de discriminatie van Joden of vrouwen alleen maar hard op als de dader een blanke man is. De rest wordt met fluwelen handschoen aangepakt. Want zoals Jozef De Witte – ex-directeur van het Centrum – ooit eens verklaarde: “Alleen minderheden kunnen gediscrimineerd worden.”
    Eigenlijk is stellen dat godsdienstgelijkheid boven gendergelijkheid gaat een nieuwe versie van dat bekende citaat uit “Animal Farm” van George Orwell: “All animals are equal but some animals are more equal than others.”
    Het Gelijkekansencentrum vindt blijkbaar dat een nieuwe minaret veel belangrijker en veel mooier is dan een verwijderde clitoris.

Reacties zijn gesloten.