► Chileense straathond zoogt kind: is empathie zonder moraal dan toch mogelijk?

In mijn zoektocht naar nieuws-dat-geen-nieuws is, kwam dit fait divers onder mijn aandacht: een hond die een verwaarloosd kind de borst geeft, ergens in een Chileense negorij. Vergeet de mediaheisa die volgt, het gekir van de welzijnswerkers (die vooraf nooit iets opmerken), de politici die zich stoer op de borst kloppen dat het kind uiteindelijk werd gered. Het gaat werkelijk enkel om dat koppel: een peuter van twee die de schranderheid heeft om de tepel van een hond te zoeken, en de hond die hem wil zogen.
Het geval is bekend van wolfskinderen die in een roedel worden opgenomen. Strikt biologisch is dat bizar: een niet-stamgenoot en dan nog van een vreemde soort, die zich vijandelijk opstelt, opnemen in de groep. Vooraleer nu iemand de vergelijking met het actuele vluchtelingenprobleem wil maken: het gaat altijd om een groep en een enkeling, er komt wiskunde en telwerk aan te pas. Ondenkbaar dat een wolvenroedel een andere groep zou adopteren.

Toch is het fascinerend, en kunnen we dit niet anders dan als een les in solidariteit beschouwen. Naar het schijnt komt het in Chili meer voor: verlaten straatkinderen die door honden en katten worden verzorgd. Mutter Angela verbleekt erbij. Het haalt de stelling overhoop dat mensen tot meer empathie zouden in staat zijn dan dieren. Niet daarvan. De ontwikkeling van de frontale lobben (de cortex of hersenschors), waarin we ons van het dier onderscheiden, maakt ons wel slimmer maar ook egoïstischer. In zoverre dat de strategie van de peuter wel als rationeel kan beschouwd worden, maar niet de generositeit van de teef.
Dat de hond ooit als wolf werd geadopteerd door de mens, waaruit dan heel de huisdierenzoölogie ontstond,- daar kunnen we ons iets rationeels bij voorstellen: hij hoort als waakhond bij de boerderij. En ook onze zogenaamde onbaatzuchtigheid (altruïsme) is vooral een kwestie van zelfstreling en morele bevrediging. Kijk naar de spullenhulpepidemie rond de asielzoekers.
Maar het compleet nutteloze aspect van een kwetsbaar mensenkind in een roedel, dat uiteindelijk mee de voedselvoorraad aanspreekt zonder er iets voor terug te geven,- daar kan ons verstand niet bij, omdat het ook niet gewoon is om te denken in termen van nutteloosheid.
Als homo sapiens kunnen we niet anders dan deze onstrategische empathie verder exploreren: de vraag waarom wolven een kind opnemen, of waarom die teef de kleine zoogde, blijft onbeantwoord. Wolven hebben geen moraal en doen toch iets wat wij als ‘ethisch waardevol’ beschouwen. Voor mij vormt die vraag een grotere uitdaging dan de achterkant van de maan of de precieze substantie van een komeet.

Ik verwijs ook naar het verhaal, een paar weken terug, van de man die een paar weken onder de berggeiten leefde, op vier voeten graasde, en dra ook als een van hen werd beschouwd. Boeiend experiment, geslaagd geval van inburgering, maar geen antwoord op de vraag waarom die geiten hem accepteerden, duidelijk ruikend dat het een specimen met een mensengeur betrof.
Ik denk dat we de natuur echt nog niet begrepen hebben, bijlange niet, ondanks de natuurwetenschap.  Misschien zit er toch meer in het dier dan we, vanuit onze Darwinaanse eigendunk, geloofden. Misschien is de mens dan toch een scheef gegroeid ondier, zoals de IS-filmpjes heel goed tonen.
En misschien moeten we terug naar het zoogdier, niet zozeer om te begrijpen waar we vandaan komen, dan wel om te herstellen wat fout is gelopen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .