Aarde 2.0, of het verloren paradijs

‘Kepler-452b’, zo luidt de voorlopig nogal prozaische benaming van een planeet die vanwege NASA-manager John Grunsfeld al meteen ook de ambitieuze bijnaam ‘Aarde 2.0’ kreeg.

De planeet ligt op een levensvatbare afstand van zijn zon, en er zou water kunnen stromen. Een ingehuurde kunstenaar ging alvast aan de slag om die Nieuwe Wereld in een smakelijk plaatje te verpakken: een weelde van Venusheuvels en vochtige kloofjes. Allen daarheen voor een exotische Star Trek in een ongerept paradijs? Gelukkig is die aarde-dubbelganger 1400 lichtjaren van ons verwijderd en dus compleet onbereikbaar, zelfs aan lichtsnelheid.

Nostalgie en destructie: toerist/hoerist

En waarom zeg ik ‘gelukkig’? Ach, stel u voor dat we zo’n zusterplaneet zouden ontdekken binnen redelijke reisafstand. Onszelf kennende, en de geschiedenis van de kolonisatie, weten we dat we eerst de oorspronkelijke bewoners, als die er zijn, zouden uitroeien of acculturaliseren (wat is het verschil), vervolgens de grondstoffen zouden exploiteren tot einde voorraad, om tenslotte binnen elke vijfkilometerstraal een McDonalds neer te poten.

Het zit in ons, de ongereptheid trekt ons aan, maar we vernietigen ze ook in sneltempo. In zijn roman ‘Platform’ hanteert Michel Houellebecq het sekstoerisme in Thailand als een metafoor voor deze dwangmatige degradatie.

Het is het verhaal van de negerinnen van Jef Geeraerts: in onze verloren onschuld zoeken we het exotische op, en vergrijpen ons opnieuw, om zo het verdrongen schuldcomplex nog te vergroten. Het ongerepte lokt en verleidt tot nieuw geweld: we zijn allemaal min of meer ontdekkingsreizigers, kolonisators én aanranders. Vanuit een vreemde nostalgie worden alle mooie, intacte plekjes platgelopen en platgeneukt tot resorts, drive-ins, bordelen. Hopeloos, die homo fuckiens.

Zo beschouwd is de Westerse moderniteit niet alleen een technisch-economisch fenomeen maar ook en vooral een machtsontplooiing van seksueel-mannelijke aard tegenover het ongerepte, dat we niet kunnen beleven zonder het te transformeren, consumeren en af te breken. Surrogaatparadijzen (Foucault spreekt van ‘heterotopieën’) komen in de plaats en vormen samen een cluster van genot en afbraak die we als ‘consumptiemaatschappij’ hebben geklasseerd, een moreel denigrerende term die ons niet belet om er zelf aan deel te nemen, omdat er eenvoudigweg haast geen andere keuze is.

Maar de hang naar echtheid en zuiverheid blijft. En zo komt de NASA, net op tijd, met een nieuwe prospectus op de proppen.  Nu werkelijk alle plekjes op deze aarde, als verloren paradijs, versodemieterd zijn, werd het tijd om de blik in het heelal te richten, en de einder met reusachtige fallus-telescopen af te speuren. Vanuit Geeraerts en Houellebecq weten we welk pervers verlangen er ook achter deze ‘wetenschappelijke’ interesse zit: we zouden, als planeetverklooiers, graag een herkansing krijgen op een Aarde 2.0, om net hetzelfde te doen. Onze status van intelligent roofdier dwingt er ons toe, ook al piept er hier en daar een aardige herbivoor dat we slecht bezig zijn.

Science-fiction x Disney

Dus andermaal en ten laatste: goed dat die alternatieve Aardes onbereikbaar zijn. Het zal bij kosmologische kinderporno blijven: idyllische plaatjes van maagdelijke hemellichamen waar we eindeloos op kunnen geilen dankzij de NASA, en met toestemming van Child Focus.

Niets staat nu een pseudo-reis naar Kepler-452b, herdoopt tot iets als ‘Geotopia’, in de weg: ergens in de Arizonawoestijn (waar volgens bepaalde complottheorieën al de opnames werden gemaakt voor de nep-maanlanding in 1969) is beslist nog plaats voor een exoplaneet in Disney-stijl. Na een virtueel goed geregisseerde ‘ruimtereis’ komen we, tegen honderd maal de lichtsnelheid, aan op een onbedorven versie van onze eigen stinkplaneet, een kunstmatig aartsparadijs waar we met aliens kunnen stoeien die, maar dat weten we niet, uit de achterbuurten van Bangkok zijn gerekruteerd: Geotopiërs hebben, zo is bekend, spleetoogjes en spreken een raar soort Engels dat we ook van de bemanning van de Enterprise (Star Trek) kennen.

Zo wordt de astrofysica dé wetenschap van de toekomst. Deze science-fiction ontdekt onbekende werelden, prikkelt onze fantasie en maakt het besef van een verloren Aarde draaglijk. In de limiet kan ze zelfs een religie worden, met een aanbod waar zelfs de 77 maagden van de Islam bij verbleken. De meest onvruchtbare plek op aarde, de woestijn, zal magnifieke Fata Morgana’s opleveren. Nu ik eraan denk: die Disneyficatie van de Arizona-woestijn kan, mits wat kunst-en vliegwerk, even goed in Syrië/Libië zijn beslag krijgen. Eind goed al goed.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Aarde 2.0, of het verloren paradijs

  1. Greta Troubleyn zegt:

    Rum mijnheer, ondanks de weliswaar vrij tijdelijke – (zie Jules Verne – ondertussen volgen de nieuwe uitvindingen en ontdekkingen zich veel sneller na elkaar op dan een eeuw geleden) onbereikbaarheid en afstand van deze eoplaneet, slaag je er wonderwel in om ze hier reeds met je tekst en verwijzingen behoorlijk te bevuilen. Gelukkig dat je dat heilig kroontje van voor draagt, je daardoor met veel weggeraakt en we de mogelijkheid hebben om even heen en weer te klikken – doef, doef, doef, – zo de pijnloze boksbaloefening als herademing 🙂

    Het lijkt mij een paradox om over een ongerept gebied te spreken als er ergens leven is, eerder zou je net een doods en onleefbaar gebied ongerept of in rust kunnen benoemen, wat zelfs dan nog niet exact is?
    Waar leven is, beweegt een enorme constante steeds veranderende activiteit van leven, overleven,voortplanting en doodslag.

    Je verlaagt het werk van “de kunstenaar” (vermoedelijk dus mannelijk?) met je tekst naar iets louter ordinair.

    Persoonlijk zie ik in eerste instantie dat hij alle elementen die noodzakelijk zijn voor leven erin verwerkt heeft – water – lucht – vuur – zon – maan? Maar vooral de linkerkant is boeiend, omdat het namelijk geen rotsen zijn maar vleugels. Je ziet in die bergmassa één of andere grote roofvogel, met kop nog liggend, slapend in of aan het water, beide vleugels naar elkaar toe. Verwijzing naar het bestuderen vogels – vliegen – naar vliegtuig – raketten – satelieten – bereiken deze eoplaneet. Van droom – fantasie? – naar werkelijkheid. Alleen de onderkant daar stel ik me toch vragen bij, waarom hij al die falussen in extreme onwerkelijke vormen tekent ? (het kunnen mensen voorstellen die nieuwsgierig het nieuwe gebied willen verkennen en zo dadelijk door de ontwakende roofvogel vernietigt en aangevallen zullen worden). De rechtse hebben meer kans om verder te geraken, teminste als ook daar geen tweede roofvogel ligt? (of het is het ruimtevaarttuig waar ze uitgestapt zijn?). Onze aarde is nog lang niet verloren – zelfs als ze reeds ginder zullen zitten. Een fijne zondag

    Ps: Heb je gisteren nog eens gegoogled en tot besef gekomen dat het maar half juist was als ik beweer je gezien te hebben – het was vooral gehoord en dit bij de kop te zien op Wikipedia past. Hoop in ieder geval dat dit stadium je zoon gespaard blijft, maar hij heeft in ieder geval een goede keuze gemaakt, want wat voor de NVa heden gebeurd is, zal als een paal boven water in de toekomst met groenen gebeuren als ze nog iets meer ontgroend zijn.

Reacties zijn gesloten.