Körperwelten versus Charleston: waarom Kunst de wereld al dikwijls heeft gered

RoofIk blijf maar staren naar die foto waarop Dylann Roof poseert, de jongeman die in het Amerikaanse Charleston 8 mensen dood schoot omwille van hun huidskleur. De setting is theatraal en bestudeerd, zelfs maniëristisch: de fameuze confederale vlag, een kanjer van een pistool, een priemende blik vanachter half neergevallen zonnekleppen, bizarre vrijetijdskledij en korte broek, en dat omgeven door een keur van balkonplantjes en terrasbloempotten. De selfie (?) is na zonsondergang genomen. Geen twijfel: dit is Kunst.
Wie wil begrijpen waarom Dylann Roof de daad pleegde, moet niet alleen zijn uitspraken lezen (‘Iemand moet de moed hebben om de echte wereld in te gaan, en dat ben ik’), maar moet vooral deze foto lezen. Mijn tekst van gisteren over Hitler versus Wittgenstein kan daarbij helpen. De ene door de geschiedenis bestempeld als de duivel in persoon, de andere als verlicht genie en eminent wijsgeer.
Edoch, hadden ze Hitler toch maar niet geweigerd aan de Weense kunstacademie! Het zou minstens een wereldoorlog gescheeld hebben, en, horresco referens, de kunstgeschiedenis zou er misschien een icoon bij gehad hebben, luisterend naar de naam Adolf Schicklgruber, gespecialiseerd in grote performances, body-art en goed geregisseerde massaspektakels.  Ook de beruchte kamparts van Auschwitz, Dr. Joseph Mengele, had mits een betere coaching kunnen uitgroeien tot een evenknie van Dr. Gunther von Hagens (foto, het brein achter de actuele reizende tentoonstelling ’Korperwelten’). Eigenlijk is Körperwelten het spiegelbeeld van het kabinet van Dr. Mengele, maar dan ontsmet, geësthetiseerd, van een keurmerk voorzien en wereldwijd opgeblazen tot hype.

koerperwelten_museumIk zet die twee foto’s dan ook bij wijze van provocatie naast elkaar: de ene een pose van wat ik als een mislukt artiest zie, de andere als geslaagd kunstenaar, Kunst zowaar met een grote K. Beide draaien rond hetzelfde fenomeen, maar met een verschillende output. De ene maait een reeks kerkgangers neer, de andere stalt geconserveerde lijken uit. Het laat ons toe om met andere ogen naar kunst te kijken: als een gesublimeerde vorm van geweld, en als hét middel van een gemeenschap om met zieke geesten om te gaan en hun destructief potentiaal te neutraliseren.
Mislukte en miskende kunstenaars zijn daarom wandelende bommen. En telkens een artiest in de media komt, de schijnwerpers haalt, hij mag Fabre, Delvoye of zelfs Tuymans heten, slaak ik een zucht van verlichting: oef, weer een weirdo met een bezigheid, de wereld weer een beetje gered. Daarom hou ik zo van het kunstenbedrijf, meer nog dan van kunst zelf: heel het cultureel circuit, de galerijen, de recensenten, de media, de boekenindustrie… ze vormen één groot netwerk dat de zwaarste gevallen opvangt en recycleert tot coryfeeën.

clockworkOntglippen ze ons, ‘gaan ze de echte wereld in’, zoals Dylann Roof, dan is het resultaat absoluut onvoorspelbaar en dreigt er weer een breaking news. In die zin kan men de samenleving hertekenen als een gekkenhuis, waarin kunstenaars en intellectuelen de patiënten zijn en het publiek de verplegers. Het aanhouden en uitbouwen van de waan is uiterst belangrijk om de patiënt niet écht te laten ontsporen. Alles is waan, behalve waar de deuren van het gekkenhuis opengaan en de ziekte zich verspreidt.
De film ‘A Clockwork Orange’ uit 1971 (foto 3), naar de roman van Anthony Burgess, is een meesterlijke parafrase van dat fenomeen. Waarbij men ook schrijver Anthony Burgess én regisseur Stanley Kubrick zelf zou kunnen zien als geïnterneerde psychopaten in volle bezigheidstherapie. Komt dat zien!
Alleen al daarom vind ik cultuureducatie uitermate belangrijk: ze laat de maatschappij toe om waanzin en begeleiders, kunstenaars en publiek, te onderscheiden én in een relatie te brengen. Waan, illusie en   voorstelling, om erger te voorkomen.
Körperwelten dus, warm aanbevolen.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Körperwelten versus Charleston: waarom Kunst de wereld al dikwijls heeft gered

  1. Bill Godfather zegt:

    Men kan evengoed de zaken anders bezien. Kunst met een grote K – de andere laat men hier wijselijk buiten beschouwing – is ‘waste’, ‘garbage’, zonde van al die moeite en door vensters en deuren gegooid geld. Alle ‘geslaagde kunstenaars’ zijn mislukte Ernest Mandela’s, Che Guevarra’s, Mahatma Gandhi’s, enz.

Reacties zijn gesloten.