‘De zesde extinctie’: zolang we er maar om kunnen lachen

Demonstranten steken hun hoofd in het zand. Ze willen dat de autoriteiten de opwarming van de aarde aanpakken. Het is een van de monsters van Loch Ness die met de regelmaat van een klok in de media opduiken: het verhaal dat we er allemaal aan gaan. Met name wordt de geschiedenis van onze aarde periodiek gekenmerkt door het verdwijnen van quasi- alle leven (een ‘extinctie’ of totale uitroeiing), en we zouden nu al aan de zesde beurt toe zijn, dit keer met de mens als grote gangmaker. Vervuiling, overbevolking, ontbossing,- het zijn allemaal elementen waarmee we de grote collectieve uitroeiing prepareren. Aan de univ van Stanford hebben ze het doemverhaal nog eens uitgesponnen.
En jawel, als ik Jean-Marie Dedecker in Knack zijn lofzang op de auto lees, op de ‘groene geitewollensokken’ zie afgeven, en hem hoor toeteren dat er nog meer bedrijfswagens zouden moeten bijkomen, dan denk ik: deze soort verdient niet beter dan te verdwijnen. U moet dat epistel echt eens lezen, het is raaskalderij van een uitgerangeerde politicus die zijn fin-de-carrière zowaar luister wil geven door ze te laten samenvallen met het einde van de mensheid.

Natuurlijk komt die zesde extinctie er. Ooit. Alles is eindig. Dat kan nog duizenden of tienduizenden jaren duren, of het kan binnen drie jaar afgelopen zijn. Alleen: hier past enige relativering, want ook als een groot deel van het leven op aarde verdwijnt, de natuur blijft en herstelt zich. Op een of andere manier vormt dat een troostende gedachte. Vanmorgen nog werd ik gebeten door een teek, het krioelt er hier van. Vast staat dat deze soort alvast geen last heeft van een extinctie, en ons op verre na zal overleven. Dat dwingt dan weer respect af voor zo’n beestje van een paar millimeter groot. En het doet er ons ook aan herinneren dat ons lichaam vol met beestjes zit, die wij maar als ondergeschikte fauna beschouwen, terwijl zij ons als vehikel gebruiken en in die zin superieur zijn. Van”primitief” naar “hoog-ontwikkeld”, beelden we ons in aan de top van een piramide te staan, terwijl het eigenlijk de basis is die regeert. De eencelligen dus, niet toevallig ook de oudste wezens met de meeste ervaring.
Anders gezegd: hier worden rangschikkingen, classificaties en hiërarchieën op hun kop gezet. De waan van het evolutiedenken. We zijn niet diegene die we dachten te zijn. En laat dat besef nu net de onderhuidse frustratie van die Stanfordse geleerden uitmaken: in hun catastrofetheorie zit ook veel antropocentrische rancune en wilde ondergangsretoriek, eigen aan de Führer in zijn bunker. Het besef dat het kleine het grote determineert en niet andersom, is iets dat radicaal indruist tegen ons geëvolueerde brein van de homo sapiens, eerst jager, later veefokker. Het fin-de-siècle-gevoel, eigen aan dat extinctie-gezwam, is het gevoel van de jager die door een mug wordt gestoken en weet dat, als hij er een doodslaat, er nog duizenden wachten.

En zo zijn we ook in staat om dit een humoristisch perspectief te plaatsen, waardoor ik de van de pot gerukte column van De Decker toch weer kan smaken. Heel het gekrassel, het molenwieken en geroezemoes dat ons omgeeft, doorgaans als ‘cultuur’ gekwalificeerd, is een hilarische manier om de dood en het einde te accepteren. Er zit dus ironie in al wat ons omgeeft, zelfs het meest ernstige. Hoe minder serieus we die menselijke komedie nemen, zowel het blauwe geroffel als de groene bekeringsijver als het bruine cynisme als de rode pedanterie,- het ‘kan-cultuur-de-wereld-redden’-gekwek niet te vergeten,- hoe meer we inzien dat de kakkerlakken ons op verre na overtreffen, des te meer kunnen we opgaan in de humane slapstick. Leven en laten leven, en dood gaan we allemaal. Applaus.
De ‘zesde extinctie’, althans de theorie en de bedekte paniek die ze uitstraalt, is dus geen echte boodschap maar meer een staaltje van zwarte humor, ook als is het zo niet bedoeld.
Bekijk eens bijgaande foto van actievoerders op het strand, die hun kop in het zand steken om te waarschuwen voor de nakende catastrofe. Geef toe: als de mens zich het grootst waant is hij het kleinst, en op zijn meest dramatische momenten het grappigst. Bij verdere twijfel, lees Erasmus, ‘Lof der Zotheid’.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

3 reacties op ‘De zesde extinctie’: zolang we er maar om kunnen lachen

  1. eric zegt:

    Niets Nieuws onder de zon.

    • eric zegt:

      PS. Vind Uw artikel dag van vluchtelingen van 20/06/15 niet terug op Uw blog ?

  2. Marc Schoeters zegt:

    Het krioelt op deze planeet van belachelijke figuren: gelovigen, gutmenschen, jihadisten, vooruitgangsdenkers, etnische zuiveraars, politici met grote idealen, onderwijsvernieuwers en mannetjes die alleen met een maagd willen trouwen. Maar de lachwekkendste zijn ongetwijfeld de pessimisten. Een pessimist is namelijk iemand die gelooft dat de mensheid niet zal verdwijnen.

Reacties zijn gesloten.