‘Dirty Corner’ in Versailles: schandaalartiest wil het netjes houden.

dirtySinds een maand pronkt in het park van het kasteel van Versailles een enorm kunstwerk, genaamd ‘Dirty corner’, van de Britse kunstenaar Anish Kapoor. Naar zijn eigen zeggen stelt het ‘de vagina van de koningin voor’: dat kan in deze context alleen Marie-Antoinette zijn, die in datzelfde park op suikerbergen skiede terwijl het volk verhongerde. In dat opzicht is het werk een repliek op ‘La Creation du monde’ (1866) van Gustave Courbet, ook een voorstelling van de vagina en omstreken, maar dan als symbool van natuur, zuiverheid, vruchtbaarheid en oorspronkelijkheid.

Maar de Dirty Corner is een ander soort vagina, namelijk die van de absolute monarche die de macht grijpt, aldus Kapoor zelf. Door het in Versailles te deponeren, frontaal tegenover het kasteel, daagt het de macht uit en stelt deze in een pornografisch perspectief. En dat allemaal binnen de ironische context van een Franse, mooi kaalgeschoren tuin die het werk lijkt van een betere intieme kapper,- welke man houdt niet van een nette gazon?

Allemaal goed en wel, uiteraard was de goegemeente gechoqueerd en mocht enig feministisch protest niet ontbreken: opdracht geslaagd, media ruim gehaald.

Maar nu hebben onbekenden zowaar het kunstwerk van deze Engelse Jan Fabre beklad met een plakkerig wit goedje dat verdacht veel op sperma gelijkt. De ‘dirty corner’ is dus echt dirty (pornos) geworden, de grootse provocatie vanwege de megakut werd beantwoord met een even grootse ejaculatie, enkel mogelijk via enthousiast groepswerk. Een ‘gang-bang’ in het Engels.

In Le Figaro doet de artiest zijn beklag, en spreekt over intolerantie en ontoelaatbaar vandalisme, een daad van barbarij vanwege  “…un groupuscule dont la voix recouvre celle de la plupart des autres”. Hij wordt hierin volmondig bijgetreden door cultuurminister Fleur Pellerin, een vagina van Koreaanse afkomst die onmiddellijk instructies gaf om het goedje te verwijderen.

Die verontwaardiging lijkt me bizar en helemaal niet consequent. Overal bazuint kunstenaar Anish Kapoor de ikonoklaste boodschap van zijn kunstwerk rond. Maar als die excentrieke vaginamonoloog, een frappant geval van uitlokking, dan beantwoord wordt met een daadwerkelijke penetratie, die ik als een daad van perfecte participatie zie (‘fuck the Queen’), begint het genie te jammeren en beroept zich op de macht en het repressief apparaat om de aanranders bij de lurven te vatten. Flauw is het, geborneerd, intolerant. Dat is als een hoer die de maagd uithangt in een al te doorzichtige peep-show.

Daarmee wordt het originele kunstwerk van Kapoor als hypocriete pose ontmaskerd en gedevalueerd. En bestaat het eigenlijke, zinnige kunstwerk-symbool uit de nieuwe, publiekgesigneerde versie, mét sporen van aanranding. Onbegrijpelijk dat men die essentiële toevoeging wil verwijderen in naam van de esthetica, de hygiëne en de goede zeden.

Hetzelfde gevoel krijg ik bij andere gesacraliseerde grappen zoals het welbekende urinoir (1917) van Duchamps, eigenlijk ook een soort open vagina, ook in Parijs te bezichtigen: waarom is het verboden om daar echt in te plassen en zodoende het kunstwerk af te maken (dit in alle betekenissen van het woord)? Waarom mag de artiest provoceren, maar mag de toeschouwer dat niet beantwoorden? De fameuze breuk tussen kunstenaar en publiek, hét deficit van de moderne kunst, kan alleen gedicht worden door het publiek zelf tot kunstenaar te maken. Dan krijg je pas echte rebellie. Een hoop zogenaamd ‘vandalisme’ heeft meer met die aspiratie te maken, dan met vernielzucht. Ironie die zichzelf ernstig neemt, mag niet stoppen als de grap uit de hand loopt en iemand tot de daad overgaat.

De onschendbaarheid van de koninklijke flamoes en de groteske afwasoperatie tonen als het ware de restauratie van het Ancien Régime in al zijn glorie: Frankrijk is, onder zijn republikeinse façade, altijd een monarchie gebleven, met cultuur als regime-decoratie en Parijs als absoluut machtscentrum. Ook de zgn. ‘provocateurs’, zij vooral, zijn lakeien en narren die het park opsmukken en doorheen hun exclusieve grappen de taal van de macht spreken. Ook bij ons, Fabre, Delvoye en consoorten, met hun sterke hang naar hoflucht: een sterk, barbaars publiek verdienen ze, dat de ‘dirty corners’ naar waarde weet te schatten. Spuiten maar, jongens.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

4 reacties op ‘Dirty Corner’ in Versailles: schandaalartiest wil het netjes houden.

  1. Uitingen van kritiek op ‘de machtigen’, of dat nu via kunst of wat dan ook is, zijn door diezelfde macht niet zo gemakkelijk meer te onderdrukken als in de glorietijd. Dan is het beter om die kritiek zelf te organiseren. Een van de beste voorbeelden vind ik nog altijd hofnar Geert Hoste, die met zijn verschrikkelijk flauwe en hopeloos voorgekauwde tooghumor nu al meer dan twintig jaar lang de Vlaming zijn opborrelend gevoel van onvrede met het ‘establishment’ helpt kanaliseren (lees: afleiden).
    Want als we er eens mee hebben kunnen lachen, kan het toch niet zo slecht zijn, of wel?

  2. VERLEYE Johan zegt:

    Puike analyse. En met dhr. De Jonghe ben ik het trouwens ook eens waar hij schrijft: ‘Geert Hoste, die met zijn verschrikkelijk flauwe en hopeloos voorgekauwde tooghumor enz.’

  3. Kris Pedant zegt:

    “Le scandale du monde est ce qui fait l’offense. Et c’est ne pas pécher que pécher en silence.” behoort tot één van de ‘répliques célèbres’ van Molière uit Tartuffe, een toneelstuk dat in 1664 voor de eerste maal werd opgevoerd in de luxueuze vertrekken van Louis IVX te Versailles. In de komedie werd de spot gedreven met devotie, voorgesteld als hypocrisie,en dit tot groot welbehagen van ‘le Roi-Soleil’. Dit situeert zich enige tijd na de dood van Kardinaal de Richelieu († 1642), bijgenaamd ‘l’éminence rouge’, die ook bekend stond als iemand die de macht van de kloosters wilde vergroten. In de periode van de gewelddadige kardinaal speelde zich ook nog het verhaal van d’Artagnan en zijn drie musketiers zich af. Dit verhaal, dat in 1841 als ‘roman de cape et d’épée’ door Alexandre Dumas werd uitgebracht, kreeg later felle kritiek van de eerste feministes en Engelse suffragettes, dat in hun ogen een typisch voorbeeld van mannelijk chauvinisme was, waarin broederschap tussen mannen als een van de belangrijkste deugden werd gezien. De vrouwen in het verhaal komen er niet al te best af, en worden getypeerd als ‘femmes fatales’, die overspelig en onbetrouwbaar zijn. (Wikipedia)
    Het citaat van Molière is geplukt van Figaroscope, een webstek van Le Figaro…

    • Kris Pedant zegt:

      spellingsfoutje, regel 4 : Louis XIV (Louis Quatorze) moet het zijn, nota bene de 64ste in de Chronologie des Rois de France. Je zou van minder de tel kwijtraken. Voor de Belgische dynastie duurt het nog wel even voor we zo ver zijn. We boffen hier echt wel!
      Quel bonheur et que de bons souvenirs!

Reacties zijn gesloten.