Principia Mathematica: waarom de black-out in ons luchtruim veel zegt over de kwaliteit van ons onderwijs

Wat is de link tussen het onwaarschijnlijke geklungel bij luchtvaartbeheerder BelgoControl (geknoei met noodstroomgeneratoren leidde gisteren tot algehele black-out in Belgisch luchtruim) en onze pittige discussie van gisteren rond de leeftijdsgrens voor toegelaten seks? Inderdaad: de wiskunde.

Dat mijn inwijding in de liefde leidde tot een levenslange fascinatie voor integralen en differentialen heeft ook het inzicht opgeleverd dat het menselijk intellect op zijn best is als het bruggen weet te maken tussen ratio en intuitie, rede en gevoel.

Nash-evenwicht

De opsplitsing van de 16de eeuwse homo universalis in een zogenaamde linker- en rechterhersenhelft, respectievelijk het terrein van de logische geesten en de fantasten, leidde via de romantiek tot een tweedeling tussen wetenschap en kunst. Van daaruit gingen kunstenaars zich gedragen als superemotionele en hypersensitieve projectielen, terwijl de meer ‘wetenschappelijk’ ingestelde breinen zich opsloten in de academische bureaucratie en het hokjesdenken. Deze karikaturen tonen aan hoe éénzijdigheid domheid voortbrengt. Zogenaamd gevoelsmensen bakken er even weinig van als pure techneuten. Het wonder en de oplossing zit een combinatie van beide.

Mijn vermoeden is, dat crashes zoals bij de Belgische luchtvaartleiders te wijten zijn aan een cognitief defect dat ingebakken zit in ons onderwijssysteem: de stempel die men vroegtijdig op zijn brein krijgt. Je bent ofwel een rekenaar, ofwel een creatieveling.  Een denker of een doener. Een cijferneuker of een emoot. Je moet vroegtijdig kiezen en je aan die keuze houden, zo verwerf je een diploma. Terwijl nu net de communicatie tussen beiden, in ons eigenste hoofd, de oplossing levert. Zowel de lijntjes kunnen volgen, als erbuiten durven gaan. Analyse én synthese. Het algoritme en de turbulentie.

Bij het overlijden een week geleden van de wiskundige John Forbes Nash, de man die o.m. de speltheorie onderste boven haalde met de fameuze redenering van het Nash-evenwicht, blijkt opnieuw hoe creativiteit en logica met elkaar vervlochten zijn. Bestudeer een Wagnerpartituur, en merk hoe deze hyperromantische operaschrijver wel degelijk een systeem volgde, een complex systeem dat niet zomaar te imiteren maar wel te reconstrueren valt.

Of lees hoe Douglas Hofstadter in zijn boek ‘Gödel, Escher, Bach: an Eternal Golden Braid’ (1979) de fuga’s van J.S. Bach als een brug ziet tussen kwantiteit en kwaliteit, ratio en gevoel. En waarom zijn grote dirigenten vaak mathematici, zoals Ivan Törzs (ex Vlaamse Opera), die wiskunde heeft gestudeerd aan de Princeton University, dezelfde universiteit waar hogervermelde John Forbes Nash zijn geniale inzichten ontwikkelde? Juist. De kracht van ons brein zit in de dialoog tussen de twee hersenhelften. Principia Mathematica.

Wiskunde verbindt

En nu horen we zopas dat ons onderwijs geen wiskundeleerkrachten van niveau meer vindt. Dat is symptomatisch voor een bredere spiraal van intellectuele achteruitgang in die zogenaamde kennismaatschappij. Want net de wiskunde is ernst én spel, logica én inventiviteit, wetenschap én kunst. De wonderlijke logica én onvoorspelbaarheid van het schaakspel. Achter alle filosofie, literatuur, kunst, natuurkunde, chemie, kosmologie, zit de wiskunde als eigenfrequentie van ons brein zelf. Ze bevindt zich op de grens van ons weten, en is het enige echte raakpunt van het menselijk brein met het universum. Voor meer details hierover: lees Ludwig Wittgenstein.

Daarom pleit ik voor meer wiskunde in het onderwijs, sterkere wiskunde, hogere wiskunde, gekkere wiskunde, zodat ook aanhangers van de ‘humane’ wetenschappen (alsof de andere niet humaan zijn), de zogenaamde alfa- en gammarichtingen, inzien dat het gevoelsmatige niet irrationeel hoeft te zijn. En dat cijfers vreemde sprongen maken. En dat wiskunde zelfs hier en daar uitmondt in poëzie.

Zelf zoek ik als filosoof constant naar het systeem achter de chaos, maar ook naar de chaos achter het systeem. Met de muziek als bemiddeling. En universalisten als voorbeeld. Dichters die getallen verafschuwen vind ik even oninteressant als punthoofden die alles herleiden tot een rekensom.

Innovatie zei u? Dan moet de creativiteit terug gemeengoed worden, en niet alleen een kunstenaarstic. De focus van het Vlaamse onderwijs van de 21ste eeuw zou de nieuwe homo universalis moeten zijn. Het internet is een reusachtige digitale fichenbak, maar daar een weg in vinden vergt mensen die zowel structuur als chaos in één spel weten op te vatten. Dus ja, éénheidsstructuur, tot een stevig stuk in het middelbare onderwijs, biedt daartoe het pedagogisch kader.

Een vroegtijdige scheiding van de alfa’s, beta’s en gamma’s, de ‘humanen’ en de ‘exacten’, zal steeds meer leiden tot black-outs in crisissituaties waar het echt begint te spannen,- daar dus waar analytisch vermogen én creativiteit gewenst zijn. Dat doet zich niet alleen in het Belgische luchtruim voor. Maar bijvoorbeeld ook tegenover de mondiale uitdaging nummer één, namelijk IS en het terrorisme. Daar is de Westerse intelligence echt de weg kwijt. John Forbes Nash herlezen zou al helpen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .