Moeskroen bouwt een muur(tje): waarom grenzen psychisch welzijn creëren

Zijn muren per definitie slecht? Ik weet het nog zo niet. Rond de stad Moeskroen is heibel ontstaan omdat men daar een muur wil bouwen, pal op de Franse grens, om zich van een zigeunerkamp af te schermen, gelegen op Frans grondgebied. De Fransen hebben sowieso de neiging om hun rommel zo dicht mogelijk tegen de Belgische grens de deponeren. Bekijk bijvoorbeeld eens op de kaart in welk mooi inhammetje de kerncentrale van Chooz zich bevindt.
Maar goed, de Moeskroenezen willen een anti-Roma-muur. Volgens een aantal bewoners zou er van overlast sprake zijn. De ene gewaagt over wildschijten, de andere over diefstal, tot en met schieten met scherp op woningen.
Moeilijk na te gaan wat ervan waar is en wat niet. Maar heeft dat belang? Laten we even alle weldenkend-linkse kretologie over ‘nieuwe Berlijnse muren’ en ‘ghetto’s’ achterwege laten. Volgens de pers gaat het over een muur van, hou u vast, 10 m op 2,5 m. Ons tuinmuurtje is langer. Dat kan hoogstens een psychologisch effect geven en mogelijk enige visuele afscherming. Ik zou zeggen: doen! En moge iedereen aan beide kanten van de muur in peis en vrede leven.

Het postmoderne globalisme, waarin het linkse kosmopolitisme en het hyperliberale vrijemarktdenken elkaar gevonden hebben, wil nu eenmaal dat alle grenzen gesloopt worden. Ook de Europese constructie lijdt aan die obsessie. We kennen het resultaat: een groeiende Euroscepsis bij de gewone man en vrouw. Grenzen waarborgen nu eenmaal objectieve en subjectieve veiligheid (het ‘gevoel’ dus). Waarom mensen dat gevoel ontnemen? A propos: als er nu één volk is dat zich juist afschermt en op zijn autonomie gesteld is, dan zijn het wel de Roma’s.
Zowel personen als gemeenschappen hebben een legitieme behoefte aan integriteit, het recht om zich ook ruimtelijk te definiëren. De behoefte om zich te onderscheiden en eventueel af te zonderen. Dat is een essentieel recht, zowel gebaseerd op positieve empathie (tegenover de medeburgers) als op negatieve gevoelens van onzekerheid, onveiligheid, angst (tegenover de buitenwereld, het andere).
Nutteloos en zelfs gevaarlijk om deze behoefte te ontkennen. Politiek is ze bovendien van grote constructieve betekenis. De middeleeuwse steden zijn ontstaan als ommuurde enclaves, waarin het burgerschap en het begin van onze moderne democratie ontkiemden. Zonder die muren was er nooit van autonomie en stedelijke cultuur sprake geweest.
En o ja, onze tuinmuur. De relaties met onze buren, echte Vlamingen die onder andere geen spelende kinderen kunnen horen of zien, is er maar op verbeterd sinds een houten schutting, aan weerskanten nog eens bedekt door een hoge haag, onze wereld van de hunne heeft gescheiden. Uit het oog, uit het hart. Ook dat bedoelde Voltaire met ‘Il faut cultiver son jardin’. Even eraan herinneren dat ons woord ‘tuin’ afkomstig is van het oud-Frankische ‘tun’ (verwant met o.a. het Engelse ‘town’), dat simpelweg ‘omheining’ betekent.

Muren kunnen dus wel degelijk vrede stichten, ook al is het geen warme vrede, maar dat kan ook niet overal. Er is overigens een wereld van verschil tussen het omheinen van eigen territorium, en het inkerkeren van iemand anders’ biotoop, het zogenaamd ‘cordon sanitaire’ of schutskring. De eerste is een essentiële vorm van vrijheidsbeleving, het andere gaat over vrijheidsberoving. De muur rond Gaza mag men tot de laatste categorie rekenen: niet eens een verdedigingsmaatregel van Israël, maar een daad van agressie die de Palestijnen tot een ghetto-bestaan veroordeelt in een gebied dat langs alle kanten is afgesloten, de zee inbegrepen.

Maar ja dus, als anti-globalist vind ik dat Moeskroen dat muurtje mag neerpoten, als de bewoners zich daar beter bij voelen. Het zou bijvoorbeeld ook een klein monument worden over hoe werelden elkaar tegenspreken, inclusief graffiti. En wie weet met een kijkgat. Niets zo akelig als een grenzeloos universum. Wat jurist Matthias Storme​ ‘het recht op discrimineren’ noemde, komt er ook op neer dat individuen of groepen het recht hebben om tussenschotten te plaatsen en ‘hun tuin te cultiveren’.
Daar hoort wieden bij. Onlangs nog heb ik twee facebook-‘vrienden’ uit mijn lijstje verwijderd. Waarom? Gewoon omdat ik er zin in had en ze mijn zicht begonnen te bederven. Eentje werd daarop heel boos en nam het woord ‘censuur’ in de mond. Hilarisch. Mag men nog zijn eigen vrienden kiezen? Daarom, een goede raad voor alle tuinaanleggers in spe: besteed vooral zorg aan de omheining. Een gat in de haag behoort dan altijd tot de mogelijkheden.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Moeskroen bouwt een muur(tje): waarom grenzen psychisch welzijn creëren

  1. Jan Braeken zegt:

    Niet akkoord Johan. Die muur gaat volgens mij het probleem alleen maar vergroten. Dit is een bipolair perspectiefverblindingsprobleem. Vanuit het ene perspectief, dat van de Moeskroener, veronderstelt men dat het andere (van de zigeuner) precies hetzelfde is, maar dat is nooit het geval. Indien we vanuit het perspectief van de zigeuner denken, wordt dat duidelijk. Hoe zou je zelf zijn als zeer vrijheidslievende zigeuner, als er plots, ongevraagd, een muur verschijnt die je zicht beneemt en je bewegingsvrijheid beperkt ? Ik zou dat niet fijn vinden, vooral niet omdat ik de vrijheid zo liefheb – in tegenstelling tot velen onder ons. Ik zou over die dwangmuur gaan kijken of klimmen, om te zien wie of wat uit het zicht moet blijven. Ik zou mij afvragen waarom iemand anders mijn zicht en mijn bewegingsvrijheid ongevraagd heeft ontnomen, wie dat is, en wat ik daar aan kan doen. Indien ik een agressief persoon zou zijn, of een misdadiger, zou mij dat op minder vriendelijke gedachten brengen.
    Grondig overleg tussen beide partijen lijkt mij beter, en intelligente oplossingen bedenken en voorstellen, in plaats van een muur op te trekken. Israël is in dat verband inderdaad een goed voorbeeld van hoe het niet moet, en dezelfde problemen zullen op kleine schaal opduiken in Moeskroen.

Reacties zijn gesloten.