Venus in de spiegel: tegen de BMI-dictatuur en het vreugdeloze diëetdenken

RubensDe vrouwenopstand tegen het anorexia-ideaal en de Twiggy-obsessie was nog maar net uit de startblokken geschoten, en daar wordt alweer alarm geslagen omtrent overgewicht. Een Europees WHO-congres over obesitas in Praag heeft voorspeld dat tegen 2030 de Belgische heren en (vooral) dames de dikste van Europa zullen zijn. Meteen wordt weer naar de crashdiëten gegrepen en vermageringspillen. Weer kom ik de laatste dagen op de Vlaamse wegen nors kijkende, knokige meisjes tegen die zich kilometers lang afjakkeren om die laatste grammen vet op te branden.
Weer stelt zich de vraag bij alle geslachtsrijpe omnivoren in de lage landen: mag mollig of moet mager?
Akkoord, er is McDonalds, de afhaalpizza’s, alle dagen frieten, de suiker- en vetbommen van Jeroen Meus en andere engelen des doods. We moeten gezonder eten en onze luie kont opheffen, bewegen, sporten. Het is echter opvallend dat de Hollandse vrouwen (en mannen) volgens datzelfde WHO veel beter zullen scoren en hun BMI moeiteloos onder controle houden. Het is twijfelachtig of dat aan hun gezonde levensstijl ligt, zie het broodje kroket en de frikandel. My guess: Hollanders weten niet wat genieten is, en eten gewoonweg om niet dood te gaan. Zeer etnocentrisch standpunt, ik weet het.

Meteen wordt dit een culturele kwestie. Het schoonheidsideaal kan niet losgekoppeld worden van een globale visie op leven, lichaam, geluk. De klassieke tweedeling tussen katholiek-Vlaamse ‘Bourgondiërs’ en Hollands-protestantse zuurpruimen, zeg maar Rubens en Rembrandt, is een cliché maar het klopt ergens wel. Bij elke pint bier, elke pak friet, elke sigaret, maken wij onbewust de afweging of het plezier opweegt tegen een levensverkorting. Het antwoord is doorgaans: ja. Wat heb je eraan van honderd jaar te worden als je heel je leven maar water gedronken hebt? De kruising van de genotslijn en de gezondheidsas ligt bij de meesten van ons ongeveer in het midden. En intuïtief voelt dat goed aan. Jezelf niet te pletter eten en drinken, maar jezelf ook weinig misgunnen.
Deze Epicureïsche filosofie (om niet maar steeds weer dat woord ‘Bourgondisch’ te moeten gebruiken), creëert een lichaam dat zich ook toont als levensbeamend en niet-ascetisch. Een lichaam dat het skelet, waarin het onvermijdelijk ooit zal overgaan, niet toont maar tooit met vlees, bloed, vetkussentjes. De fleurige gordijntjes van het bestaan.

Zonder het WHO te willen becritiseren, en zonder de McDonaldscultuur te willen verdedigen, lijkt me dat ‘Belgisch compromis’ tussen genot en gezondheid uitstekend. De saaiheid van het Twiggy-model weerspiegelt ook een anorexïsche afkeer van het leven zelf. Leven als traag sterven. De profane variant van de vasten, de onthouding, de kastijding van het zondige lichaam, en de evocatie van het skelet post mortem. De cultus van de gezondheid, de moraal en het smakeloze. Moralistisch, inderdaad, want datgene wat u eet onthoudt u aan de rest van de wereld, u vergroot dus het voedselprobleem door te eten. En u dreigt een kost te worden voor de ziekteverzekering. Foei.
Het korte leven, vita brevis, daarentegen, wil gulzig drinken van de luttele momenten die ons gegund zijn. Altijd onder het motto van Nietzsche: echte lust wil eeuwigheid, diepe eeuwigheid. Venus in de spiegel.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Venus in de spiegel: tegen de BMI-dictatuur en het vreugdeloze diëetdenken

  1. Jean zegt:

    Zolang mensen in die zever van die parasietenclubjes blijven geloven zo.angzal die waanzin verder gaan, strzks komt een idioot die verld dat de aade een kubus is en wedden dat een club simpelen van geest het geloven?
    Bepaalde mensen kun je alles wijs maken, zodra een perfesser in beeld komt sluit ik alle poriën.

Reacties zijn gesloten.