Jozef De Witte, van bevlogen Centrumdirecteur tot (amuzikale) orkestintendant: zoek de verborgen agenda

'Jozef De Witte wil van Racismebestrijding naar Nationaal Orkest'Soms kijk je bij een nieuwsitem spontaan naar de kalender: is 1 april echt al voorbij?

Die reflex overkwam me ook toen bekend raakte dat Jozef De Witte, momenteel nog directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, meer dan waarschijnlijk de nieuwe intendant wordt van het Nationaal Orkest van België.

De raad van bestuur heeft hem als beste beoordeeld van de vijf serieuze kandidaten, waaronder naar verluidt Jean-Marie Pfaff en Eddy Wally. De Witte heeft al laten weten dat hij niets van muziek kent, -in tegenstelling tot zijn voorganger Albert Wastiaux-, maar ziet daar ook geen enkel probleem in: hij wil vooral zijn ‘managerskwaliteiten’ laten gelden.

Doctrinair rechtlijnig

Jozef De Witte heeft inderdaad carrière gemaakt als (goedbetaalde) topfunctionaris in de non-profitsector: Amnesty International, 11.11.11 en… de Alma restaurants van de KU Leuven stonden onder zijn hoede. Het is echter pas als directeur van het CGKR dat hij zich ten volle kon uitleven. We zouden De Witte kunnen karakteriseren als een doctrinair-rechtlijnige bureaucraat, niet te beroerd om vuile klussen op te knappen,  die heel goed zou gefunctioneerd hebben in de tijd van de inquisitie, de Sovjet-Unie en de Latijns-Amerikaanse dictaturen.

Het ‘Centrum’ is namelijk een begrip geworden in de Vlaamse publieke opinie, als parallelle, eigenlijk ongrondwettelijke ‘rechter’ tussen het eigenlijke gerecht en de klager. Het moedigt verklikking aan en hanteert racisme als een passe-partout om mensen tegen elkaar uit te spelen. Terwijl racisme in het strafwetboek is opgenomen en iedereen klacht kan indienen, ook zonder dat Centrum.

Het Centrum is een volledig gepolitiseerde superbureaucratie en werd, -ook dat weet ondertussen iedereen-, onder de regering Dehaene in 1993 opgericht om (extreem)rechts in Vlaanderen het vuur aan de schenen te leggen.

De Witte, van goede socialistische huize (zijn broer is sp.a-gouverneur van de provincie Vlaams Brabant), heeft zich in die organisatie ontpopt als de juiste man op de juiste plaats: een sleutelfiguur in het Belgische establisment. Maar nu de N-VA volop haar mannetjes en vrouwtjes plaatst in die Belgische instellingen (Matthias Storme werd zelfs gebombardeerd tot bestuurder van dat Centrum), wordt het Jozef heet onder de voeten.

De laatste unitair-francofone bastions

En zo komt de ex-grootinquisiteur in een symfonieorkest terecht. De Munt, Bozar en het Nationaal Orkest van België zijn de laatste federale culturele instellingen, waar de francofonie de plak zwaait. Ooit omschreef ex-intendant Luc Vanackere in “De Morgen” het zo:

 “Ik heb een jaar lang in een nationale instelling gewerkt en ik heb van de eerste dag af gemerkt dat dat gewoon niet functioneert. Die gedwongen samenwerkingsverbanden, dat eeuwige profiteren door de Franstaligen ten koste van de Vlamingen, die eigenlijk het werk moeten doen, in de minderheid zijn, minder betaald worden en achteraf de dupe zijn, dat heb ik in mijn eigen administratie kunnen vaststellen. Hoewel er op papier een soort pariteit of althans een evenwicht is, heb je in die nationale instellingen een groot overwicht aan Franstaligen: PSK, Filharmonische Vereniging, Nationaal Orkest, Muntschouwburg – de Vlamingen hebben daar de boot gemist. Ze zitten daar wel op een aantal schijnbaar belangrijke posities, maar in feite worden ze ingepakt. Dàt is de grote schande van de nationale instellingen: die zijn niet eens nationaal, in de praktijk zijn het bastionnetjes van de Franse Gemeenschap. Een Nederlandstalige intendant of zo verandert daar niets aan.”

Onlangs verklaarde Didier Reynders, voogdijminister bevoegd voor de federale instellingen, het als zijn taak om de ‘federale cultuur’ (sic) te beschermen. Daartoe werden de besparingsmaatregelen teruggeschroefd. De missie van Jozef De Witte is meteen duidelijk: dit orkest uitbouwen tot een propagandistisch medium van het multiculturele (lees: unitaire) België. Daarvoor moet je inderdaad geen noten kunnen lezen. Enkele negroide solisten en hier en daar een halal-symfonie zullen ongetwijfeld het programma stofferen, samen met een Tomorrowland-optreden, kwestie van de conservatieve politieke missie te versluieren en een hippe touch te geven.

Zo dadelijk komt de Elisabethwedstrijd eraan, de hoogmis van de francofone bourgeoisie, met het Nationaal Orkest in een traditionele glansrol. Cultuur als politiek vehikel en machtsinstrument: we zijn nog niet af van Jozef. Van het Ancienne Belgique evenmin.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op Jozef De Witte, van bevlogen Centrumdirecteur tot (amuzikale) orkestintendant: zoek de verborgen agenda

  1. Filip zegt:

    Tja, rechts en cultuur, het blijft een moeilijke oefening…

    • Hans becu zegt:

      Filip : als “rechts” nu eens gelijk heeft op basis van de FEITEN….Ik vind die gekunstelde multiculturele Belgitude idd ergerlijk. Verder dan een formele tweetaligheid zijn we in dit land nooit geraakt. Ik houd van U, je t’aime tu sais, dat soort geforceerde 21 juli- meligheid. De realiteit is dat de francofonie hoogstens het Nederlands duldt omwille van de centen. Zeker de federale Brusselse cultuuronstituten zijn zonder Vlaamse centen ten dode opgeschreven. In Franstalig Belgie werd de Germaanse component nooit echt aanvaard als volwaardig en verrijkend onderdeel van de “Belgische” identiteit en cultuur. Daarom valt dit land uiteen. En ze leren het nooit : zo krijg ik de Brochure van Bozar toegestuurd als Monsieur et Madame, wordt Tom Lanoye razend populair in ‘Wallonië, niet omdat ze daar zo geïnteresseerd zijn in de Nederlandse literatuur, maar omdat Tom altijd bereid is om een rondje Dewever-bashen ten beste te geven op de RTBF. Goed voor zijn boekskescommerce. De verbeulemansing van de ‘Vlaamse culturo. Toen Jan Hoet overleed was dat wereldnieuws in Vlaanderen, in Franstalig Belgie werd er nauwelijks aandacht aan besteed. Hoet was nochtans een echte Belgische culturo en vriend van Paola. Ondertussen kiest nog slechts 38% van de Franstalige leerlingen voor Nl als eerste tweede taal, maar maakt men een hoop koude kak over de immersiescholen die het model.zouden zijn tot…jongens, het is zo zielig. Want wie contact heeft met Franstaligen weet gewoon dat de overgrote meerderheid inderdaad in een ander land leeft. 50% van de Belgische Franstaligen kijkt enkel nog naar de ‘Franse televisie, en weet over Vlaanderen…niets.
      Uiteraard is dat allemaal de fout van de flaminganten. Dat die laatste gevolg en geen oorzaak zijn van : zelfs dat elementair inzicht ontbreekt nog steeds in weldenkende Belgicaine kringen.

Reacties zijn gesloten.