Een goede raad aan ‘Elle’: Volg de maten niet, wees ze zelf.

AngelHet zit er bovenarms op onder de Eva’s. Het lingeriemerk Lane Bryant had een campagne gelanceerd, genaamd ‘I’m No Angel’ (foto) waarin mollige en gezette vrouwen in de positieve kijker worden gezet. Dat lokte in het damesblad Elle een reactie uit van columniste Marianne Zwagerman, die haar afkeer uitte van de ‘blubberdijen’ en een lans brak voor het zgn. zandlopermodel: mooie ronde heupen, een smalle taille, een platte buik en borsten die bij haar heupomvang passen,- zo luidt de definitie.

Volgde dan weer een storm van protesten van min of meer feministische makelij, waarin het schoonheidsracisme wordt gehekeld en de vrouwen wordt verzocht om aan één zeel te trekken, of zich minstens te verzoenen met hun eigen lichaam. Wat maar niet wil lukken: schoonheid is een werkwoord, en onze beeldcultuur legt de lat hoog. Doodongelukkig worstelen meisjes en vrouwen vervolgens met hun figuur, dat te dun is, of (meestal) te dik, en waar eigenlijk niet echt veel aan te doen is, behalve wat radeloos opsmukwerk.

Laat ik daarom even als filosoof én als man een punt proberen te slijpen aan dit oeverloos saccochengevecht.

Ik kan vrouwen verzekeren, en ik spreek om te beginnen voor mezelf: niet alle mannen vallen over zandlopers. De natuur creëert variatie, en smaak varieert evenzeer. Een pak van mijn seksegenoten gaat ronduit voor mollig en zelfs behoorlijk extra. Maar waarom zeggen ze dat niet? Omdat ze zich toch ook wat laten imponeren door de norm die eist dat een succesvolle man er een slanke vrouw op nahoudt. Status dus. In de jaren ’70 van vorige eeuw hebben cultfiguren als Twiggy dit subtiel seksisme sterk bevorderd. Het zijn de kindvrouwtjes met een jonge uitstraling die zelfs crypto-pedofiele verlangens bevredigen.  Denk dus niet alleen aan de kindhuwelijken in Pakistan en omstreken: ook de Westerse moderne man wil status bevestigen door een vrouw aan zich te binden die er als een engeltje (‘Angel’) uitziet.

Het is daarbij cultureel belangrijk voor de mannelijke hegemonie in deze samenleving dat er vaste schoonheidsidealen gelden, waardoor vrouwen vooral onderling een rivaliteit uitvechten. Vandaag is dat ideaal slank, ooit gold het ‘Rubensiaanse’ model als perfect, doch telkens gaat het om een zachte vorm van terreur, waarin vrouwen intellectueel worden geneutraliseerd en lichamelijk worden gestigmatiseerd. De beeldcultuur en het media-universum gelden hier uiteraard als smaakmakers, waarbij vrouwen als model zelf collaboreren met het schoonheidsracisme.

Zoals alles is ook het slankheidsideaal een marktgegeven. Cosmetica, fitness, farma en dieetindustrie zijn big business, waarin op een geraffineerde manier vrouwen minderwaardigheidsgevoelens én schuldcomplexen worden aangepraat. Je bezit niet het juiste figuur, maar daar kan aan gewerkt worden, en doe je dat niet, dan ben je de oorzaak van je eigen ongeluk en verdien je om uitgelachen te worden.

Dat heeft de vrouwenbeweging sterk verzwakt en verdeeld, want ook professioneel moet het lichaam als argument ingezet worden, ook al wordt dat met zoveel woorden nooit toegegeven.  Om het fameuze glazen plafond te doorbreken moet je als vrouw niet alleen over een stel hersenen beschikken maar ook over de juiste maten en een mooi snoetje. En dat uiteraard allemaal weten te verkopen.

En effectief: vrouwen schijnen die logica te aanvaarden. Alle studies terzake tonen aan dat ‘mooie’ vrouwen maatschappelijker gemakkelijker hogerop komen, voor die goeie job de voorkeur genieten, en gemiddeld meer verdienen dan de dikkerdjes of bonestaken. Zelfs de Femen-actiegroep selecteert op basis van fysieke presentatie: het zijn allemaal zonder uitzondering fotogenieke ‘zandlopermodellen’. Nogmaals: dat geeft mannen een enorm voordeel, want zij mikken enkel op talent, terwijl vrouwen talent én de juiste fysieke proporties moeten bezitten. Dat staat uiteraard in geen enkel selectieprofiel, maar het werkt wel zo.

Conclusie: vrouwen moeten echt stoppen met hun lichaam als een probleem te zien. De collectieve neurose, door de mode gecreëerd, is het gevolg van een verdeel-en-heers-strategie die zelf voortkomt uit het mannelijk Narcisme. Mannen bewonderen zichzelf doorlopend, vrouwen durven nauwelijks nog in de spiegel kijken. Dat maakt hen kwetsbaar, zwak, manipuleerbaar.

Natuurlijk is ook die ‘I’m No Angel’-campagne een marketingstunt met topmodellen, die toch weer het fysieke problematiseert en standaardiseert, ook al zijn de Twiggy’s vervangen door zogenaamde volslanke types. Iemand zou die vrouwen moeten duidelijk maken dat elk lichaam mooi is als er een persoonlijkheid uit spreekt, en iemand zou de mannen moeten duidelijk maken dat hun wereld zo langzamerhand onnoemelijk saai wordt met al die zandlopers.

Voor de potsierlijke strijd tussen de dikken en de dunnen, dames, neem een voorbeeld aan Laurel en Hardy, wees buddies. Volg de maten niet, wees ze zelf. Breek de sleur en tart de clichés. Individualiseer, kraak de codes en negeer de modes. Dat trekt dan weer non-conformistische mannen aan en, geloof me, die zijn de interessantste.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Een goede raad aan ‘Elle’: Volg de maten niet, wees ze zelf.

  1. luchellinckx zegt:

    euh…vrouwen buddies, wanneer het over het over het ‘veroveren’ van een man gaat?

Reacties zijn gesloten.