Echte militairen in en rond ‘La Juive’ te Antwerpen en Gent: een veiligheidskwestie, maar ook een meta-artistieke provocatie

Het was een geniale zet van regisseur Peter Konwitschny en de Vlaamse Opera om militaire bescherming te vragen bij de voorstellingen van ‘La Juive’. Ik hoop dat hij die ook krijgt. Operadirecteur Aviel Cahn breidt daarmee de enscenering uit met een flink aantal figuranten, echte militairen dus, die hem geen Euro kosten maar die wel een uitbreidingseffect teweeg brengen van de bühne, naar de omliggende straten in Antwerpen en Gent. Stel u dat toch voor, toeschouwers die doorheen een haag van tot de tanden gewapende para’s het traject tussen parking en operagebouw afleggen. Magnifiek.

Muzikaal is die opera van Jacques Fromental Halévy volgens alle kenners –waaronder in de eerste plaats ikzelf- niets waard. Ik zou het durven vergelijken met het niveau van K-3: showamusement van in de tijd dat er nog geen TV was. ‘La Juive’ geldt als schoolvoorbeeld van de Franse ‘Grand Opéra’: langdurige kostuumdrama’s met veel kabaal en vertoon, en vol muzikale bombast. Maar net dat spektakelgehalte vroeg als het ware om een vergroting van de scène naar de stad, onder het mom van een ‘veiligheidsprobleem’.
En inderdaad, met wat goede wil kan je een veiligheidsprobleem zien: componist Halévy was een Jood, het verhaal schetst een antisemitische samenleving waar op het einde een Jood en zijn dochter (die wel zijn echte dochter niet blijkt, soit)  in een ketel met kokend water worden gegooid. Smakelijk. En operadirecteur Aviel Cahn is ook een Jood. Vandaar.
Overeenkomstig de wetten van de Grand Opéra zou dus enig tumult in de omliggende straten zeer welkom zijn. De militairen zijn van de partij, het is wachten op kwaje Arabieren, Jihadisten (terug van weg of nog niet weg), of wie weet zelfs een aftakkinkje van Al Quaeda. Vergeten we niet dat een ander voorbeeld van het genre, ‘La muette de Portici’ van Auber, bij de première in 1830 tot opstootjes leidde in Brussel en uiteindelijk tot dat wat in de schoolboekjes als ‘de Belgische revolutie’ wordt omschreven. Dank u wel, Grand Opéra.

Ik zie echter nog meer mogelijkheden dan stedelijk-scenisch spektakel: wat als dit een bubbel wordt die de werkelijkheid als het ware opzuigt? Geen uitstraling dus maar instraling.
De vraag is,- en ik ben echt benieuwd,- of de regisseur bereid is om dit een kans te geven: wat als deze enscenering echte figuranten uit het wereldtoneel kan aantrekken?  In het gravitatieveld van de opera zouden zich dan militairen bevinden, maar hopelijk ook Jihadisten, allochtone jongeren, IS-strijders, die allemaal op de scène rond de ketel met kokend water gaan staan om de Jood Eléazar en zijn dochter Rachel levend te verbranden.
Alleen: dat is natuurlijk allemaal niet echt, de damp van de bouillon is maar toneelmist, de tenor en de sopraan kunnen die truc elke avond opnieuw doen, maar ondertussen krijgen die allochtone jongeren keer op keer de gelegenheid om hun frustratie uit te werken tussen de doeken en het bordkarton. Zo wordt het theater een plek waar alles irreëel wordt, en de echte levensdrama’s omgezet worden in geposeerde (maar doorleefde) schijn. In een latere fase zouden horden IS-strijders kunnen gerekruteerd worden als figuranten in een verhaal waar ze zich kiplekker voelen en het sadisme kunnen ‘darstellen’ zonder dat er ook maar een vlieg sneuvelt.

Deze Wagneriaanse theorie van het therapeutisch totaaltheater (‘Gesamtkunstwerk’) is niet nieuw, maar in het licht van de actuele veiligheidsproblemen en het (dé-)radicaliseringsvraagstuk lijkt het me een enorme uitdaging voor kunstenaars om dit soort valstrikken te spannen. Een meta-artistieke provocatie die veel negatieve energie uit de wereld kan halen. Maak van (echte) IS-strijders operafiguren. Kroon Benjamin Netanyahu tot toneelkeizer. Het spektakel wordt dan een echt-vals platform waar alle geweld kan uitgespeeld worden, zo grotesk mogelijk, met zoveel mogelijk onthoofdingen, maar dan wel met kartonnen zwaarden en koppen uit papier maché.
Daarmee reik ik op deze maandagmorgen een tweede piste aan van de de-radicalisering, na het sekskamp op de Antwerpse linkeroever: de opera als gekkenhuis. Critici die beweren dat operasubsidies geldverspilling zijn, hebben compleet ongelijk. Optrekken die budgetten. En voor de rest zoveel mogelijk goed-gemotiveerde figuranten aantrekken.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .