De kleine koninkjes en de Straatburgse ‘loveboat’: Eppink ont-(k)leedt Europa

EppinkIn zijn nieuwe, zeer aanbevelenswaardig boek ‘Het rijk der kleine koningen – Achter de schermen van het Europees Parlement’ legt EU-parlementslid Derk Jan Eppink uit waarom de Europese Unie zichzelf zoveel macht toekent, en waarom oudere politici zo tuk zijn op een fin-de-carrière in Europa: om van hun vrouw weg te zijn, én om in de koffer te kunnen duiken met een ‘maîtresse’,- een mooi woord voor een bimbo die best met een lelijke, oude, goedgeklede vent wil neuken. De entourage, de glamour, het lekker tafelen, de dienstauto’s, de snoepreisjes, maken namelijk een en ander goed. Straatsburg schijnt nog erger dan Brussel wegens verder van huis, en wordt als een echte loveboat beschreven.

Politiek en hormonen dus, de macht die zogenaamd erotiseert. Gek, want een paar weken geleden kwam Jean-Marie Dedecker in Knack ook al met zo’n smeuig stukje af over de mandatarissen en hun matras (‘Waar macht regeert vliegen de hormonen en de oestrogenen door het zwerk.’)  Het betreft hier telkens bekentenissen van uitbollende/afscheid nemende politici die graag een boekje willen opendoen, deels om nog wat uitstaande rekeningen te vereffenen, maar eventueel ook als ultieme bekentenis/genoegdoening naar het thuisfront toe.
Beiden behoren ook toevallig (?) tot de ultra-liberale stal, en dat mag geen verwondering wekken: liberalen hebben doorgaans een cynische kijk op de menselijke natuur, in tegenstelling tot socialistische, katholieke en nationalistische moraalridders die de katjes liever in het donker knijpen. Voor echte, onthullende memoires moet men bij de liberalen zijn: het leven zoals het is, veel ideologische blabla en tussendoor boemboem,- dat waar het echt om draait.

Voor ons, gewone burgers en kiesvee, stelt dit echter een dilemma. En ik belicht dan even de mannelijke kant van de zaak. Natuurlijk zijn we moreel verontwaardigd over dit gerampetamp en eisen we een correcte politieke cultuur. Maar tegelijk, wees eerlijk, zijn we ook een tikkeltje jaloers op die oude lebbers met hun jonge snol in de Straatburgse alkoven. Dat is menselijk, en Freud heeft dat ook meesterlijk beschreven in een soort psychoanalytische fabel: de ouderling roept zijn maturiteit in om de macht te veroveren, vergrijpt zich dan seksueel aan jonge vrouwen, en wordt tenslotte gedood door jaloerse (meestal jongere) clanleden. Waarna het spel herbegint. Freud kleedt daarmee de politieke macht maar ook de revolutionaire gedachte helemaal uit: rebellen zijn gewoonweg uit op seks die de heerser zich heeft toegeëigend. De fameuze vadermoord dus.
Een groot deel van het anti-politisme, en het EU-scepticisme in het bijzonder, draait rond die verzwegen seksuele nijd van de underdog. Het verklaart alleszins waarom er nooit echt iets verandert, want de man blijft zijn lul achternalopen en de vadermoord herhaalt zich altijd opnieuw. Anti-establishmentpartijen die met de regelmaat van de klok opstaan, zijn gewoon verzamelpunten van negatieve seksuele energie,- daarom zijn het ook vooral mannelijke fenomenen.

De vrouwelijke kant dan. In de Freudiaanse optiek heeft vrouwenstemrecht weinig zin, vermits macht haast fysiologisch-biologisch een mannelijk fenomeen is. Maar ondertussen, en ook dat zegt Eppink met zoveel woorden, hebben die Euro-maîtresses wel degelijk macht, al was het maar door de geheimhouding en de daaraan verbonden chantagemogelijkheid. Cherchez la femme: de EU-richtlijnen worden tussen de lakens opgemaakt, de dactylo’s tikken ze daags nadien uit.
De politici gebruiken/misbruiken dus hun macht om een jong wijfje te versieren, maar geven die macht vervolgens door aan die trofee, waar ze afhankelijk van worden. Allicht spelen de netwerken van lobbyisten dat seksuele aspect volop uit, en is een deel van de maîtresses ingehuurd om regels aan te sterken of af te zwakken. Dat verklaart dan weer de ingewikkelde EU-regelgeving: ze is het resultaat van menig acrobatisch bedstandje.

Besluit: het antwoord op de enige vraag die ertoe doet, “Was will das Weib?”, de vraag die Freud zich in 1925 al stelde, moet gezocht worden in het verstorende effect van haar politiek-seksuele spel. Overal waar vrouwen als ‘maîtresse’ opduiken in de hogere regionen, loopt het fout. Zij is de echte rebel, in de eerste plaats omdat ze afstand kan doen van haar seksuele genotsagenda, maar ook van het reguliere politieke bedrijf. Het machtige mannetjesdier is voor haar geen lustobject (zoals vice-versa), maar een jager die juist via het overspel zelf prooi wordt en zich onderwerpt.
De zwakte van de mannencultuur schuilt daarin, en zij weet het, ook de domste bimbo, zij misschien nog het meest: politiek is in se een onernstig dagverschijnsel, de democratie is maar een charade,- ‘het’ gebeurt allemaal ’s nachts. En zo komen we naadloos bij Friedrich Nietzsche uit, de filosoof die de vrouw als ‘het gevaarlijkste speelgoed’ inschatte.
Nu begrijpt u misschien waarom ik mezelf gisteren nog ernstig nam als politieke rebel, en er vandaag alweer eens smakelijk moet om lachen.

Dit bericht werd geplaatst in Femen. Bookmark de permalink .