● De zaak Sylvan: domheid is ‘des Menschen’, maar het durven erkennen is dan weer groots

Schuldgevoel van wetenschappers, uitvinders én hun marketeers,- dat zou meer moeten voorkomen. Het kalf is dan dikwijls al verdronken, maar toch: het siert de mens, van nature een knoeier, als hij ook kan bekennen dat hij een bijdrage pleegde tot de versodemietering van deze planeet.
Mijn voorbeeld is in dat opzicht Robert Oppenheimer die doorgaat voor de vader van de atoombom. Van oorsprong links-radicaal, kenner van Oosterse filosofie en wijsneus in vanalles, geraakte hij in de ban van de theoretische natuurkunde en werd een vooraanstaande autoriteit op dat vlak. Hij formuleerde o.m. voor het eerst de zwarte-gatentheorie en lanceerde mee de kwantumfysica, toen Einstein nog maar net de klassieke natuurkunde had dooreen geschud.
Maar het genie miste de collaps met de geschiedenis niet: om Hitler-Duitsland te verslaan hadden de VS het supergeheime Manhattan-plan opgezet, dat moest uitmonden in de aanmaak van een A-bom. Oppenheimer leidde dit onderzoeksproces met vaste hand. De bom kwam er ook: in augustus 1945 werden Hiroshima en Nagasaki in de as gelegd.
Patriottistische fierheid en wetenschappelijke ijdelheid maakten bij Oppenheimer dra plaats voor diepe schaamte en schuldgevoel. De geallieerden wonnen de oorlog wel, maar de nucleaire dreiging zou zich blijven doorzetten, tot op vandaag. Het uur nul komt er, als bijvoorbeeld de Islamitische Staat (en niet Iran, zoals Netanyahu ons wil doen geloven) zo’n nucleair arsenaal bemachtigt en ermee weet om te gaan. You ain’t seen nothing.

Maar goed, Oppenheimer wierp zich na 1945 op als gedreven tegenstander van de A-bom en de nieuwe wapenwedloop. In het Mccarthy-tijdperk van de jaren ’50 kwam hij zelfs op de zwarte lijst terecht van staatsgevaarlijke intellectuelen.
Lang heb ik moeten zoeken om nog zo’n wetenschapper te vinden die in staat is om zijn wetenschappelijk succes als een historische blunder te erkennen. Maar nu heb ik hem: hij heet John Sylvan en vond de koffiecapsules (‘cups’) uit, te gebruiken in de daartoe bestemde automaat. Ze zijn duur, veroorzaken een enorme berg plastic afval, en herleiden het edele rituele van het koffie zetten tot een stompzinnig instant-gebeuren. Ik haatte ze vanaf dag 1 en heb die cups altijd uit mijn leven geweerd, samen met de iPhone en nog een pak andere nulliteiten, tot hilariteit van mijn progressieve omgeving.
Maar nu bekent John Sylvan zich zelf tot de tegenstanders van dit cultuur-verarmend en milieubedervend gadget: hij heeft al zijn aandelen in het bedrijf verkocht, en gebruikt opnieuw de klassieke papieren koffiefilters. Het zal hem wel geen windeieren hebben opgeleverd, maar toch: leer maar leven met het inzicht dat men beter niet geboren was.

Kijk, opnieuw kan u daar lacherig over doen, maar schuldgevoel kan mooi zijn,- als het echt knaagt. Het gevoel van de leerling-tovenaar die beseft dat de klok niet meer kan terug gezet worden, en walgt van zijn eigen creatie. Ik moet het nog zien gebeuren: Mark Zuckerberg die zelf zijn facebookpagina afsluit en zegt: ‘Mensen, stop hiermee, dit is gewoon idiote troep’.

Het moment ontbreekt ook al te zeer in de wereld van de kunst: schilders die hun doeken verbranden, waar kom je ze nog tegen? Schrijvers die al hun boeken terug opkopen om de lezer te behoeden voor het tijdverlies dat met de lectuur zou gepaard gaat? Of sporters die hun medailles spontaan teruggeven, uit pure schaamte voor de drukte om niets die ze veroorzaakt hebben?
Ook privé zou ik me de kop kunnen inslaan voor blunders die niet meer goed te maken zijn, niet zozeer voor mezelf maar naar anderen toe. Dat inslaan doe ik natuurlijk niet, u hebt nog wat te goed van me.
Ergens in de Stille Oceaan zwalpt een plastic-borstbeeld tussen miljoenen koffiecups.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .