De jacht op Sus(z)y: wat is wetenschap waard, eens ze bewezen is?

“Een gluino is een supersymetrisch deeltje, ook wel Susy genoemd. De wetenschappers zullen het deeltje zelf niet zien, maar wel het verval van het deeltje. Als zo’n gluino vervalt, duikt een neutralino op. Dat zou wel eens donkere materie kunnen zijn.”

Geef toe, dit is pure poëzie. Toch gaat het over de deeltjesversneller Large Hadron Collider (LHC) in Zwitserland, die weer een geheim deeltje op de hielen zit. Nu kan het zijn omdat Suzy de naam is van mijn eerste jeugdlief (jawel, die dus waarvoor ik in ruil voor een kus het huiswerk maakte), maar ik vind eigenlijk dat ze met hun fikken van die gluino moeten blijven.
Heel dat peperdure deeltjesversnellerscomplex in Genève drukt een grotesk moment van de wetenschap uit, namelijk daar waar theorieën, ontsproten aan de menselijke verbeelding, moeten “bewezen” worden. Een hele klus wordt het, want Suzy laat zich niet zomaar fotograferen, hoogstens haar schaduw, donkere materie genoemd.
En ik hoop ook van harte dat ze haar niet vinden. Want het is nu net deze schaduwzijde van de kennis die we nodig hebben: wilde hypotheses die zekerheden op losse schroeven zetten. Wetenschap is ook geloof, en het is zoals met de godsbewijzen: eens die opduiken, is god niet meer interessant. Dat geldt trouwens ook voor het tegendeel, namelijk proberen te bewijzen dat god niet bestaat,- een uit de hand gelopen tic van atheïstische fanatici zoals Prof. Vermeersch.

Dus ja, ik heb het wel voor de onbewezen kennis, ook wel geloof of vermoeden genoemd. Al in de 4de eeuw voor Christus fantaseerde ene Demokritos een atoomtheorie bijeen die aardig overeenstemt met de moderne fysica. Hoe hij daarop kwam? Niemand weet het, al heb ik er zo mijn eigen, al evenmin bewezen theorie over (namelijk dat de orgasmische zuchten van zijn minnares hem op het juiste pad zetten). Dichter bij ons, in de 19de eeuw, kwam de Siberische nerd Dmitri Mendelejev via al even duistere paden, en enkel met potlood en papier als hulpmiddel, tot het fameuze periodiek systeem der elementen dat tot op vandaag in gebruik is.
De laboratoria en grote testinstallaties kwamen achteraf, Dimitri zoog het gewoon uit zijn duim. Vanaf Einstein is heel de microfysica een aangelegenheid van hypotheses die soms bewezen worden, soms ook niet. Om de relativiteitstheorie te “bewijzen” moest een atoomklok een aantal rondjes maken rond de aarde, waarna men inderdaad zowaar een verschil van 0,00000000000000000001 seconde vaststelde met de atoomklok op aarde: snelheid doet de tijd trager gaan. Quod erat demonstrandum.

Jammer eigenlijk, want zo is weer een stukje geloof zekerheid geworden. Saaie boel, dit soort weten.
Uiteindelijk wordt dit het echte, verzwegen hoofddoel van de wetenschap, ik bedoel dan de Wetenschap met hoofdletter, niet de bezigheid van vakidioten en techneuten: voldoende onzekerheid blijven creëren en de duisternis aftasten. De falsificatie in plaats van de verificatie. Het vermoeden in plaats van de empirie. Het mysterie opzoeken, niet om het experimenteel te exorciseren, maar net om het als mysterie te omschrijven, in een taal die soms zeer poëtisch aandoet, veel meer dan de gedichten van menig schrijvelaar.
Hoe zit het trouwens met dat Higgsboson dat ook in Genève definitief zou geregistreerd worden? Zelfs kenners melden me dat niemand echt weet of dat ondertussen is gebeurd, men heeft “iets” vastgesteld, maar wat, het kan ook iets anders zijn, of de echte horror voor de puzzeloplosser: het grote Niets.
Donkere materie dus, inderdaad, schaduwen van schaduwen. Leve de onbewezen theorieën en buitenissige hypotheses, het nattevingerwerk, het wilde gejodel van neutrino’s, fermionen, gluonen en quarks. Sommigen zullen dat obscurant noemen, maar ik vermoed op redelijke basis dat de natuur zo complex in elkaar zit, dat wij altijd maar schaduwen van schaduwen zullen ontdekken, en dat is goed, het houdt ons bezig. Wordt ze een echt bedrijf, dan leidt de microfysica toch maar tot atoombommen en tot nucleaire centrales die ons vroeg of laat zullen nekken.

Donkere materie dus, en waarom haar duisternis respecteren. Een paar maanden geleden is Suzy gestorven. Ik wil niet weten waar ze is, dat zou wellicht echt een afknapper zijn. Ik weet dat ze ‘er’ is, ergens, en dat mijn taal in lange elliptische banen rond haar cirkelt. Meer moet/mag dat niet zijn.

Dit bericht werd geplaatst in Vrolijke wetenschap. Bookmark de permalink .

2 reacties op De jacht op Sus(z)y: wat is wetenschap waard, eens ze bewezen is?

  1. Ivo zegt:

    Citaat: “Het mysterie opzoeken, niet om het experimenteel te exorciseren, maar net om het als mysterie te omschrijven, in een taal die soms zeer poëtisch aandoet, veel meer dan de gedichten van menig schrijvelaar.”
    Een amateuristische taalanalyse: De hoofdzin luidt: Het mysterie opzoeken om het als mysterie te omschrijven.
    Hoe kan je nu iets opzoeken waarvan je niet eens een omschrijving hebt ? Hoe begin je aan zo’n zoektocht?
    Taalspelletjes zijn de leukste spelletjes. Die Johan toch.

  2. Bart Haers zegt:

    Johan, op een en dezelfde dag twee teksten lezen, die op het oog niets met elkaar te maken hebben, toch gelijk behandelen, het zal ook wel een spelletje lijken. Wittgenstein zou het misschien nog waarderen, al gebruik ik dan natuurlijk te veel woorden.

    http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2015/02/dsk-het-mislukt-strafproces-van-een.html

    met vriendelijke groet,

    Bart Haers

Reacties zijn gesloten.