De Standard-tifo: een über-Charlie, of misschien is het wel gewoon volkskunst

redWalgelijk en wansmakelijk, dat is het minste wat men kan zeggen van dat reusachtig spandoek (‘tifo’) dat werd ontrold tijdens de match tegen Anderlecht. Kop van Jut (héhé) was Steven Defour, die voor de gelegenheid als verrader door een beul werd onthoofd: Dufour was ooit Standard-speler (‘rouche’) en trad nu zowaar voor de aartsvijand op, vandaar.
Maar goed, waar gaat dit over? Jawel, over een stuk bedrukte plasticfolie. De onthoofdingsscène bleek niet eens een verwijzing naar de IS-executies, maar een citaat van de film Friday 13th. We zouden dus de Ultra’s van Standard van plagiaat en/of slechte smaak kunnen beschuldigen, maar tegelijk vaststellen dat ze hun klassiekers kennen. En geef toe: technisch is het een knap staaltje, de voorbereiding incluis.

Dat brengt me tot de kern van de zaak: voetbal is in het verpauperde Liège niet zomaar een hobby, doch een halszaak (héhé 2). De wekenlange intense voorbereiding van de tifo kan moeilijk anders gezien worden dan als creatieve uitlaatklep van werkloze gabbers die méér doen dan bier drinken en brullen. Misschien is het zelfs een vorm van niet-museale kunst, verwant aan graffiti en performance-art. Een voetbalstadion is daarbij zelfs geen openbare ruimte maar een plek waar mensen fanatiek tot zeer fanatiek gedurende twee uur naar andere mensen zitten of staan te kijken die achter een bal aanlopen. Mij zie je daar dus nooit, zoals ook niet in het modern toneel.  In de limiet zou men ‘Red or dead’ als een openluchtscène kunnen beschouwen waar de toeschouwers zich actief in de regie proberen te mengen. In het jargon heet dat dat participatief theater.

Tenslotte: het beeld zelf. De vergelijk is al gemaakt met de tot sacrale iconen verheven Charlie-cartoons, en terecht: in onze Westerse cultuur staan, sinds William van Ockham zijn fameus scheermes bovenhaalde, het beeld en het woord niét gelijk aan de realiteit die ze zogezegd uitbeelden. Het beeld creëert en parafraseert zichzelf de lucht in, hetgeen bij ons zoiets als humor en ironie oplevert. Het beeld is retorisch, metaforisch, gelaagd, theatraal. Zelfs een supportersspandoek. Defour is dus gewoon onthoofd door het virtuele Ockham-scheermes, meer niet. Door zijn ikonofobie neemt de Islam alles letterlijk, en dat is zonder meer een stupiditeit. Daarom kent hij ook de humor niet, en dat is de crux van heel het terrorisme: het neemt zich al te veel au serieux.
Om dezelfde reden ben ik voor de spreekkoren en voor het gooien van racistische bananen op het voetbalveld: alles betekent ook zijn omgekeerde. De banaan is ook een fallussymbool, een houder van snelle suikers, en van de apen stammen we allemaal af.
Een spreekkoor verwijst anderzijds naar het antieke Griekse theater, waar ook “commentaar” wordt gegeven op de handeling. Het coulissenkoor is barbaars, ikonoklast en subtiel tegelijk. In de opera krijgen we er warm en koud van, maar in de voetbalstadions zou het koor moeten verboden worden? Kom nou. Steven Dufour, die vermoedelijk per dag zoveel verdient als de gemiddelde supporter in een heel jaar, zal een en ander best wel kunnen relativeren.

Eerlijk: ik word meer gechoqueerd door sommige kunstuitingen dan door dat grappig-cynische spandoek. Een Jan Fabre die katten van de trap gooit bijvoorbeeld, ik kan het niet hebben. Of de getatoueerde varkens van Wim Delvoye. Dat zijn ook beelden, maar tegelijk gaat het om fysiek manipuleren en mishandelen van levende wezens in een zogenaamd esthetische context.
Als niet-voetballiefhebber vind ik dus dat de bal rond is en alle kanten mag uitrollen. Ik heb het Heizeldrama nog meegemaakt in 1985, van op de televisie uiteraard. Moord en doodslag in de tribune: 39 doden en 400 gewonden. Toen was er van tifo’s en bananen nog geen sprake, wel van kettingen en knuppels. Dat waren nog eens tijden. Laten we voor de rest die ‘Red or dead’ als een über-Charlie lezen, een schandalig-grensverleggende, wansmakelijke, politiek-foute grap waar geen vlieg voor gestorven is.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

3 reacties op De Standard-tifo: een über-Charlie, of misschien is het wel gewoon volkskunst

  1. Ivo Van Gelder zegt:

    Ik vind de schrijfsels van Johan.Sanctorum bijna zo leutig als de schrijfsels van Louis Van Dievel ,

  2. Hans Becu zegt:

    Allez Ivo. Van Dievel denkt dat hij grappig is. Hij lacht altijd partijdig , en hij denkt dat hij kan schrijven omdat zijn VRT collega’s zijn flutboeken promoten op tv. Daarenboven is hij een Vastbenoemde vrt bureaucraat, waarschijnlijk met een spa partijkaart. Doe mij maar JS.

    • Ivo Van Gelder zegt:

      Beste lieve Hans wat ik zelve leutig vind, zal ik zelve wel bepalen, ok ? Je mag er best een andere smaak op nahouden. Uw zogenaamde “argumenten” getuigen van uw (toegestane) vooringenomenheid. No Prolem my friend. Soms, maar slechts heel zelden vind ik Bart De Wever ook wel grappig hoor !
      Maar uw reactie is ongetwijfeld het grappigst !

Reacties zijn gesloten.