Een bom onder het fundamentalisme, deel 2: een straat vol foute kledij

paraDe Antwerpse Jodenbuurt wordt de laatste dagen zwaar bewaakt door paracommando’s. Men kan het effect van dit soort maatregelen betwijfelen, maar goed, het is beter dan de politie van Destelbergen die zich verstopt uit vrees voor terroristen.
Maar nu maakt de Joodse gemeenschap ter plekke bezwaar tegen de outfit van deze militairen. Ze dragen met name een geruit sjaaltje rond de nek tegen de kou, en dat roept herinneringen op aan de voormalige PLO-leider Yasser Arafat die altijd met zo’n keukenhanddoek rond het hoofd placht rond te lopen.
De Joden worden op hun wenken bediend: de paracommando’s moeten hun geruit sjaaltje thuis laten. De vraag is nog maar wanneer ze ook hun rode baret zullen moeten inwisselen tegen een keppeltje en of ze wel niet allemaal meteen besneden moeten worden.
Op het gevaar af om tot islamofoob én antisemiet verketterd te worden: ik weet echt niet wie ik zieliger moet vinden, het Uitverkoren Volk in zwarte kousen dat zich door heel de wereld bedreigd weet, of de tierende mannen met baarden die zich constant beledigd voelen in hun geloof.

OK, dat politiek-incorrect sjaaltje dus. Zijn die paracommando’s aanhangers van de Palestijnse zaak? Maar neen, allicht niet. Rond het jaar 2000 was het geruit sjaaltje een modieus hebbeding, nu zijn het afdragers, bijna enkel nog te krijgen bij Spullenhulp en sommige bazars in Kaboel. Die Afghaanse zijn erg warm naar het schijnt, ginder hebben ze een ander soort winters dan hier.
Afgezien van het feit dat militairen nu eenmaal aan een dress code onderhevig zijn, pleit ik eigenlijk voor méér vestimentaire verwarring en voor een degradatie van de symbolische ballast. De modeontwerpers kunnen hier een beslissende impuls geven. Want stel u voor dat uw dochter ineens met een moslimhoofddoek zou rondlopen. Neen, niet uit religieuze overtuiging, maar gewoon omdat Dries Van Noten er zo eentje heeft ontworpen. Dat zou een zware slag zijn voor het fundamentalisme, dat zich hier beroofd ziet van een cruciaal symbool en identificatie-object.
Ik zie ’s zomers in de Brusselse Nieuwstraat overigens regelmatig jonge moslima’s (echte dan) rondlopen met een hoofddoek, maar ook met een kort jurkje en op hoge hakken. Of straffer nog: Leila en Fatima aan het strand met hoofddoek, én in bikini. Grappige ambiguïteit. Heel onzedig, heel on-hallal, Mohammed draait zich om in zijn heilig graf. De vestimentaire ontwaarding van symbolen zou het begin kunnen betekenen van een inhoudelijke secularisatie: de vrouwen moeten hier het voorbeeld geven.

Al in  juli 2011 publiceerde ik een essay dat pleit voor een universele travestie onder het motto “Alle dagen carnaval”. Leve de ironie, laat de sjaaltjes, de hoofddoeken etc. maar wapperen, onder gelovigen en ongelovigen. Elk ideologisch-religieus insigne wordt meteen gecopiëerd en onteigend.  Het zou dan niet meer mogelijk zijn, valse moslims van echte, valse joden van echte, en valse homo’s van echte te onderscheiden, uiterlijk dan toch. Waardoor ook het innerlijke fanatisme in een existentiële crisis geraakt. Met de Aalsterse Voil Janetten als prototype, wordt het universum van de maskerade de plek waar alle dogma’s wankelen.
“Waar blijven de kunstenaars, architecten, performers, modeontwerpers, die zich, in het zog van de Deense cartoonisten, aan een deconstructie van de islamsymbolen wagen?” vroeg ik me toen af. Ik bedoelde daarmee natuurlijk àlle religieuze symbolen, maar boeddha’s zijn al lang in alle maten en gewichten als schouwgarnituur te koop, en het Christendom heeft al helemaal zijn symbolen geüniversaliseerd en daardoor ontwijd.

Als we een week geleden een pleidooi hielden voor filosofielessen in de lagere en middelbare school, als bom onder het fundamentalisme, dan is het duidelijk waar dit een buitenschools verlengstuk krijgt: in de postmoderne verwarring rond foute kledij en symbolen met een dubieuze symboliek. De Antwerpse modeontwerpers weten wat gedaan.

 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .