Koester eens een alternatief huisdier,- vandaag: de Zwarte Zeeduivel

'Afgrijselijke' diepzeehengelvis voor het eerst gefilmd in natuurlijke habitat (video)De onheilstijdingen over de verdwijnende biodiversiteit bereiken ons met de regelmaat van een klok. Duizenden soorten zouden jaarlijks definitief van deze planeet verdwijnen. Doorgaans proberen wanhopige biologen dan bedreigde soorten te vrijwaren, habitats en reservaten te creëren waar ze kunnen overleven, zoveel mogelijk afgeschermd van de destructieve homo sapiens.
Een andere visie echter bestaat erin om net het omgekeerde te doen: het dier dichter bij de mens brengen, het huisdier meer variëteit en een ruimere plek in ons bestaan te geven. De domesticatie dus. Deze toekenning van een culturele betekenis kan zeer uiteenlopend zijn. Het gaat van de gewone hond en huiskat op de sofa, over de marmot, de papegaai, de krokodil, de circusleeuw, tot de koala in Paradiso.
“Gevangenschap” zult u zeggen? Ach, dat is relatief, omgekeerd gijzelt het huisdier ons ook en dwingt een bepaalde empathie af. Ik ben de slaaf van mijn twee katten. Dagenlang heb ik gejankt toen mijn Groenendaler Wolf stierf. Waarom niet spreken van adoptie, cohabitatie en zelfs wederzijdse assimilatie? Iedereen kent het fenomeen van de baas die op zijn hond begint te gelijken. En omgekeerd.
Er zijn trouwens ook diersoorten zoals de meeuw en de vos die het heel goed doen omdat ze het menselijk biotoop zijn binnengedrongen en er geduld worden. Ze evolueren tot echte stadsbewoners en hebben een grote toekomst voor zich als pseudantropen.
Dan zijn er uiteraard de al dan niet eetbare nutsdieren (kippen, varkens, nu ook wormen), de parasieten (muggen, vliegen, ook weer wormen) of ziekteverwekkers (malaria, griep, ebola): allemaal gezellen van de mens die toch helemaal niet als bedreigd kunnen aanzien worden.
Tenslotte,- en dat is de meest boeiende vorm van domesticatie, doet zich een mythologisering van bepaalde soorten voor. Ze verschijnen in films, dikwijls animatiefilms, en worden dan een echte rage waardoor ze ook als soort gaan floreren en een hebbeding worden, niet altijd in de goede zin jammer genoeg (bv. mensen die een hondje kopen voor hun kind als kerstkado).
We kennen de Fury- en Lassyfilms van eertijds, Bambi van Disney, Flipper, de 100 Dalmatiërs: het heeft het honden-, dolfijnen-, en hertengevoel bevorderd en de bestanden uitgebreid. Vergeten we ook de tropische clownvis niet (uit “Finding Nemo” van Pixar) die sindsdien in menig vijver ronddartelt.
Deze adoptie tot curiosum, cultuurobject en fabeldier is misschien wel de interessantste piste om de planetaire fauna te reanimeren. En het gaat heus niet uitsluitend om dieren met een hoog knuffelgehalte. Mijn persoonlijke favoriet is de diepzeehengelvis, ook wel genoemd Zwarte Zeeduivel, wetenschappelijke benaming Melanocetus Johnsonii. In bovengenoemde film “Finding Nemo” kregen we hem al te zien, maar nu pas is hij ook voor het eerst echt gespot in zijn natuurlijk milieu.

Wat een verhaal en uitstraling heeft dat dier, met 0,0 aaibaarheidsfactor!
Hij leeft in de duistere diepzee en heeft een lichtgevende hengel voor zich hangen die prooien aantrekt. Alles wat in de buurt van die hengel-lantaarn komt, verdwijnt in de monsterlijke bek.
Geef toe: gefundenes fressen voor de filosoof, want is dit diepzeeroofdier niet de ultieme parodie op het Verlichtingsideaal en de spirituele lichtmetafysica? In plaats dat het licht, als metafoor van de kennis, ons de weg toont en inspireert (‘”Scientia vincere tenebris”), leidt het ons recht de bek in van een monster. De fakkel als seingever naar de dood. De tekst als dodelijk lokaas. Al wie dit leest is eraan voor de moeite. De lantaarn van Diogenes die zogezegd een mens zoekt, maar eigenlijk alleen uit is op prooi. Heerlijk en verfrissend toch. Het parodische fabeldier dat Nietzsche en zijn “Fröhliche Wissenschaft” voorspelde.

Maar lezen we verder, dan blijkt dit monster nog over andere eigenschappen te beschikken. Meer bepaald doet de voortplantingswijze onze Platonische mythe van de Eros verbleken. Het mannetje brengt eigenlijk het eerste deel van zijn leven door met het zoeken naar een wijfje. Eens de uitverkorene gevonden, hecht hij er zich aan vast en vergroeit ermee tot één lichaam. Werkelijk. Waar zijn wij, sukkels, met onze coïtus. Het vrouwtje spreekt zijn voorraad sperma dan naar believen aan binnen dat gedeelde lichaam. Na verloop van tijd zit hun taak erop en sterven ze beiden als eenheid af. De liefdesdood van Tristan en Isolde, maar dan niet binnen een kartonnen decor doch reëel en bio-logisch. Of hoe een diepzeemonster ons overvleugelt, eens we hem lezen en begrijpen.
Ziezo, nu ga ik mijn virtueel huisdier, de tragikomische lantaarnvis, voederen. Het huisdier als spiegel van de meester, inderdaad.

 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Koester eens een alternatief huisdier,- vandaag: de Zwarte Zeeduivel

  1. Peter Urbanus zegt:

    U bent weer op dreef. Alleen zie ik weinig overlevingskansen voor Nemo-visjes in de tuinvijver: het gaat om tropische zeevisjes die in en rond koraal leven.

Reacties zijn gesloten.