Het is ‘maar’ van plastic: waarom wapenspeelgoed niet deugt

Het zal uw kind natuurlijk maar zijn: een 12-jarige jongen –Toch weer geen neger zeker? Jawel- die op straat met een speelgoedpistool rondloopt, bepaalde dingen ermee doet die hij zonder twijfel op televisie heeft gezien, en vervolgens door een politieman zonder pardon wordt neergeschoten. Echt dood wel te verstaan.
Het past in de wapenhysterie die de VS al lang in de greep houdt, al werd ook bij ons onlangs een ‘terrorist’ geseind met een wapen onder de jas, die een gewone cricketbat bleek te zijn. Maar het land met de meest flexibele wapenwetgeving, de Verenigde Staten dus, blijkt helemaal niet veilig. Integendeel, wapenincidenten zijn er legio, vooral net op scholen. Wapens trekken gewoon wapens aan, waarbij wettige zelfverdediging en lynchen op de duur perfect met elkaar verwisselbaar zijn.

Maar keren we terug naar Tamir E. Rice, de jongen met het speelgoedpistool. Waarom liep hij ermee rond? Omdat iedereen het doet, het behoort tot de normale cultuur. Men zou kunnen zeggen dat zijn moeder ook schuldig was omdat ze haar zoon met dat soort speelgoed op straat laat lopen. Maar wat zie ik in de speelgoedbak van mijn 11-jarige zoon? Precies: een plastic pistool. Een simulacre, maar van ver beslist niet te onderscheiden van een echt. Dus is het ook echt. Het is aan mijn aandacht ontsnapt want in principe ben ik er tegen, maar ach, elke jongen van zijn leeftijd heeft zoiets en je gaat je kind ook niet marginaliseren. Of toch?
De enige oplossing –en ze floreert in de VS ook, en het is niet toevallig-: gemeenschappen oprichten die buiten de reguliere samenleving staan, waar andere regels en andere waarheden gelden. Als niemand daar met een pistool op straat rondloopt, Sinterklaas het nergens brengt, en geweldfilms niet kunnen bekeken worden door snotneuzen, is er natuurlijk geen probleem. Dus ben ik nu op zoek naar andere ouders die er ook zo over denken, om te zien of we tenminste een gemeenschappelijk platform kunnen vormen met een aantal basiswaarden. Bijvoorbeeld het bannen van wapens en het stimuleren van fysieke zelfverdedigingstechnieken. Eerbied voor andermans integriteit, solidariteit, respect voor de natuur en het leven.
Ik hoor diegenen alweer lachen die me een tijd geleden met de Amish-secte associeerden toen ik de I-pad ter discussie stelde. Neen, Sanctorum gaat vooralsnog niet met een lange baard op de boerenkar springen, ondertussen bijbelverzen citerend. Wel zullen we moeten beseffen dat het globalistische denken ook enorm veel nadelen heeft, en dat kleinschaligheid en autonomisme belangrijke strategieën kunnen betekenen tegen de uitwassen van de commercieel voortgedreven massacultuur.

De discussie is ingewikkeld, want de Amerikaanse Indianen leefden volgens die principes, maar, zoals Lenin zei: de waarheid komt uit de loop van een geweer, waartegen de nobele wilden geen schijn van kans maakten. Ook die genocide behoort tot de voorgeschiedenis van wat de VS-cultuur vandaag te bieden heeft. Dat wapenbezit in de ene staat zo goed als verboden is (Colorado), en in de andere staat bijna verplicht (Maine, South-Dakota), wijst er juist op dat de samenleving zal uiteenvallen in subculturen, waarbij het kwestie is om aan te sluiten bij de gemeenschap die het dichtst met onze waarden overeenkomt.
Een privatisering van het onderwijs lijkt me in dat opzicht onvermijdelijk: zelfs tien, twintig gezinnen kunnen perfect een school in stand houden met een eigen levensfilosofie. De 21ste eeuwse democratie zal meer in die richting van het levensbeschouwelijk autonomisme evolueren, weg van de 19de en 20ste eeuwse verkiezingsdemocratie die eigenlijk niets oplevert en van het ene compromis naar het andere zwalpt.
Terwijl fundamentele ethische discussies, zoals die over wapendracht en geweldcultuur, nu net niét tot compromissen hoeven te leiden, maar wel tot ondubbelzinnige keuzes.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Het is ‘maar’ van plastic: waarom wapenspeelgoed niet deugt

  1. Koenraad zegt:

    Interessante (namaak)wapen-, cultuur- en scholendiscussie.
    Het laatste thema is dezer dagen actueel aan onze Vlaamse universiteiten. Welke toelatingsvoorwaarden tegen welke prijs? Welke examens? Hoe examens inrichten? Verplichting om te veranderen van studierichting bij heel slechte punten?
    En alweer borrelt de dogmatische gelijkheidsgedachte naar boven: alle universiteiten zouden gelijk moeten oversteken. Waarom mag er geen verschil zijn tussen universiteit A, B en C?

Reacties zijn gesloten.