“Oe ist?” : Over het stille verbijten en West-Vlaamse stugheid

Af en toe denk je dat 1 april een heel jaar duurt. Nu heeft de provincie West-Vlaanderen zowaar een campagne verzonnen om de van nature stugge Westvlaming tot meer spraakzaamheid aan te zetten, zeker als het over zijn eigen problemen gaat.
De vraag “Oe ist?” wordt namelijk steevast beantwoord met “Goed!”, ook al heeft de persoon in kwestie met terminale kanker zonet zijn auto in de prak gereden en is hij uit huis gezet. Kan niet, zeggen de Westvlaamse communicatie-experts: hier moet meer gecommuniceerd worden.
Dit is een campagne met rare existentiële en zelfs identitaire randjes. Dat een provinciebestuur gaat voor betere fietspaden en subsidies voor zonneboilers, OK. Maar dat ze ‘optimism, as a moral duty’ door de strot wil duwen van een bevolking die eigenlijk van nature noest en zwijgzaam door het leven gaat, dat is nieuw. Hier is zowaar een lading kersvers afgestudeerde geluksfilosofen aangespoeld: voel je goed in je vel, dit is een bevel. De Oostendse komiek Luc Zeebroek alias Kamagurkua wordt in de actie betrokken om als een volleerd welzijnswerker zijn streekgenoten aan te zetten tot mededeelzaamheid.
Om een en ander geloofwaardig te maken, wordt het gekoppeld aan een zelfmoordpreventiecampagne. Edoch, dit heeft met zelfmoordstatistieken niets te maken: zwijgen is ook een manier van spreken. Westvlamingen zeuren gewoon niet.

Zelf geboren Oostendenaar meen ik hier enig recht van spreken te hebben. Ik heb mijn jeugd in Gistel, een stukje achterland op 10km van de zee, doorgebracht en inderdaad: elke klaagcultuur was ons vreemd. Natuurlijk gaf je je wel eens bloot, maar niet aan iedereen die vroeg ‘hoe ist?” Je kon wel eens uithuilen bij een intieme naaste, maar liefst niet te lang, en het mocht vooral de vorm van zelfmedelijden niet aannemen. We verbeten de pijn liefst alleen, en deelden het plezier des te uitbundiger. Nog altijd is het eerste woord voor mij moeilijk om uitspreken (daarna gaat alles vanzelf), en beklaag ik me nadien dat ik het héb uitgesproken.
Ik sta nog steeds achter deze filosofie van de zwijgzaamheid. Die filosofie houdt drie premissen in. Ten eerste, dat klagen de kwaal zelf in stand houdt. Ten tweede dat het een nutteloze last legt op je omgeving. Ten derde, en het belangrijkste: dat men door te zwijgen meester wordt van zijn eigen leed en daarmee leert omgaan.
Dat is ook wat die cafébazin in het filmpje heel subtiel én simpel verwoordt: “Een ander moe nie weglopen mè je zeer hé.”Niet alleen zegt ze dat je de andere niet moet opzadelen met je eigen kommer en kwel, maar ook dat je eigen pijn iets is dat van jou is en waar de andere niet mee moet ‘gaan lopen’. Intellectueel en emotioneel eigendomsrecht dus, het recht op privé-gevoelens, in een wereld waar werkelijk alles moet getoond en openbaar gemaakt worden via de talkshow, reality TV, de sociale media e.d.

Het facebookiaanse woord “delen” (to share) leidt ons binnen in een totalitaire wereld van de permanente zichtbaarheid binnen een maatschappij waar iedereen op de loop gaat voor zijn eigen schaduw, die niet met pijn omkan én die zich kapot communiceert. Uiteraard zit ook de Westvlaamse jeugd op facebook, zoals alle jongeren ter wereld. Maar het zwijgen blijft een onmiskenbare tongval, die niemand hen kan afpakken. Er is zoiets als het recht op eigen lijden en de kunst om zelf uit het diepe dal te klimmen, mits uiteraard de nodige scheuren en builen. De mooiste mensen die ik heb ontmoet komen uit dat proces.

In het meest extreme leed, het rouwen, komt die behoefte aan afzondering het sterkst naar voor: dikwijls is niet het afsterven van een geliefde persoon het ergste, maar wel de begrafenisceremonie, de sociale verplichtingen, de preken, de misplaatste schouderklopjes, de rouwbetuigingen, de gestreken-droevige gezichten. Het is de omgeving die op zo’n moment bezwaart, pijnigt, terroriseert (Sartre: “L’enfer, c’est les autres”). Zwijgen is op dat moment een zaak van zelfbescherming.
Ook het afzien van de Flandrien ligt in die filosofie besloten: een berg rij je alleen op, niemand kan je daar helpen, hoogstens in de weg lopen. Dit volstrekt platte land heeft inderdaad een rist Tour-de-France-winnaars opgeleverd, toen wielrennen nog echt eenzaam zwoegen was zonder volgerskaravaan.
De postmoderne feel-good-ideologie maakt mensen zwak en afhankelijk van hulpverleners, de zogenaamde zielenknijpers die het leed niet verlichten maar uitbuiten. De hoekige boerin van Permeke heeft geen boodschap aan een omgeving die haar zogezegd wil helpen, maar eigenlijk vooral zichzelf moreel oppept.
Oe ist vandaag? Goed dus, prima! In de ironie van dat antwoord ligt voor de goede verstaander dan weer een zee van speculatie open. Samen zwegen we, keken naar de grond en speelden met de knikkers verder.

 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

5 reacties op “Oe ist?” : Over het stille verbijten en West-Vlaamse stugheid

  1. Victor Houtput zegt:

    Dit vind ik een oprecht en realistisch stukje.
    Van harte gefeliciteerd.
    Vic.

  2. Hans Becu zegt:

    Zelf ook West-Vlaming zijnde : dit provinciebestuur is gek. Het zou beter de West-Vlaamse attitude promoten in heel Europa als antidotum tegen de veralgmeende zaag en klaagcultuur in dit zo rijke continent. Wedden dat er nauwelijks gestaakt en betoogd zal worden in onze gouw ? Oeist ? E hoed ee ! Ook als het eigenlijk wat minder gaat. E nu gok ziere vorsdoen.

  3. Mooi stuk, ook omdat je het rouwen erbij betrekt.Terecht.

    Niet terzake, maar misschien leuk: een modale Brabander zoals ik verstaat geen woord van wat de meeste West-Vlamingen zeggen.Bij de luchtdoelartillerie in Lombardsijde heb ik dat ondervonden, terwijl veel van jouw streekgenoten en (toen) mijn lotgenoten wèl een middelbareschooldiploma op zak hadden.

    Dè manier om leed te delen met Antwerpse mensen , trouwens.Et les Congolais: eux, je les comprenais.

    Nog minder terzake,maar misschien interessanter: ik was officieel 1st assistent maintenance drone.

    Indeed, in 1980 beschikte de Belgische luchtdoelartillerie over drones.If interested, call me:it’s

    worth it. Geen kip die dit weet.

    Carry on, Sanctorum

    Walter Ceuppens

    • Raf Geusens zegt:

      Sterker nog, ik was KROO in opleiding in 69-70 en toen waren er al drones. Wij mikten trouwens nooit op de sleepzak maar op de drone! In 1970, ik was zelf een fervent knutselaar en vlieger van radiobestuurde modellen, heb ik in Hasselt mijn vliegtuigje gebruikt als drone voor de 20mm kanonnen. Hilariteit alom.

  4. Peter zegt:

    Ik vind dit wel een heel bijzonder overheidsbeleid. Laat het ons Zeeuwse provinciebestuur maar niet ter ore komen, want wij hebben de zelfde reputatie.

Reacties zijn gesloten.