De Standaard, of hoe een ordinaire reclamebijlage tot “weldadig escapisme” leidt

Tom Naegels heeft voor alles een uitleg. Althans als het over de Standaard gaat, de krant waarvan hij ombudsman is. Nu heb ik zo’n krantenombudsman altijd een vreemd fenomeen gevonden. Terwijl er normaal een antithese hoort te zijn tussen journalistiek en kritisch lezerspubliek, wordt die ombudsman een soort pispaal en filter die de kritiek kanaliseert. Hij ontvangt opmerkingen en klachten, schift en ordent ze, en formuleert dan een enerzijds-anderzijds-verhaal (“De lezer heeft wel een punt, maar….”) die het kritisch moment uiteindelijk doet verdrinken in een zee van zalvende prietpraat. Daarvoor dienen ombudsmannen, daarvoor worden ze betaald.

Vandaag probeert Tom uit te leggen waarom De Standaard het voorbije weekend een dubbeldik, weergaloos, en ontiegelijk oppervlakkig “luxenummer” van het magazine-bijvoegsel uitgaf, waarin ons een lifestyle wordt aangeprezen vol sjieke horloges, juwelen, parfums, Porsches (iets voor de kabinetschef van Jan Jambon), krokodillenleren schoenen en dies meer.
Sommige goedmenende lezers hadden aanstoot genomen aan het flagrante hedonisme in deze tijd van besparingen, bezuinigingen en allerlei donker nieuws over een regering die aan de koopkracht van het modale gezin vreet.
Uitleg van Tom, ik citeer: “Het Magazine, het lifestyleblad van De Standaard, is expliciet bedacht als een tegengewicht voor de krant. Waar de krant ernstig is, daar doet het Magazine luchtig, waar de krant vaak somber is, daar is het Magazine optimistisch”.
Anders gezegd: een kwaliteitskrant mag best in het weekend ook wat flirten met het triviale en het sjiek-onbenullige.

Dat doet de Standaard in het weekend ook volop. Van de zowat 600 g papier gaan er bij mij 400 dadelijk de vuilbak in. Ik heb nog wat anders in mijn weekend te doen dan me aan glossy pulp te vergapen. De morele bezwaren van de lezers tegen deze Vanity Fair is evenwel naast de kwestie: dé reden waarom ze elk weekend worden overspoeld met bijlagen, is niet de beleving van de dualiteit tussen ernst en onernst, maar het simpele gegeven dat die bijvoegsels boordevol goed betaalde reclame staan. Het woord “reclame” komt niet één keer voor in de apologie van Tom Nagels, maar daar draait het wel om. De redactionele teksten tussen twee advertenties dienen werkelijk als opvulsel en gaan nergens over. Heel seksistisch zouden we kunnen zeggen: DS Magazine is voor vrouwen die geen krant lezen en enkel bladeren in boekjes.

Ik zou het nog kunnen appreciëren mocht de ombudsman daar ook voor uit komen: sorry mensen, Corelio, ons moederbedrijf, wil nu eenmaal winst maken, en die genereert ze uit publiciteit. Maar neen, er wordt oeverloos weggeluld over ironie (“terwijl we de luxe etaleren, spotten we er ook mee”) en het psychisch welbevinden van de lezer die zich ook wel eens wil overgeven aan “weldadig escapisme” (sic). Daarmee wijst Naegels op het echte manco: het gebrek aan journalistiek serieux van zijn krant. Niets is wat het lijkt, en alles staat in functie van een virtuele realiteit die, ook in de politieke en culturele journalistiek, maatgevend wordt. Zoals ik eerder opmerkte: het is Dag Allemaal, maar dan met veel meer arrogantie en veel minder leuk.
Het postmodern cynisme in de Vlaamse journalistiek, waarvan Peter Vandermeersch (nu NRC Handelsblad) de grondslag legde, is in de Standaard uitgewaaierd tot een hallucinante mix van brutale marketeerlogica, angstvallige politieke correctheid en het steeds weer vervallen in fabulatie en ronduit misleidende framing.

Mediacriticus Jean Baudrillard indachtig, moeten we vast stellen dat zo’n krant ons meer afleidt en op een dwaalspoor zet, dan informeert en intellectueel voedsel geeft. Niet meer lezen, zult u zeggen? Dat kan ik me als mediacriticus niet permitteren. Een mens moet zijn ergernis ergens halen. Maar u weze gewaarschuwd.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op De Standaard, of hoe een ordinaire reclamebijlage tot “weldadig escapisme” leidt

  1. vijzel zegt:

    ‘Niet meer lezen’, ik worstel daar elke week mee. Omwille van inhoud en van stijl. Een voorbeeld (uit bovenvermeld ombudsbericht van Tom Naegels): ‘De middenklasse fêteert en relativeert de eigen guilty pleasures.’

  2. N*A*O* zegt:

    Ach, de sossen geraken niet van de derde weg af.

Reacties zijn gesloten.