Vrije seks, religie en internet: hun gemeenschappelijke voor- en nadelen

Voor echt nieuws moet men niet bij de Vlaamse media zijn. Daar waar De Standaard vandaag maar doorlult over een boek dat kinderpsychiater Peter Adriaenssens schreef met Veerle Beel (toevallig DS-redactrice), valt ons oog op een artikel in The New York Post dat écht tot doordenken verleidt.
Ik heb het over het verhaal van Dean en Cristy Parave, een koppel van veertigers uit Florida, dat Gods woord verkondigt via partnerruil. “I feel God is always with me and he has put us here for a reason”, verkondigt de rondborstige Cristy. De reden waarom we hier op aarde vertoeven is: Gods woord verspreiden én seksen, en waarom die twee niet tegelijkertijd, het nuttige en het aangename.

Onbewust hebben de Paraves hier evenwel een angel blootgelegd die cultuurfilosofisch bijzonder actueel is. Want zoals vrije seks beestjes doet overbrengen (vroeger de gevreesde syfilis, vandaag AIDS), lijkt ook godsdienst een viraal fenomeen, iets dat als een epidemie uitvlokt. Zie wat er vandaag met de islam gebeurt. En zie waar het eindigt: in onthoofde rompen. Anders gezegd: seks brengt mensen dichter bij elkaar, en vrije seks veel mensen, maar het netto resultaat is een exponentiële toename van besmetting. Het citaat van Marx, dat godsdienst opium voor het volk zou zijn, is dan een understatement: in feite is godsdienst een virale plaag die zich op heel deze planeet fixeert.

Dat brengt ons dan weer tot de memen-theorie van Richard Dawkins (“The Selfish Gene”, 1976), nadien hernomen door D.C. Dennett (“Consciousness explained”, 1991). Wat zijn memen? Het zijn besmettelijke informatiepatronen die zich viraal verspreiden, via de menselijke communicatie, lezen, spreken, onderwijs, cultuur. De godsdienst is de oervorm van dit besmettingssysteem, de reclame met haar hypevorming (waarom loopt iedereen op een zeker moment Stromae achterna?) en trendsetting (waarom wil iedereen een tablet?) is er de hedendaagse variant van. Het woord meme komt van “mimesis”, nabootsing.
De sociale media (Facebook!) geven uiteraard een enorme boost aan deze verspreiding. Maar het is interessant om dit terug te koppelen aan de seksualiteit, die verantwoordelijk is voor het doorgeven van de genen, de dragers van biologische informatie, zoals de memen culturele informatie doorgeven.

De atheïst Richard Dawkins ziet die mondiale verspreiding van ideeën, beelden, tekens en merken als iets fataal: inderdaad, als iedereen op het einde met een tablet rondloopt en naar dezelfde muziek luistert, heeft God zijn doel bereikt, namelijk de absolute monotonie. Religie tendeert altijd naar éénvormigheid, en die wordt gerealiseerd via een viraal verspreidingsmechanisme. Vandaar de welbekende missioniarishouding: onze paters in Congo hielden er een hele harem negerinnetjes op na, wat een veel snellere verspreiding van de Goede Boodschap (“Eu-vangelion”) opleverde. Het nuttige en het aangename dus.
De swingerfeestjes van Dean en Cristy Parave, die eigenlijk het hippie-ideaal van de vrije liefde hernemen, maar dan als middel tot verspreiding van het Ware Woord, herinneren dan weer aan de antieke tempelprostitutie, waar seks met de priesteressen ook de gelovigen dichter bij de godheid bracht. Terwijl het in werkelijkheid vooral syfilis opleverde.

En zo leidt deze doordenker toch tot een stevige brok cultuurpessimisme: de sociale media verspreiden volop memen die onze hersenen aantasten en onze spirituele autonomie bedreigen. De memen zitten overal, in elke tekst, elke boodschap, elk beeld, ook in deze tekst dus die u nu leest. Facebook-uitvinder Mark Zuckerberg is een veel krachtiger profeet dan alle oude godsdienstfanatici samen, de islam inbegrepen. Dankzij het internet heeft iedereen met iedereen virtueel seks, en denkt/doet iedereen op het einde ook hetzelfde. De oorsprong van het woord “religie” (Latijn religere: verbinden) spoort perfect met het idee van de “six degrees of separation”: in het internet is elke aardbewoner met elke andere verbonden via maximaal 6 stappen. Dit grootse swingerfeest kan niet meer stuk. En tegen dat we allemaal besmet zijn, beseffen we het ook niet meer. Het ultieme geluk wenkt. Dank dat u dit gelezen hebt, en iets dichter bent gekomen bij “the big guy upstairs”. Vind ik leuk!

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

2 reacties op Vrije seks, religie en internet: hun gemeenschappelijke voor- en nadelen

  1. Miel zegt:

    Sanctorum en Dawkins denken nog wat teveel in termen van “besmetting”. Het doet denken aan de nagestreefde zuiverheid door andere modernisten (DDT in de jaren ’50 om bacteriën te doden, de jacht op graanetende vogeltjes door Mao, het nastreven van raszuiverheid,…). Achteraf bleek niet alleen dat de zuiverheid niet kon bereikt worden, maar dat het nastreven ervan zelf ook nog eens schadelijk bleek (bacteriën zijn geen “smet”, we hebben ze nodig om te leven, en we dragen er meer van in ons lichaam dan dat we cellen hebben, vogels eten niet alleen graan, maar ook voor de gewassen schadelijke insecten en het laatste leidt niet alleen tot onmenselijke toestanden, maar jaagt ook nog eens Einsteins in handen van de concurrentie).
    Voor zaken als religie een “smet” te noemen, misschien eens nagaan hoe het komt dat het al die jaren heeft overleefd, en, sterker nog, waarom culturen met een sterke religie werden verdreven door culturen zonder (wat toch de normale gang van zaken zou zijn als religie een “smet” zou zijn).
    Weg met de smetvrees!

  2. Patrick Eggermont zegt:

    Trouwens denigrerend deze opvatting over bezoedeling in ons denken voor alle Peters en Camilles die met de achternaam De Smet, Smet, enz. door het leven moeten. Of is dat een verbastering van De Smid, Smid? Allez, dat komt dan neer op modificatie of is ’t al mutatie? En de fylogenese is de herhaling van de ontogenese, heeft er ook iets mee te maken? Foert, however!

    N.B.: deze Peters en Camilles verkeren niet in de geprevilegieerde positie van Farid Le Fou dat ze euthanasie kunnen aanvragen. Verre van het te krijgen!

Reacties zijn gesloten.