Jeroen Brouwers, de schrijver die niet kon (of wou) lezen

De mooiste verhalen komen uit het leven zelf, en hebben een dubbele kant, een tragische en een grappige, daar raak ik van langsom meer van overtuigd. Lees de krant en vergeet de bellettrie.
Zo komt ons het verhaal toegewaaid van de stokoude Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers, die zijn huisje in het Limburgse Zutendaal moet verlaten. Erger nog: het ding moet tegen de vlakte want het staat er illegaal in natuurgebied. “Ik had in dit huis, in deze omgeving willen sterven. Waar moet ik, oude boom, een andere plek vinden om nog te wortelen?”,- zo treurt de schrijver in een interview met De Morgen. Een monument van onze letterkunde, dat letterlijk op straat wordt gezet. Tot zover de tragische kant.

Gelukkig zijn er ook kantjes aan het verhaal die komisch aandoen of die alleszins het onnoemelijke medelijden met deze door het noodlot achtervolgde schrijver relativeren. Want Brouwers heeft het allemaal kunnen weten. Het huis is niet “zonevreemd” (d.w.z. een toegelaten, meestal oude woning in een gebied dat achteraf een andere bestemming kreeg) zoals hier en daar in de pers wordt gezegd, maar werkelijk illegaal. Hij was er niet eens gedomicilieerd, volgens de plannen stond dat huis daar gewoon niet.
Dat betekent dat Brouwers een lapje bos kocht, met een woning zonder bouwvergunning, dus voor afbraak bestemd. Dat stond ook in de notariële akte, met zoveel woorden: “het natuurgebied dient in zijn oorspronkelijke staat hersteld”. Hebben we hier dan te maken met de bijziendheid van een letterkundige? Een schrijver die niet kan lezen? Of was het eerder een kwestie van niet willen? Of teveel tussen de regels willen lezen? Hopen op een luie Belgische administratie die, in tegenstelling tot de Nederlandse, haar werk niet doet?

Onvermijdelijk komen we zo bij de humoristische clichés terecht: natuurlijk kan je een bos-met-huis niet kopen aan de prijs van bosgrond, quasi gratis dus. Speelde de spreekwoordelijke Hollandse zuinigheid Jeroen Brouwers parten? Dacht de schrijver in een Belgenmop terecht te zijn gekomen, die finaal uitdraaide op een zure Hollandermop, namelijk die van een uitgekookte Belg die een Hollander een huis aansmeert dat er niet mag staan?
Het zegt natuurlijk ook iets over de manier hoe Nederlanders naar ons kijken: België is een vrolijk land van lekker eten en drinken, maar ook inefficiënt, rekkelijk en lichtjes corrupt. Een huis zomaar in een natuurgebied optrekken, ach, het mag wel niet, maar bezuiden de Moerdijk kan veel. Mooi niet dus. Al in 2011 besliste een rechtbank dat die constructie daar weg moest, maar de schrijver kreeg vier jaar de tijd wegens zijn “grote verdiensten voor de Nederlandse literaire cultuur”. Dat op zich is al een mooi cadeau (waarom zou een schrijver in deze meer mogen dan u en ik?), waarvan Brouwers dacht dat het om een vrijgeleide ging. Weer fout verstaan, fout gelezen? Of… niet willen lezen?

En om nu met een mooie tragi-komische noot te eindigen. Jeroen Brouwers is geobsedeerd door de literaire zelfmoord. Tweemaal verscheen er van zijn hand een grootse studie hierover. Eerst was er “De laatste deur. Essays over zelfmoord in de Nederlandstalige letteren” (1983), daarna volgde “De zwarte zon. Essays over zelfmoord en literatuur in de twintigste eeuw” (1999). Dat laatste werk schreef hij in Zutendaal, in zijn af te breken stulpje dus. Het lijkt me logisch en literair-perfect dat hier ook het doek valt, via een vrijwillig afscheid. Een groots gebaar in Brouwers-stijl, het is maar een hint.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .